Marek van der Jagt
Gstaad 95-98
()
De Geus
316 pagina's
€ 12.50
ISBN 9789044500769
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Gstaad 95-98 is lekker onsmakelijk
door Brenda Peeters, 30 november 2005
‘Niemand heeft recht op de waarheid.’ Het zijn de woorden waarmee de enigszins krankzinnige François Lepeltier zijn catalogus van noodzakelijke en minder noodzakelijke zonden besluit. Deze betekenisvolle woorden vormen ook de laatste zin van Gstaad 95-98, de tweede roman van Marek van der Jagt. Een opmerkelijk einde van een opmerkelijk boek, geschreven door een minstens zo opmerkelijke auteur, die zijn lezers lange tijd heeft doen geloven dat hij een in Wenen geboren oud-filosofiestudent was. Pas twee jaar na het verschijnen van zijn debuut De geschiedenis van mijn kaalheid bleken Marek van der Jagt en Arnon Grunberg dezelfde persoon zijn.
In een ogenblik van dierlijke aantrekkingskracht tussen een Franse donshandelaar en een kamermeisje in een hotel in Heidelberg wordt François Lepeltier verwekt. Zijn vader overlijdt drie weken voor de geboorte aan darmkanker. De jongen ziet zijn leven als een aaneenschakeling van zonden. Al voor zijn geboorte beging hij zijn eerste. ‘Ik weet zeker dat ik uit woede, uit pure jaloezie de baarmoeder van mijn moeder kapot heb getrokken. Ik wilde niet dat anderen daar zouden wonen. Die baarmoeder wilde ik voor mij en voor mij alleen.’
Het citaat typeert de oedipale relatie tussen François en zijn moeder Mathilde. Hij claimt haar volledig, en zij kan niet zonder hem. Onder het levensmotto dat mensen die niets kunnen worden, moeten worden wat ze spelen, trekken François en Mathilde, een dievegge die als schoonmaakster in hotels werkt, van stad naar stad. Steeds moeten ze vluchten als wordt ontdekt dat Mathilde, met de hulp van François, steelt van de gasten, of met hen het bed in duikt. Overal waar ze komen nemen ze een andere naam en een andere persoonlijkheid aan. ‘We verwisselden van werkgever en naam als anderen van ondergoed.’ Als Rodolpho Ceccherelli gaat François in Straatsburg naar een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Als meneer en mevrouw Müller werken Mathilde en hij in een hotel in Groslar, als tandarts Kühler opent François een praktijk in Stuttgart. Als skileraar Bruno Ritter ontmaagdt hij vele onschuldige meisjes in Château-d’Oex en ten slotte vindt hij onder dezelfde naam werk als wijndeskundige in het Zwitserse Gstaad.
Als François nog een baby is, vindt Mathilde werk in pension Sonnenhügel in Baden-Baden. De bazin, mevrouw Schatz, ontfermt zich over het kwijlende en onder de eczeem zittende kind. Hij wordt het kind van Sonnenhügel genoemd. François en Mathilde ontmoeten er meneer en mevrouw Ceccherelli, een ouder echtpaar dat graag ‘bewaakt’ wil worden, omdat het anders aan het leven zal ontsnappen. Door de billen van de ‘onsmakelijke’ mevrouw Ceccherelli ontwikkelt François zijn fascinatie voor de anus. ‘Alles was goed aan de mens, maar het beste was zijn anus.’ Volgens hem heeft God de mens gemaakt ‘omdat hij een excuus nodig had voor de anus’.
Maar niet alleen de billen van mevrouw Ceccherelli fascineren dit autistische kind, François heeft ook buitengewoon veel belangstelling voor haar baarmoeder die overvloedig lekt en druppelt. Hij vindt dat ook hij moet bloeden voor de wereld en laat zich daarom, gehurkt boven een spiegeltje, zakken op een nagelschaartje. Weerzinwekkende daden en bizarre gedachten, daar loopt het boek van over, en hoe vreemd het misschien ook klinkt, al na enkele pagina’s ben je eraan gewend en kun je er vaak zelfs hard om lachen.
‘De geschiedenis van mijn leven zit vol bewijzen voor de goedheid van de mens en deze wereld. De mens is van nature goed, alleen is hij soms door de omstandigheden gedwongen iets minder goed te zijn. Maar als je nauwkeurig kijkt, zie je dat ook de omstandigheden eigenlijk goed zijn. Zolang je bereid bent stevig aan de boom te schudden, komen de appeltjes vanzelf naar beneden.’
Lepeltiers positieve houding en zijn in zekere zin naïeve kijk op de wereld doen je vergeten dat hij van het soort mannen is waarvoor je moeder je altijd heeft gewaarschuwd. Op een geraffineerde manier lokt Van der Jagt je de wereld van de krankzinnige mens binnen. Want hoewel al op de eerste pagina van zijn catalogus van voornamelijk noodzakelijke zonden duidelijk is dat François iets gruwelijks heeft gedaan, door zijn luchtige manier van vertellen voel je al snel een grote sympathie voor deze sadistische jongen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


