Borstendraagster heeft tenminste het hart op de goede plaats
door Luuk van Huet, 21 juni 2005
Laat je niet foppen door stamelende Zeemannen of ellenlange stukken in literaire bijlagen, beste lezer, want ik zal even wat verklappen: recenseren is niet bijster moeilijk. Het is lichamelijk geen zware arbeid, er is geen dreiging van wilde fauna (tenzij je de kat te lang geen brokjes geeft) en aangezien je zelf je tijd kan indelen zit de gemiddelde recensent hetzij ‘s middags in pyjama en met ochtendhaar voor de PC, hetzij ‘s nachts met een kegel van het kroegbezoek.
Als dit allemaal niet klopt, doe ik duidelijk iets fout, maar dat merk ik vanzelf dan wel.
En goed, een boek lezen is ook niet een Titanenklus, dus het enige probleem ontstaat bij de beoordeling ervan. Een briljant boek of een baggerboek zijn beide een klein presentje voor een recensent, aangezien het dan wel de grond in boren, dan wel de hemel in prijzen van een boek, mits de recensent over een redelijke woordenschat bezit, voor hem een eitje hoort te zijn.
Het probleem zit hem echter in het boek dat zich stevig in de middenmoot nestelt en daar op zoveel mogelijk aspecten blijft zitten. Een boek als Borstendraagster van Th. van Os, bijvoorbeeld.
In Borstendraagster volgen we de worsteling van patiënte Aggie van der Meer met borstkanker, terwijl tegelijkertijd een beeld wordt geschetst van de werking van het Medisch Universitair Centrum waar ze wordt behandeld en de strubbelingen van artsen, verpleegkundigen en bestuurders onderling. Dat Van Os zelf als arts werkt in de gezondheidszorg, zelfs in de klinische genetica, die in het boek een voorname rol speelt, doet het ergste vermoeden. Visioenen van een veredeld doktersromannetje met gewillige zusters en hunky artsen, die in bloemrijk proza tussen het redden van mensenlevens door hartstochtelijk de liefde bedrijven, benevelden mijn verwachtingen voordat ik de moed opvatte te gaan lezen. En tot mijn grote opluchting bleek Borstendraagster geen amateuristisch semi-autobiografisch werkje te zijn.
Een vergelijking met één van de beter geschreven ziekenhuisseries is niet misplaatst, gezien het caleidoscopische aantal personages dat op- en afgevoerd wordt en de nadruk die gelegd wordt op onderlinge verstandhoudingen.
Eén trucje dat Van Os echter consequent toepast en steeds irritanter wordt naarmate je verder leest, is bij de laatste verschijning van een personage een korte beschrijving te geven van hun verdere leven en vooral van hun doodsoorzaak en dan behaalde leeftijd. Om even een voorbeeld te geven uit mijn andere vakgebied: in Lola Rennt van Tom Twyker gebeurt iets soortgelijks, maar Twyker weet het gebruik ervan te beperken in het tweede en derde deel van zijn film.
Maar goed, één irritant trucje hoeft weinig invloed op de kwaliteit van een boek te hebben, en verder heeft het dat ook niet. Van Os heeft een plezierige schrijfstijl die gemakkelijk wegleest, waardoor de 367 pagina’s redelijk vlot om zijn. Maar het gevoel beklijft dat Van Os gemakkelijk zijn werk had kunnen inperken met een paginaatje of honderd, aangezien de hoeveelheid kwalitatief hoogstaand materiaal iets te mager lijkt om een dergelijk lijvig boek te ondersteunen. Er zijn weinig grove fouten in het werk van de schrijver te ontdekken, maar de personages, de dialogen, de beschrijvingen en al het andere wil de middenmoot maar niet ontstijgen. Ze beklijven niet, er zijn geen passages die door je hoofd blijven spoken, noch prachtige zinnen die je uit je hoofd leert om met vrienden en bekenden te delen.
Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de aankoop van een roman waarin zoveel werk is gestoken en die bewonderenswaardig weinig fouten vertoont in zijn uitvoering, af te raden.
Ik durf echter ook niet de aankoop van een roman die lijdt aan een gebrek aan spontaniteit, vernuftigheid en poëzie aan te raden.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



