Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

In stilte volop aanwezig

door Judith Mulder, 8 november 2005

‘De kinderen weten niet wanneer ze zich voor het eerst realiseren dat ze een “melodramatische” familie zijn. Misschien gaat het geleidelijk,’ schrijft Manon Uphoff (1962) halverwege haar onlangs verschenen roman Koudvuur. De lezer daarentegen weet al vrijwel direct dat we in dit werk van Uphoff – net als in de rest van haar oeuvre – met een problematische familie te maken hebben die vrijwel geïsoleerd leeft.

De hoofdpersoon Ninon, haar broertje Sasja en zusje Lime zijn respectievelijk nummer tien, elf en twaalf in het gezin Borgkin. Met zijn drieën ontdekken ze dat het in hun thuissituatie niet louter rozengeur en maneschijn is. Zo kampt de kettingrokende moeder met een oorlogstrauma, dat zij heeft opgelopen in de Tweede Wereldoorlog. Haar leven wordt beheerst door ‘stemmingen die door het huis trekken als vlagen van de noordenwind’. Aandacht voor haar kinderen heeft ze nauwelijks. Door de zelfmoordneigingen van de moeder, die vooral de vader tot wanhoop drijven, heerst er voortdurend een dreigende, onveilige sfeer. Deze wordt bovendien vergroot door de traumatische herinneringen van de oudere gezinsleden aan Kaj-indehemel, die bij een ongeluk op jonge leeftijd om het leven kwam. De relatie tussen de vader en de moeder kan gekenschetst worden als vijandig en hatelijk, maar beiden weten dat ze voor de rest van hun leven afhankelijk zijn van elkaar. Ten slotte zorgt zus Toddie regelmatig voor problemen door steeds weer met de verkeerde man thuis te komen en heeft de gehandicapte Ferdinand – lichamelijk volwassen, maar mentaal een kind – veel zorg en aandacht nodig.

Ninon, de slimste en meest literaire telg uit de familie, vertrouwt haar verhalen toe aan het papier. Zij wil als tienjarig meisje reeds afstand nemen van het huis, het geheel niet zorgeloze gezin. Zij ontvlucht alle ellende, verblijft veel buitenshuis en experimenteert volop met seksualiteit, hetgeen resulteert in de vroegtijdige ontmaagding door een wildvreemde zakenman uit Hongkong. Uphoff brengt Ninons poging om afstand van haar thuisfront te nemen tot uiting door de karakters op abstracte, onpersoonlijke wijze op te voeren. Zo duidt zij Ninon consequent met ‘het meisje’ aan en worden haar ouders steevast omschreven als ‘de moeder’ en ‘de vader’. Het oogt vreemd dat Uphoff voor zo’n persoonlijk familiedocument niet de ik-vorm gekozen heeft. Toch werkt juist het observerende karakter van Ninon, die als buitenstaander haar familieleden leert kennen en beoordeelt, distantiërend ten opzichte van de andere personen in het boek. Hierdoor bereikt de auteur het beoogde effect; zij weet de ontwikkeling van Ninon, die zich gaandeweg probeert los te maken van haar familie, goed weer te geven.

Het verdriet en het onvermogen van de afzonderlijke familieleden om een hecht en gelukkig gezin te vormen, krijgen – naast het observerende karakter van Ninon – verder vorm door de sobere, ingetogen stijl. Uphoff beschrijft de pijnlijke gezinssituatie van binnenuit in heldere bewoordingen, die weinig interpretatie behoeven. Hiervan getuigt onder meer onderstaand citaat, waarin de vader reageert op de zoveelste aankondiging van de moeder dat ze een eind aan haar leven wil maken.

‘“Dreig me er niet meer mee!” roept de vader op een nacht van achter de muur. “Als je wilt springen zet ik het raam voor je open.”
’s Ochtends vinden de kinderen de vader in elkaar gedoken in de fauteuil in de erkerkamer met zijn colbertje over zijn knieën als iele deken.”’

Prijzenswaardig aan deze roman is de bondige stijl waarin Uphoff al dit verdriet vorm weet te geven. Het verhaal verzandt nooit in uitvoerige beschrijvingen en clichématige opmerkingen over de Tweede Wereldoorlog, of over wat er allemaal mis is met Ferdinand. Ook de details over de dood en het verdriet van Kaj-indehemel worden slechts zijdelings genoemd. Het resultaat is een uitstekend psychologisch familiedocument waarin de feiten volledig voor zich spreken.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.