elders op recensieweb
opiniestuk
Stilleven door Peter van Eeden
opiniestuk
opiniestuk
Nagelaten werk van Jeroen Mettes
opiniestuk
Poëzie, druppel op een gloeiende plaat
opiniestuk
Het donker neemt telkens andere vormen aan
opiniestuk
Een schatkamer en een profetie
opiniestuk
Minder anekdotisch, meer introspectief maar niet minder donker
opiniestuk
73 en een van onze jongste dichters
opiniestuk
Poëtisch vakmanschap, maar geen rauwe, schurende poëzie
opiniestuk
Gedichtenwisseling tussen Bernlef en Tentije
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
De worsteling van het dichterschap
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Toegankelijke gedichten van Wouter van Heiningen
opiniestuk
auteur
'Eindelijk, hier wil ik wonen'
door Tim Pardijs, 16 december 2011
In Overwicht neemt de Vlaamse dichter en beeldend kunstenaar Hans Claus op minutieuze wijze afscheid van zijn moeder. Het is een bundel die een speciale plek in de boekenkast verdient.
In de heldere, meestal korte gedichten leren we moeder kennen. Maar ook de dichter en bovenal de relatie die de twee hebben. Een symbool hiervan siert de omslag van de bundel, een foto van de bejaarde vrouw, gemaakt door Claus zelf. In drie gedichten schrijft hij over de beroemde foto. In ‘Portret’ lezen we dat de dichter wel had verwacht dat er controverse zou ontstaan, en hij vervolgt dan: ‘Sterker dan de tijd in een zestigste / van een seconde heeft ze zo // voor de eeuwigheid gekozen’. De serie brengt een gevoel over van wij tegen de rest van de wereld, met aansluitend het volgende gedicht.
Moeder, wij zijn poolberen.
In niets hebben wij geëvenaard.
In en om uw as wentelen planeten.
Sindsdien blaffen de dieren in mijn vel.
Laat ons in het uur van afscheid
in elkander rijzen, als deeg,
als een onsterfelijke gewoonte,
als kwalijk tegengif.
Overwicht is geen emotionele bundel, anders dan de confronterende foto en beschrijvende tekst op de omslag doen vermoeden. In gedichten over de laatste momenten met zijn moeder, de begrafenis en het gemis daarna beschrijft Claus nauwelijks gevoelens of schrijnende situaties, maar observeert hij zichzelf in het rouwproces nauwkeurig met gebruik van originele beelden. ‘Slapeloze nachten stuur ik haar, / beerputzuigers en betonopleggers / die werken aan de steenweg / naast haar raam’. Het is precies goed.
We leren de dichter kennen als iemand die gelooft in, of zichzelf troost met, de gedachte dat de ziel van zijn moeder nog boven hem zweeft en die weinig van God moet hebben; dat is een laf persoon die gretig graait, niets dan pijn oplevert en dromen onvervuld laat.
In het slotdeel ‘Leeg huis’ dwaalt de dichter door het verkochte en verlaten ouderlijk huis. Nauwkeurig gaat hij de plekken af die hem aan zijn moeder doen denken, van de kelder waar de voorraad stond tot de zolder met uitzicht op molens, gebouwd nadat moeder is gestorven.
Het boeiende is dat deze afsluiting Claus terugbrengt naar zijn jeugd, de tijd van huiswerk maken op zijn kamer, ruimte delen met zussen en een vakantie die thuis gevierd wordt. Het afscheid van het huis en zijn moeder valt zo samen met het afscheid van het kind zijn, maar ook met een nieuwe start. ‘Eindelijk, hier wil ik wonen / van hier vaar ik vooruit.’
Uitgeverij P
2010
ISBN 9789079433582
48 p.
€15
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



