Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

In Gipharts Gala is de dood een feest

door Brenda Peeters, 29 november 2005

‘Styx – leven en dood in de letteren’ was het motto van boekenweek 2003. Met zijn boekenweekgeschenk Gala laat Ronald Giphart zien dat de grens tussen leven en dood flinterdun is. Hoewel de novelle duidelijk maakt dat het leven zomaar voorbij kan zijn, is Giphart er niet in geslaagd om het thema van de dood uit te werken.

Het bedrijf Mijn Mensen, dat Nederlandse acteurs en actrices vertegenwoordigt, bestaat vijftien jaar. Ter ere daarvan wordt er een groots gala georganiseerd. Drie weken voor het feest wordt er bij de tweeënveertigjarige eigenaar en oprichter van Mijn Mensen, Panc, een hersentumor gevonden. Hij overlijdt, maar op zijn aandringen gaat het feest toch door. Het gala krijgt echter wel een heel vreemd verloop als allerlei goed bewaarde geheimen uitkomen en er een strijd uitbreekt om de overname van het agentschap.

In 89 pagina’s1 laat Giphart Meija, een jonge actrice uit de stal van Mijn Mensen, vertellen over de gebeurtenissen tijdens het gala. Op advies van haar vader doet ze dit in de vorm van een brief aan de inmiddels overleden Panc. Meija is een van de actrices die Panc onder zijn hoede heeft genomen. Hoewel Panc al jaren gelukkig getrouwd is met de Amerikaanse Elaine, heeft de man voor zijn dood een affaire gehad met de jonge actrice. Deze affaire blijkt echter publiek geheim te zijn. En niet alleen Panc, maar ook een heleboel andere personages in de novelle blijken geheimen te hebben.

Als je Gala leest zonder te weten wat het thema van de boekenweek is, zou je misschien denken dat dit boek over vreemdgaan gaat. Al op de derde pagina lezen we: ‘Ik denk dat iedere vrouw onder de tachtig ooit in een fase komt waarin het bijna onmogelijk is geen affaire met een getrouwde man te hebben, haakje openen, en daarnaast denk ik dat er geen man van onder de tachtig is die nooit in een fase komt waarin het bijna onmogelijk is geen affaire met een andere vrouw te hebben, haakje sluiten.’

‘Je hebt één leven en daarin moet het gebeuren, je hebt één kans om er wat van te maken.’ Een niet heel origineel idee is in Gala op een grappige, maar weinig ontroerende manier uitgewerkt. Dat is typisch Giphart: ook zijn eerdere werken bevatten de nodige humor, maar ik betwijfel of deze schrijver het hart van de lezer met Gala ook echt weet te raken. Het verhaal blijft oppervlakkig doordat Giphart voornamelijk gebeurtenissen beschrijft en de karakters van belangrijke personages niet uitwerkt.

Hoewel het in de novelle vooral gaat om de geheime verhouding tussen Meija en Panc, komt de lezer meer te weten over Fräser, de vriend van Meija. De oplettende lezer zal de stevige Edgar Fräser herkend hebben uit Gipharts debuut Ik ook van jou. Fräser is een sympathieke vent die drie dochters uit een vorig huwelijk heeft. Hij heeft een behoorlijk grote bek en een klein hartje. De drie eigenschappen van Fräser – haar Grote Liefde – waarvoor Meija gevallen is zijn zijn verbale onbesuisdheid, zijn aandoenlijke grootspraak en zijn overstelpende vriendschap. Het zijn vooral de uiterst vermakelijke scènes met Fräser die Gala de moeite van het lezen waard maken.

Als een rode draad lopen de voorschriften van Baltasar Gracián door het verhaal. Meija heeft van haar vader Handorakel en kunst van de voorzichtigheid cadeau gekregen, ‘een helder werkje uit 1647 met driehonderd praktische en vaak ontwapenend cynische wenken hoe goed te leven en hoe om te gaan met de boosaardigheid van de kwaadwillende klootzakken die ons omringen’. Uit deze adviezen leert Meija hoe het leven écht in elkaar zit: het is niet enkel rozengeur en maneschijn.

Graciáns 76e voorschrift luidt: ‘Niet voortdurend schertsen. Het verstand kenmerkt zich door ernst. Wie altijd grapjes maakt, wordt niet ernstig genomen. Niets is zo storend als voortdurende geestigheid.’ Giphart lijkt deze raad niet bepaald ter harte te hebben genomen. Als er iemand voortdurend grapjes maakt, dan is hij het. Gipharts moeiteloze stijl in combinatie met de luchtige houding die kenmerkend is voor ongeveer alle personages, geeft de novelle een anekdotisch karakter. Gala lijkt een ideaal boekenweekgeschenk dat door de grote massa lekker kan worden weggelezen. Maar juist door deze lollige manier van vertellen krijgt het verhaal nergens diepgang. Nergens wordt het boek ontroerend of raakt de lezer vertederd.

Toch bevat Gala niet alleen grappige passages. Een link naar de maatschappij van vandaag wordt gelegd in enkele kritische passages. Zo stelt Giphart het feestelijk rouwbeklag ter discussie. Meija vraagt zich af of het wel juist is om het gala te laten doorgaan nu Panc dood is. En: hoe verdrietig mag je zijn als minnares? Met een verbeten opgewektheid viert iedereen feest, alle remmen gaan los. ‘De zaal gaat plat. Elaine glimlacht. Ze zit nog net niet te zwaaien. Zo zou Panc het gewild hebben.’

1) Deze recensie is geschreven op basis van het (dunner uitgevoerde) boekenweekgeschenk.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.