Geert van der Kolk
Noordtij
(2005)
Nieuw Amsterdam
304 pagina's
€ 16.95
ISBN 904680030X
oordeel
andere recensies
De teleurstellende expeditie van de Gerrit de Veer
door Mark Ponte, 4 december 2005
Het probleem met veel historische romans is dat ze het niveau van een leuk verhaal niet overstijgen. Natuurlijk, er zijn heel veel uitzonderingen op deze opvatting te bedenken. Romans die het historische detaillisme overstijgen, en literatuur worden. Maar dat lukt Geert van der Kolk met Noordtij niet.
Noordtij gaat over een wetenschappelijke expeditie in 1882 van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap naar de Noordpool. Het doel van de reis is Ellesmere, een gebied tussen Groenland en de noordpool. Een onherbergzaam poolgebied dat door de expeditieleden in kaart moet worden gebracht en onderzocht. Vanaf het begin wordt de expeditie bedreigd door klimaat, natuur en menselijke tekortkomingen. Meer nog dan de natuurlijke omstandigheden brengen de spanningen tussen bemanningsleden, hun verschillende opvattingen over het doel van de reis en verkeerde beslissingen de expeditie voortdurend in gevaar.
De achterflap van Noordtij belooft ‘een groots en spannend avontuur’. De belevenissen zijn best spannend, hoewel je nergens echt op het puntje van je stoel zit. Daarvoor is het allemaal te voorspelbaar: invriezing, scheurbuik, ijsberen, dubbele agenda’s, de dood, muiterij en kannibalisme. Verschrikkelijke toestanden allemaal, maar niet erg origineel. Groots is het ook al niet. Een gezonde nieuwsgierigheid naar de afloop van het avontuur zorgt ervoor dat je het wel wil uitlezen, steeds hopend dat het verhaal toch nog een verassende wending zal nemen. Maar helaas, dit loopt telkens uit op een teleurstelling.
Noordtij is een boek voor liefhebbers van details; wie geïnteresseerd is in natuurbeschrijvingen, de werking van een schip of de op zo’n schip geldende rangen en standen, komt ruimschoots aan zijn trekken. Geert van der Kolk heeft zich goed geïnformeerd. Maar dit heeft vooral geleid tot veel overbodige details en uitweidingen. Ik beperk me tot het gedeelte waarin voor het eerst eskimo’s voorkomen: ‘Hij kende veel Engelse woorden, maar in zijn eigen taal was, net als in het Latijn, de volgorde van woorden niet van overheersend belang. En net als in het Latijn en de Slavische talen gebruikte hij geen lidwoorden.’ Wat moet je als lezer met deze informatie? Nog een voorbeeld, een totaal overbodige opsomming van bezoekende eskimo’s die even op het schip klimmen: ‘De vrouwen heetten Qidiek, Saarak, Amaaqtoeq, Niqi, Kannajoek, Amaqoeq, Loetaaq, Pilitaq, Palloeq en Aqatsaq.’ Waarom moet ik dit lezen? De hel van Bint is er niets bij. Maar waarom zou je een opsomming van namen geven van mensen die, op Aqatsaq na, in de rest van het boek geen enkele rol spelen? Of is het politiek correct om niet te spreken van tien eskimo’s en daarom al deze mensen een naam te geven? Dit soort uitweidingen en opsommingen zijn voor de vertelling irrelevant, ze halen er de vaart uit en geven je het gevoel dat de roman ook met honderd bladzijden minder had gekund.
Wel leuk is de wisseling van het vertelperspectief tussen de brieven van arts Charles Odé aan zijn vriend en de hoofdstukken waarbij een externe verteller optreedt. Door die brieven krijg je inzage in het gevoelsleven van een van de expeditieleden. Persoonlijke observaties kunnen een verhaal sterker maken en al helemaal als dat personage in een voor hem onbekende omgeving zit. Wat mij betreft had Van der Kolk ook de anderen brieven mogen laten schrijven, of had hij desnoods een logboek als derde perspectief toe mogen voegen. Dat had zowel de spanning als de literaire kwaliteit van de historische roman kunnen verhogen. Doe mij maar Thea Beckman.
NB: Op de website van Geert van der Kolk is het verslag van zijn expeditie naar Groenland te lezen en zijn ook foto’s te bekijken: http://homepage.mac.com/geertvanderkolk/structure
/homenederlands.html
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



