Tessa Leuwsha
De Parbo-blues
(2006)
Augustus
175 pagina's
€ 16.50
ISBN 9789045702339
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Prille liefde verscheurd door Surinaamse plantage
recensie van Solo, een liefde
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
andere recensies
Zoektocht naar een vader in snippers
door Anna Kaal, 18 september 2005
‘The greatest thing you’ll ever learn, is just to love and be loved in return’ luidt het citaat van Eden Abbez en Nat King Cole waarmee de Surinaams-Nederlandse schrijfster Tessa Leuwsha haar debuutroman opent. Een raak citaat, want naast de zoektocht naar een identiteit die tussen twee verschillende culturen verloren is gegaan, handelt De Parbo-blues ook over de zoektocht van een dochter naar liefde en begrip voor haar vader. Het is deze liefde die haar zowel woedend als nieuwsgierig maakt naar het gedrag en de beweegredenen van haar vader. Daarnaast klinkt het citaat als een ijzig galmende echo van verloren geluk naast de twee bittere huwelijken die in het boek worden beschreven.
In de jaren zestig laat de Surinaamse Henry Charmes zijn ouders in de krottenwijken van Paramaribo achter in de hoop in Amsterdam een eigen plek en toekomst te vinden. Hij trouwt een Nederlandse vrouw en begint een gezin. Ondanks een goed leven wordt hij verteerd door heimwee naar zijn geboorteland. Voor de buitenwereld lijkt hij een vrolijke, ingeburgerde Surinamer, voor zijn gezin verandert hij in een stugge ‘neger die wit doet’ en die zijn toevlucht zoekt in bluesplaten en joints. Na zijn overlijden reist zijn dochter Anna af naar Suriname om zijn as uit te strooien. Daar probeert ze meer te weten te komen over het verleden van haar vader, de man waar ze zo tegen opkeek, maar die langzaam veranderde in een vreemdeling. Door Anna’s zoektocht worden de levens van grootouders Prince en Heline en haar vader Henry, die haar roots vormen, opnieuw verteld.
Zowel de relatie van Prince en Heline als die van Henry en Anna’s moeder Johanna, verliezen de passie waarmee ze ooit begonnen en vervallen in een combinatie van wanhoop en haat, met hun kinderen als onschuldige toeschouwers. Terwijl flarden van deze ontwikkelingen de revue passeren – gebaseerd op Anna’s herinneringen en die van Henry’s Surinaamse vriend Alfred Breeveld – klinkt geleidelijk aan het schrijnende besef dat Anna’s vader niet een sterke en geweldige man was, maar een zoekend, onzeker mens zonder thuishaven die zich noch bij zijn gezin in Nederland, noch in Suriname voelde horen.
Het is schemerig geworden. In de verte varen lichtjes voorbij. Op de radio nog steeds de blues, B.B. King. ‘The thrill is gone,’ scheurt zijn stem door de kamer. ‘The thrill is gone away from me.’ Mijn vader moet dat overkomen zijn: een sensatie die afnam, de ultieme verovering alledaags geworden. Dat zag je aan zijn houding, aan de manier waarop hij naar mijn moeder kon kijken.
De Parbo-blues is een verzameling fragmenten, kort en niet-chronologisch als herinneringen, uit het leven van de familie Charmes, verteld vanuit het perspectief van Anna. In eenentwintig hoofdstukken wordt de lezer sfeerbeelden voorgelegd, of ‘snippers waaraan ik hun verhaal zou kunnen optrekken, waardoor ik mijn vaders jeugd kan inkleuren, emoties kan voelen, gezichten kan zien, straten kan ruiken.’ Leuwsha gebruikt daarbij veel Surinaamse uitdrukkingen, kiest zorgvuldig haar woorden en creëert mooie beelden. Af en toe raakt de balans tussen goed getroffen vergelijking en functionele beschrijving helaas zoek. Fragmenten waarin Prince zijn buitenvrouw als een kameeldrijver berijdt en beschrijvingen van Anna die haar vader masseert – ‘Ik nam schrijlings plaats op de heuvel van zijn zitvlak’ – klinken gekunsteld.
Daarnaast gebruikt Leuwsha een interessante schrijfstijl. In rap tempo wisselen verleden tijd en tegenwoordige tijd elkaar af in de weergave van de herinneringen. Deze verteltechniek, waarbij men van een afstand inzoomt op een gebeurtenis, lijkt een invloed van de tori, de Surinaamse orale vertelstijl die Anna aan het begin van haar zoektocht introduceert. Het resultaat is een soms rommelige tekst die levendig is, maar niet iedere lezer zal bevallen.
Ter ondersteuning van het thema van de zwarte man in een blanke wereld, zit het boek vol met verwijzingen naar het contrast tussen zwart en wit, donker en licht. In sommige gevallen werken deze vergelijkingen prima, in andere – ‘Kijk hoe hij zich verlekkert aan de bleke aardappelen en het witte vlees van de kip’ – lijkt het alsof Leuwsha iedere mogelijkheid aangrijpt om dit thema op de voorgrond te plaatsen. Ondanks dat, is de debuutroman van Leuwsha een sterk verhaal over familie, liefde en identiteit geworden, zonder zeurderige passages of clichés. Het is een menselijke afschildering van de zoektocht van dochter Anna naar haar vader en het omarmen van haar eigen multiculturele achtergrond.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



