elders op recensieweb
auteur
auteur
auteur
auteur
Recensiewebs ‘ontdekkingen’ van 2011
door Bob Hopman, 31 december 2011
Het einde van december is traditioneel een moment van ‘lijstjes’ in kranten, literaire tijdschriften of websites: wat waren de beste boeken van het afgelopen jaar? Even traditioneel doet Recensieweb dit op een iets andere manier. Niet zozeer de grootste titels of best verkopende literaire romans van het afgelopen jaar krijgen bij ons wat welverdiende extra aandacht, maar juist de auteur die ons met nieuw verschenen proza positief wist te verrassen, iemand waar wij veel van verwachten voor de komende jaren, of die ene schrijver die eigenlijk al veel eerder aandacht had verdiend.
In onze ‘lijst’ vindt men dus geen Tonio, dat, hoewel het wellicht de grootste roman van dit jaar was, immers van de hand van een reeds vele malen bezongen A.F.Th van der Heijden komt, geen Vita, de debuutroman van Matthijs Kleyn, die op Recensieweb onlangs positief werd gerecenseerd, maar die meer ontdekt werd door de sociale media en de televisie dan werkelijk door onszelf. Zelfs Peter Buwalda met zijn prijswinnende debuut Bonita Avenue zal onze lijst niet halen: graag hadden wij hem tot onze ontdekkingen toegevoegd, maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat het vooral de vele nominaties van dit sterke debuut waren die ons van gewaar maakten van de veelbelovende auteur.
Recensieweb wil graag de volgende titels nog eens toelichten.
Maartje Wortel, Half mens
Van onze ontdekkingen in 2010 is Maartje Wortel (1982) de jongste. Zij won eerder een Write now competitie en werd meermalen aangemerkt als talent, maar met de roman Half mens bewijst ze inmiddels een volledig schrijver te zijn. De roman bevat het verhaal van een jonge vrouw wiens levensloop op gruwelijke wijze wordt verstoord, als zij na een verkeersongeval een been moet laten afzetten.
‘Als er verdomme helemaal geen tijd voor was dan vond ik nog dat ze het rustig aan deden. Ik was in leven ondanks mezelf als ik het goed begrepen had. Er moest een deel weggenomen om me te redden.’
Juist doordat er aan het been niet expliciet en bloederig wordt gezaagd en de ellende en het verdriet zich alleen door middel van schijnbaar onbetekenende details worden laten zien, in de recensie beschreven als een ‘showing, not telling’-procedé’, is dit een ijzingwekkend realistische ziekte- en tegelijkertijd Bildungsroman.
Stephan Enter, Grip
Pas afgelopen week verscheen de recensie van Stephan Enters Grip op Recensieweb. Hij publiceerde al sinds 1997 verhalen in onder andere Tirade en al eerder verschenen romans en verhalenbundels van zijn hand. Dit ontlokte ons in de redactie de opmerking: ‘Het is eigenlijk een schande dat wij hem niet eerder hebben ontdekt.’ Grip is een roman van een spel met verleden, met herinnering: ‘herinneringen kloppen misschien wel, maar hun waarde is niet absoluut. En dat is het addertje onder Enters gras.’ Deze vragen naar het verleden en de bijbehorende spanning is ingepakt in zinnen van grote schoonheid.
‘Wat een gift, wat een raadsel hoe je al die tijd alles paraat had – maar er zelden naar omkeek, vluchtig soms als naar een foto die je eens van een vergezicht had gemaakt; en dat je herinnering bedolven raakte onder knisperende laagjes nieuwe gebeurtenissen, boordevol mensen en vakanties en boeken en oudjaarvieringen en omwentelingen in de wereld en dat nu, domweg door Martins uitnodiging in te gaan en in een trein te stappen, een bries opstak die alle opgetaste tijd wegblies en je toonde dat het daaronder fris en levend bleek als twintig jaar geleden.’
Guus Bauer, Heimwee heeft een kleur
In 2008 verscheen van de hand van Guus Bauer de novelle De tuinman van niemandsland, een sprookjesachtige vertelling over een Boheems landschap, waarmee hij de aandacht van Recensieweb reeds wist te vangen. Eenzelfde sprookjesachtigheid weet de schrijver te pakken te krijgen in zijn nieuwste bundel novellen, Heimwee heeft een kleur, waarvan de recensie elke dag op deze website kan verschijnen: reden genoeg om hem Bauer bij dezen als ‘ontdekking’ te beschouwen.
Alle drie de novellen bevatten een verhaal uit het door de schrijver zo geliefde Oostblok, van voor en tijdens de val van het Ijzeren gordijn. Juist in de uitheemse, onalledaagse thematiek, waarin de Nederlands geboren auteur duidelijk goed thuis is, zit de reden van zijn uitverkiezing als ontdekking. Van de hier genoemde schrijvers is hij degene die het minst conventioneel, maar (misschien wel daardoor) ook het meest ‘imperfect’, het meest ‘incompleet’ aandoet. Zoals echter te lezen zal zijn in aankomende recensie: ‘Het valt hem te vergeven: Bauer trakteert ons op drie historische novellen, die ongewoon en vervreemdend overkomen – maar op een goede, indringende manier.’
Anil Ramdas, Badal
Intellectueel, essayistisch en geëngageerd, zo zou men het romandebuut van de in Nederland al twee decennia bekende Anil Ramdas (1958) het beste kunnen omschrijven. Maar Badal is meer dan dat, het is ook een volwaardige roman.
Het hoofdpersonage, dat dezelfde naam draagt als de roman, doet, al drinkend, schofferend en ronddolend in een realistisch Nederland vol bekende, ‘bestaande’ personen, een poging zijn – bijzonder controversiële – essays gepubliceerd te krijgen.
Aspecten die Ramdas’ essays typeren worden afgewisseld met zeer romaneske en zelfs klassieke aspecten, als ‘de val’ van de held. Het resultaat wordt in de recensie op onze site beschreven als een ‘kennisuitwisseling in de vorm van een modern socratisch gesprek, […] een speelse vertelling.’
‘Zo is Badal geenszins een column van vierhonderd pagina’s, want zoals Badal tijdens een voordracht stelt: “En ik vervolgde met waarom literatuur juist iets anders was dan een pamflet. Omdat die moest voldoen aan het elfde gebod dat Mozes uit zijn handen had laten vallen: ge zult uw medemens niet vervelen.”’
Zie op Recensieweb ook het interview van Simone van Saarloos met Anil Ramdas.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



