elders op recensieweb
opiniestuk
Stilleven door Peter van Eeden
opiniestuk
'Eindelijk, hier wil ik wonen'
opiniestuk
opiniestuk
Nagelaten werk van Jeroen Mettes
opiniestuk
Poëzie, druppel op een gloeiende plaat
opiniestuk
Het donker neemt telkens andere vormen aan
opiniestuk
Minder anekdotisch, meer introspectief maar niet minder donker
opiniestuk
73 en een van onze jongste dichters
opiniestuk
Poëtisch vakmanschap, maar geen rauwe, schurende poëzie
opiniestuk
Gedichtenwisseling tussen Bernlef en Tentije
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
De worsteling van het dichterschap
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Toegankelijke gedichten van Wouter van Heiningen
opiniestuk
Een schatkamer en een profetie
door Bouke Vlierhuis, 20 januari 2012
Ik had nog nooit van Margriet van Bebber gehoord, maar op pagina 11 van Oog in oog. Dichters in de Prinsentuin kwam ik haar gedicht ‘Ik nader het blauwe uur’ tegen en ik was verkocht. Deze Delftse dichteres/schrijfdocent zou de komende tijd zomaar eens voor een sensationele debuutbundel kunnen gaan zorgen.
Wat dat betreft is ze in deze bundel niet de enige. Als je in Oog in oog een naam tegenkomt die je nog niet kent zul je hem moeten onthouden, want dit bescheiden vormgegeven boekje is een schatkamer en een profetie.
Veel van het opgenomen talent heeft echter, in tegenstelling tot Van Bebber, nog wat tijd nodig om tot volledige ontplooiing te komen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Markus Haringa, Rinske van den Heuvel en Myrte Leffring. Maar ieder gedicht in deze bundel belooft iets en ook deze drie zijn zeker namen die u moet onthouden.
Nog zo’n naam: Mark van der Graaff. Hij staat in deze bundel met ‘Oefening’. Het is een prozagedicht, maar ik citeer het even met de regelval zoals die in de bundel is:
OefeningAlleen met hele dunne vingers, met pincetnagels scherper dan van katten,
kun je de dingen in hun nekvel pakken – bij de uiterste rand waar ze zich
overgeven en niet precies meer weten wat te zijn: lucht of lichaam. Bijna
zonder aanraken kun je ze daar optillen.Alle dingen ontstaan vanuit het midden. Ieder momen groeien ze tot de
randen weer aan, bouwen zichzelf in een pulserende beweging vanuit het
hart weer op, onzichtbaar voor het menselijk oog, maar katten zitten er
altijd naar te kijken.Kon je, zoals zij, turen zonder de ogen te sluiten, dan zag je dat de wereld
knippert – steeds opnieuw ontstaat, verdwijnt, verschijnt. Beheerste je het
flikkeren van je eigen lichaam, dan stak je je afwezige hand in de leegte,
in het gat waar de wereld net nog was en je terug zal keren om er in op te
gaan.
Verder zijn er een paar al-wat-grotere namen. Marjolijn van Heemstra, Anna de Bruyckere, Ellen Deckwitz, F. van Dixhoorn, Dennis Gaens, Jabik Veenbaas en Dirk Vekemans.
Gevestigde namen ontbreken ook niet. Zo is immers het programma van het festival altijd opgebouwd. Rutger Kopland, Jan Baeke, Vrouwkje Tuinman, Rien Vroegindeweij, Ester Naomi Perquin: of je nou naar het festival bent geweest of niet, er is werkelijk geen enkele reden deze bundel niet te bezitten.
Diverse dichters
Dichters in de Prinsentuin 2011
Kleine Uil
2011
ISBN 9789491065095
96 p.
€ 12,50
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



