Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen1

door Peter Blok, 21 mei 2005

Het vijfde en laatste hoofdstuk uit de nieuwe roman van Margriet de Moor, De verdronkene, heeft als titel ‘Responsorium’. Op het eerste gezicht is dit een merkwaardig slot. Met betrekking tot het lot van de hoofdpersonen resten slechts enkele vragen en de hoofdhandeling is afgerond.
Deze laat zich overigens met weinig woorden weergeven. De gebeurtenissen worden in gang gezet door een weekendreis die Lidy, een jonge vrouw en moeder, maakt op verzoek van haar zus Armanda. Voor haar in de plaats brengt zij een cadeau naar Zeeland en maakt daar de watersnoodramp mee. Een tweede verhaallijn wordt gevormd door de belevenissen van Armanda en haar familie. In het ‘Responsorium’ vindt tot slot een gesprek plaats tussen de twee zussen.

Bij het weergeven van de gebeurtenissen in Zeeland hanteert De Moor een aan Kundera verwante techniek: eerst trekt zij de contouren, het verloop van de gebeurtenissen is duidelijk, details volgen. Zo is het op de tweede bladzijde vrijwel zeker dat Lidy niet terug zal keren van haar reis omdat er sprake is van een ‘afscheid (dat) voorgoed was’. Door deze techniek schept De Moor een spanning die niet alleen afhankelijk is van de opeenvolging der gebeurtenissen. Het gaat dan niet meer om de afloop van een rampzalig weekend maar om zaken die daar bovenuit worden getild: hoe reageren mensen op elkaar, welke rol speelt het individuele verleden op zo’n moment. Dit betekent niet dat De Moor de couleur locale verwaarloost. De storm wordt zo pakkend weergegeven dat bij het onderbreken van het lezen de afwezigheid van geluid verbazing wekte. Meteorologische achtergronden worden meegedeeld via allerlei kanalen: van het polygoonjournaal en een weerkundige, tot een hoofdingenieur van Rijkswaterstaat. Daarbij werd het gevoel van ongeduld zoals verwoord door Lidy (‘goeiegenade, oké, maar hoe raak ik nu van die man af’), bij het lezen van deze realistische passages een enkele keer het mijne.

De verdronkene is maar in zeer beperkte mate een realistische roman. Dat blijkt uit de vervlechting van een enkele dagen durende winterreis van Lidy met zo’n 30 jaar uit het leven van haar zus; afwisselend volgen we enerzijds Armanda en anderzijds dat wat Lidy overkomt. De tijd loopt, zoals in het motto uit Terwijl ik op sterven lag van Faulkner, ‘als een bochtige draad parallel tussen ons in’. Door het op die manier thematiseren van tijd, komt de vervlechting van de twee verhaallijnen nergens geforceerd over en verdwijnt het verschil in tijd. De geconcentreerd weergegeven gebeurtenissen uit 1953 weerspiegelen het verloop van Armanda’s leven, haar ‘Familieroman’, zoals de titel van hoofdstuk V luidt.

De spiegeling tussen de twee verhaallijnen in De verdronkene wordt op veel niveaus herhaald. Veelvuldig verschijnen spiegels en spiegelingen en wat dit betreft is de verhouding tussen de twee zusters het meest dwingend. Zij zijn vrijwel elkaars spiegelbeeld en het tweetal nam ‘hoogstwaarschijnlijk wel met precies dezelfde blik’ waar. Lidy gaat in plaats van haar zus naar Zeeland en Armanda neemt Lidy’s rol over in Amsterdam. In dit verband is de volgende scène veelzeggend. Lidy bevindt zich met de dijkgraaf in een huis op het door de storm geteisterde platteland. Op dat moment blijkt het verleden voor haar geen enkele rol te spelen en de conclusie is ‘Het gemak waarmee je ene ik een stapje terug doet, voorrang verleent aan het andere’. En met dit soort overwegingen roept De Moor een aantal vragen op, die de kern van de roman vormen; vragen naar de verhouding tussen ‘al die ikken’, of het mogelijk is de plaats van een ander in te nemen en, indien dat gebeurt, wat dat voor gevolgen heeft.

In het ‘Responsorium’ spreekt Armanda over Lidy als over een bij haar ondergedoken zus, ‘Iemand die mijn leven lang met me mee heeft gekeken en meegeluisterd’ en stelt zo hun betrekking definitief vast. Wellicht is dat ook de betekenis van het laatste hoofdstuk. Het is een gesprek tussen de bijna overleden Armanda en haar verdronken zus. Daarmee is de scheiding tussen de twee verhaallijnen, verleden en heden, verdwenen. Het ‘Responsorium’ geeft niet een antwoord op alle vragen, maar moet misschien eerder in beschouwelijke zin worden opgevat: een herhaling van vragen en voorzichtige overwegingen met een bespiegelend effect. Als dat een van de bedoelingen van De verdronkene is, dan is Margriet de Moor daarin zeker geslaagd.
1) I. Meijer

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.