De duivel doolt door Scheveningen
door Mark Ponte, 4 november 2005
‘Men schrijft dus niet wat voor het schrijven is ontstaan, men schrijft wat door het schrijven wordt bepaald.’ Soms is het alleen al zo’n zin die het lezen van een roman de moeite waard maakt. Zo’n zin overstijgt het boek: een algemene opvatting over wat schrijven is. Een opvatting die ook recensenten, journalisten en andere non-fictieschrijvers tot nadenken zou kunnen zetten over hun ‘schrijverijen’. Willem Brakmans zesendertigste roman Moenens luchtige sprongen bevat veel van dit soort overpeinzingen, zijsprongen, en vooral veel interpretatiemogelijkheden. Een roman die het overpeinzen meer dan waard is.
De naam ‘Moenen’ (‘metter eender ooghe’) komt uit het middeleeuwse verhaal Mariken van Nieumeghen. In ruil voor het leren van de talen en de zeven kunsten verkoopt Mariken haar ziel aan duivel Moenen. Als Mariken (op last van Moenen inmiddels Emmeken geheten) na zeven jaar spijt krijgt van haar zondige leven met de duivel, wordt Moenen zo kwaad dat hij haar meesleept de lucht in en van grote hoogte naar beneden laat vallen.
In Moenens luchtige sprongen worden op een luchtige manier bijbelverhalen in de war geschopt. Moenen met zijn ‘guitenstreken’ onderhoudt een vriendschap met de Woestijnman (in de roman ook wel ‘Heerejee’, ‘Heiland’, ‘Grote Bemiddelaar’, ‘Gekruisigde’ genoemd). Nou ja vriendschap, ze trekken veel met elkaar op. God en duivel zijn als mensen op aarde haast op elkaar aangewezen. Jezus wordt niet door de Duivel op de proef gesteld in de woestijn, maar komt bij hem bedelen om een glaasje water. Moenen is een vreselijke kletskous, hij ratelt maar door, heeft genoeg te vertellen, maar geeft nooit de informatie prijs die van hem gevraagd wordt. Hij komt in een gekkenhuis, hobbelt even later weer kerk in kerk uit en neukt er natuurlijk lustig op los. Zo doolt hij op aarde, of tenminste door Scheveningen en omgeving. En hij komt altijd de ‘Woestijnman’ weer tegen. Zo’n luchtige kwebbelende Moenen met vaak vrolijke duivelse streken is toch andere koek dan uit kwaadheid een jong meisje van grote hoogte naar beneden laten vallen. .
En ja, waar zou een duivel zich nog druk over maken als hij rustig op een bankje kan zitten en zien dat vreemde soldaten zich misdragen en geheim agenten dicht langs de muren sluipen. ‘Dat was mijn ingeving, het ging niet meer om de hel en al haar verschrikkingen en verborgen verrukkingen. Dat had afgedaan, was vergeten, verwaaid, verzonken, uit het oog verloren, teloorgegaan. De hel was nu opgenomen in de normaliteit van het heden, weliswaar nog gluipend, sluipend, loerend en fluisterend, maar ook met luchtige sprongen en fonkelend oog.’. De hel is geen afschrikwekkend voorbeeld meer. Daar leven we, tot ons genoegen, midden in.
En het is allemaal nog erg geestig geschreven ook, de verwisseling van vader en ‘Vader’ bijvoorbeeld: ‘Als Hij thuiskomt roepen wij Hem immer onze dank toe: daar is Onze Vader, gelijk in den Hemel alsook op de aarde, wat hem altijd knap saggerijnig [sic.] maakt.’ En wat te denken van het ‘beloofde strand van Scheveningen’?
Toch moet er ook nog wel een kanttekening worden geplaatst, want waar Moenen met Mariken slechts één keer de lucht inspringt en haar weer op aarde gooit, doet Brakman dat in Moenens luchtige sprongen voortdurend met de lezer. Zo raakte ik in de eerste helft regelmatig de draad kwijt door moeilijk te volgen gedachtesprongen. Veel later in de roman zegt Moenen georiënteerd te zijn in ‘tijd, plaats en personen’. Maar hij springt zo van tijd, plaats en persoon, dat het voor de lezer in eerste instantie lastig oriënteren is: wie vertelt hier nu eigenlijk? De duivel, een verteller, of een oude verwarde man die terugkomt in zijn geboortedorp? Het vereist misschien wat doorzettingsvermogen om zover te komen, maar ongeveer halverwege, na Moenens duivelse preken, krijgt het verhaal steeds meer lijn, en wordt ook het voorgaande veel duidelijker. Gewoon doorlezen dus, want het is de moeite waard. Lees het, herlees het, maak er ook je eigen verhaal van en vergeet vooral ook Mariken van Nieumeghen niet.
NB. Een becommentarieerde versie van Mariken van Nieumeghen
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


