Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Onschuld en vergiffenis

door Remco de Ridder, 4 november 2005

Een pasgeborene treft geen blaam. Het is de onschuld in levende lijve. Te vergelijken met een onbeschilderd linnen doek, de verteller in Specht en Zoon, de jongste roman van Willem Jan Otten.

Felix Vincent schildert portretten. En hoe. Iedereen die iets voorstelt en zich wil laten portretteren zit drie sessies lang in het atelier van het jonge schildertalent. Hij schildert naar het leven, zo claimt hij. Groot is de schok en de uitdaging dan ook als Specht, baggermagnaat, hem vraagt: ‘Werkt u ook naar de dood.’ Specht komt met de opdracht zijn zoon te schilderen. Zijn dode zoon wel te verstaan. Specht vertelt Vincent dat hij hem heeft verkozen omdat hij mensen in zijn portretten kan laten leven. Vincent neemt de opdracht aan. Het geld dat hij ermee kan verdienen geeft hem immers de kans zijn geliefde Nimmerdor, de plek in het bos waar hij leeft en werkt, van de familie van zijn vriendin over te nemen.

Wat volgt is een zoektocht naar antwoorden. Vooral op de vraag: hoe vang je onschuld in een portret? Hoe schilder je een onschuldig zwart jongetje gered uit het geweld van Sierra Leone? Hoe schilder je het kind op zo’n manier dat je er een leven mee redt, namelijk dat van de vader. Aan de hand van zintuiglijke observaties van het doek lezen we hoe de schilder worstelt met de onmogelijke taak een dode weer tot leven te wekken. Vincent heeft slechts foto’s en kwalitatief inferieure videobeelden om zijn afbeelding op te baseren. Maar het is uiteindelijk een gebeurtenis uit zijn eigen verleden die hem inspireert.

Een bijbelkenner zou met het uitschrijven van elke verwijzing naar het christendom in Specht en Zoon een meer pagina’s tellend karwei op zich nemen dan de roman zelf. Willem Jan Otten zoekt naar onschuld en vergeving. Het onbeschilderde doek vraagt zich af wat het zal worden, wie het zal dragen, net als een mens. Wanneer het schilderij af is heeft het doek een identiteit, namelijk die van Singer, de adoptieve zoon van Specht. Het doek zoekt bevestiging van die identiteit. ‘Wie ziet mij, alsjeblieft, wie maakt dat ik besta,’ zo jammert het na voltooiing. De religieus-filosofische inslag is niet ver te zoeken. Bestaat iets (of iemand) wel als het niet gezien wordt, is de vraag die Otten zich herhaaldelijk stelt. Wat is toch die zoektocht naar erkenning, naar onschuld, naar een vader?

Het vertelperspectief van Specht en Zoon is uniek. De naïviteit en kinderlijke nieuwsgierigheid waarmee het doek met terugwerkende kracht observaties beschrijft maakt dat de roman een luchtigheid uitademt die op grond van de behandelde materie niet zou worden verwacht. De knappe beschrijving van handelingen en gebeurtenissen geeft de welwillende lezer de mogelijkheid zelf verbanden te leggen. De originele stilistische greep brengt echter ook inconsequenties met zich mee. Zo weet het doek niet wat een spiegel of een oprijlaan is, maar bedient het zich tegelijkertijd van een vocabulaire waar de gemiddelde Nederlander u tegen zal zeggen.

Specht en Zoon is zonder twijfel een knap geschreven boek. De gehanteerde stijl voorkomt een pretentieuze vergelijking met christelijke motieven. Ze zijn er wel, maar nooit geeft Otten de indruk dat hij vanuit een dogmatische terminologie antwoorden heeft op de vragen des levens. De ‘Schepper’ poogt een leven te herstellen opdat hij er een redt, in naam van de liefde van een vader voor zijn zoon. Als hij zijn werk door aantijgingen van pedofilie jegens de oude Specht in rook ziet op gaan is daar wederom een geboorte. En wederom begint een zoektocht. Een zoektocht die niet eindigt bij de vader, maar begint bij de zoon.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.