Sjuul Deckwitz
Onfortuinlijke meisjes
(2005)
Querido
228 pagina's
€ 17.95
ISBN 9021456451
oordeel
andere recensies
Ontwricht door een reusachtige penis
door Eveline Vink, 13 september 2005
Twee Amsterdamse vrouwen van middelbare leeftijd, tegen wil en dank al decennialang bevriend, gaan samen een paar dagen naar Zuid-Frankrijk. Victorine (‘Vic’) is net door haar man verlaten, en eist min of meer dat Lexia meegaat naar haar Franse huis in Pargadin. Rosa, Vics onredelijke negentienjarige dochter, rijdt ook mee. Als ze halverwege de reis een nachtje logeren langs de autoroute, ontdekken ze dat een oude bekende in hetzelfde hotel verblijft. Deze Uco van Molenzweck de Slichte (aan typische namen geen gebrek in deze roman), is de ongelukkige drager van een penis met absurde afmetingen, waardoor een gewone seksuele relatie voor hem niet is weggelegd.
Vic leer je al snel kennen als een decadente vrouw met een dure smaak, onverdraagzaam en egocentrisch. Haar vriendin Lexia is net als Vic een elitair type, maar wordt door Deckwitz veel redelijker en sympathieker neergezet. Een beetje op het engelachtige af, zo makkelijk als ze de rebelse Rosa zover krijgt haar heavy metaluitrusting aan de wilgen te hangen. Haar adoratie voor de simpele barvrouw uit het Franse dorpje draagt bij aan deze beeldvorming. Lexia ergert zich aan Vics doelloze leven en de ruzies tussen moeder en dochter. Het is Vics promiscue karakter dat er uiteindelijk toe leidt dat ze in het hotel verkracht wordt door Van Molenzweck, en naar het ziekenhuis moet om de schade die zijn enorme lid aanbracht, te laten herstellen.
In Pargadin aangekomen blijkt de engerd hen gevolgd te zijn. Het lijkt hem vooral om Lexia te gaan. Hij valt haar lastig met bedreigende telefoontjes en een in bloed geschreven briefje. Met het bewijsmateriaal gaan Vic en Lexia naar de politie. Daar blijkt dat Van Molenzwecks befaamde ‘brandslang’ onbeheersbaar is. Hij vergrijpt zich met regelmaat aan jonge meisjes, die het uitgillen van de pijn. Door een wurggreep verlost hij ze snel uit hun lijden, waarna hij ze begraaft onder een struik. Al gaat de politie direct op zoek naar deze misdadiger, ze kan niet voorkomen dat Lexia toch nog door Van Molenzweck belaagd wordt. Iemand slaat hem met een schop op zijn achterhoofd, waardoor Lexia aan de dood ontsnapt. Wie dat was, komen we nooit te weten.
Origineel is het wel, de problematiek waar Uco van Molenzweck mee kampt. Een gigantische, ontembare piemel blijkt toch niet zo fijn als veel mannen wellicht denken. De verklaring dat Van Molenzweck alleen door seksuele frustraties een verkrachter en moordenaar is geworden, is helemaal niet geloofwaardig. Zijn karakter als serieverkrachter is wat onevenwichtig neergezet. Hij komt vaak klungelig zielig over, als een miskend jongetje dat andermans speelgoed stukmaakt om aandacht te krijgen, terwijl hij wel als een professional te werk gaat. Hij heeft toch een dozijn lijken weten te verbergen, en wist de politie altijd om de tuin te leiden. Hoewel de schets van zijn persoonlijkheid goed is opgezet, strookt die niet met zijn handelen.
De stijl waarin Sjuul Deckwitz het verhaal vertelt, irriteert soms. Het lijkt of ze de gekozen verteltrant krampachtig vasthoudt om het boek vlotter te maken, maar het niet haar eigen stijl is. Een enkele keer schiet er een prachtig woord tussendoor (fladderhart, noemt Lexia haar eigen, door een hartziekte onberekenbare, hart), maar vaak komen er misbaksels van zinnen uit tevoorschijn. Te ingewikkeld, te onecht: ‘Want de door haar man Alfred plotseling aangekondigde scheiding, hoe riant die financieel ook zou uitvallen, had er, ze was nauwelijks te verstaan geweest, “flink ingehakt”.’ Als zinnen die de kern van een hoofdstuk vormen herlezen moeten worden, voor ze in hun volledigheid doordringen, is dat geen enkel probleem. Maar wanneer futiliteiten verpakt worden in oerwouden van komma’s en bijzinnen, vergaat je de zin tot lezen. Gelukkig was het niet een constant probleem, eerder een terugkerende ergernis.
Met name de middelmatige uitwerking maakt dat Onfortuinlijke meisjes een beetje oppervlakkig overkomt, zoals het karakter van Vic: veel blabla, weinig inhoud. Dat is niet eerlijk, want er is wel inhoud, maar door de overdreven aandacht voor de vorm dreig je dat over het hoofd te zien. Desondanks kon dit niet meer verpesten dat Onfortuinlijke meisjes toch best leesplezier gaf, en de afstand tussen mij en de fine fleur van Amsterdam kon niet voorkomen dat ik me zo nu en dan in de schoenen van de personages voelde staan. Onfortuinlijke meisjes is geen topboek, maar best een aardige poging.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



