Herman Brusselmans
Zijn er kanalen in Aalst
(2005)
Prometheus
192 pagina's
€ 12.50
ISBN 9044607243
oordeel
elders op recensieweb
De beste remedie tegen depressies
recensie van De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa
recensie van Muggepuut
Buitensporig grappige omleidingen op weg naar een nieuwe titel
recensie van Toos
Brusselmans neemt weer weinig bedenktijd
recensie van Een dag in Gent
recensie van Kaloemmerkes in de zep
Lang van haar, lang van adem, lang van stof
recensie van Mijn haar is lang
recensie van Trager dan de snelheid
recensie van Van drie tot zes
opiniestuk
Bouquetreeks voor de verbitterde man
door Anna Kaal, 16 november 2005
We bevinden ons in Brussel in het jaar 1986. Hier wordt Eduard Kronenburg dagelijks netjes door zijn vrouw afgeleverd op het werk, het ministerie van A&T (Arbeid en Tewerkstelling), alwaar hij de ondankbare taak heeft de werklozenadministratie bij te houden, lees: 50,000 werklozen bellen met de vraag of ze inmiddels misschien het loodje hebben gelegd. Daarnaast vult hij zijn dagen met bier zuipen, ‘schone wijven tellen’, vreemdgaan, roken en het zwelgen in een verliefdheid voor één van zijn collega’s, om zich aan het eind van de dag ladderzat door zijn vrouw huiswaarts te laten rijden. Dat is de achtergrond waartegen Brusselmans tragische liefdesroman uit 1987 zich afspeelt. Zijn er kanalen in Aalst? is het vijfde boek in de reeks Nieuw Verzameld Werk waarin de vroege boeken van Brusselmans in nieuwe uitgaven verschijnen.
Dat de werken van Brusselmans verschillende reacties uitlokken, is mild gezegd: de één vindt zijn romans geweldig, de ander vreet de pagina’s van narigheid liever op. Toch eindigde de zelfbenoemde ‘Mooie Jonge Oppergod van de Vlaamse letteren’ vorig jaar als 39ste in de top 100 Belgen van 2004 en is hij met meer dan veertig titels een van de best verkopende schrijvers van Vlaanderen. Daarnaast verschijnen zijn provocerende columns in een groot aantal tijdschriften en is hij een veel geziene gast in talkshows. Brusselmans’ werk staat bekend als sterk autobiografisch met niet al te vrolijke beschrijvingen van drank, seks, verveling en lusteloosheid.
Zo ook in Zijn er kanalen in Aalst? De Brusselse kantoorwereld wordt gekenmerkt door negativiteit en sleur en de werkdagen van Eduard Kronenburg lijken nog het meest op een flauwe episode van ‘The Office’. Dat uit zich in voorspelbare kantoorhumor vol ‘kut’ en ‘godverdomme’ en saaie kantoormaatjes. Collega Krank is een onzekere sul, collegae Dolf en Kamiel fungeren als Eduard’s drinkmaatjes, en collega Mabiche als nieuwste love-interest (oftewel, hèt lekkere ding van de afdeling). Vrouwen krijgen de meest fantasieloze namen (van Kiss Kiss en Sunshine tot Vochtige Kut) en verder draait Eduard zijn werkuren slaafs af terwijl hij zich bezighoudt met verbitterde observaties. Dat zijn vooral deprimerende overpeinzingen met betrekking tot zichzelf, want ook aan onze laffe held zit kraak noch smaak. En dat weet hij.
Veel meer dan dat heeft Zijn er kanalen in Aalst? niet te bieden. De enige ‘spanning’ die de lezer vergund is, is samen met de hoofdpersoon en zijn blikje Jupilerbier in puberale onzekerheid wachten tot de mooie collega Mabiche van haar etage naar de zijne afdaalt om hem te overladen met zoete clichéwoorden en strelingen. Af en toe lijkt het of Brusselmans met zijn beschrijvingen van Eduards gesmacht opteert voor een op mannen gerichte versie van de Bouquetreeks: “Vol wanhoop was hij, met beelden in z’n hoofd van Mabiches omhelzingen en de geur van haar haar en het kleine moedervlekje op haar neuspunt”. Daarnaast zorgt het plotselinge optreden van Brusselmans zelf op een terrasje in Brussel voor een kleine opleving in het dagelijkse gezeik dat we met Eduard mogen delen.
Deze passiviteit en verveling maken dat je je als lezer constant afvraagt, ‘waarom?’. Waarom blijft Eduard in lusteloosheid hangen? Waarom vervalt iedereen in dezelfde saaie levenswijze? Wat bezielt Gloria (Eduards vrouw) dat ze ondanks alles nog steeds met de eikel getrouwd is? Man, doe er wat aan! Zoals Eduard zelf zegt, “Wie vrouw is en een tijdje in mijn bijheid vertoeft wordt dood en doodmoe…. [...] M’n moeder, Gloria, Mabiche. De Vermoeiden”. Inderdaad, Brusselmans roman ìs doodvermoeiend. Het kan zijn dat dat precies is wat Brusselmans met zijn werk teweeg wil brengen. In een interview beweerde hij ooit: “Het leven heeft geen zin, en juist dat is de zin. En daar schrijf ik mijn boeken over. En nog één, en nog één.’’ Geweldig Herman, maar met _Zijn er kanalen in Aalst? _doe je niemand een plezier. Positief ingestelde lezers zullen zich constant ergeren; de meer verbitterden onder ons herkennen zichzelf in de hoofdpersoon, en of dat nu zo fijn is…… Hoogstaande literatuur levert het in ieder geval niet op; slechts een oneindige dosis vervelende, bittere spot. “Hoe loopt het af, Herman?” vraagt Eduard de schrijver op het Brusselse terras. “Het loopt niet af, makker, het gaat eeuwig door”. Alsjeblieft niet zeg!
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



