Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Puppy brengt emotionele herinneringen naar boven

door Yvette van den Berg, 21 december 2005

‘Kinderen horen hun ouders naar het graf te brengen, en niet andersom.’ Deze algemene waarheid is van toepassing op de debuutroman van Edwin de Vries. Het ergste wat een ouder zich kan voorstellen – het verliezen van je kind – is het hoofdthema van Hélena.

Hondenhater Maurits Meyer brengt, op verzoek van een vriendin, puppy Hélena naar Italië. In korte tijd hecht hij zich aan de jonge hond en het afscheid valt tegen. Tijdens zijn verblijf in Italië herinnert hij zich de andere keren dat hij afscheid moest nemen: van zijn familie omdat hij in Davos moest kuren vanwege zijn astma, van zijn jong overleden vader, maar bovenal het afscheid van Paulo, zijn twintig maanden oude zoontje dat door nekkramp stierf. Terug reist hij via Davos waar hij voor het eerst zijn dagboek leest over de laatste veertien dagen van zijn kind. Eenmaal thuis krijgen alle verhalen uit het dagboek hun plaats.

Minutieus worden de dagen in het ziekenhuis beschreven, een periode van leven op hoop en menselijke mechanismen die hun werk doen. Duidelijk wordt ook hoe lang een trauma doorwerkt en mensen lamlegt.

Edwin de Vries is vooral bekend als acteur en scenarioschrijver, zijn vrouw Monique van der Ven is nog bekender als actrice. Omdat de romanpersonages en hun lotgevallen sprekend lijken op deze ‘Bekende Nederlanders’ die – zoals breed uitgemeten in de media- hun kind verloren, is het vrijwel onmogelijk dit boek niet als autobiografie te lezen. Is dat een bezwaar? Ja en nee. Aan de ene kant kun je stellen dat de auteur zijn Bekende Nederlanderschap exploiteert, aan de andere kant is er niets op tegen als schrijvers persoonlijke drama’s te boek stellen. Waar het in literatuur om draait is de vraag hoe zo’n drama is verwoord en vormgegeven. De Vries is er niet in geslaagd de aangrijpende gebeurtenissen literair vorm te geven. Omdat je als lezer zoveel parallellen kan trekken met zijn privé-leven, zweven de gezichten van hemzelf en zijn vrouw als het ware boven het verhaal mee. Hierdoor heb je een soort schaamtegevoel over het feit dat je van zo dichtbij kan meekijken naar het ziekteproces van hun zoontje en het daaraan verbonden verdriet van Maria en Maurits.

De roman heeft een grappig begin: de hoofdpersoon vertelt waarom hij honden haat, maar hoe hij zich toch op een gegeven moment gaat binden aan hun hondje. De streken en de onweerstaanbare blikken van een klein hondje worden herkenbaar beschreven.

Qua stijl ben ik niet onder de indruk, De Vries gebruikt veel korte, soms kinderlijke zinnen, zoals: ‘Mij vond Ledo eerst maar een rare kwibus.’ Dat is minder vervelend wanneer hij het ziekteproces van zijn zoontje in het ziekenhuis beschrijft. Dan geven de korte zinnen de panieksituaties goed weer. Er komen ook passages in het boek voor die je een paar keer moet herlezen om ze te begrijpen, niet omdat de stijl zo ingewikkeld is, maar omdat ze onsamenhangend zijn. Wat ook stoort, zijn de clichés. Zo eindigt hij, in het begin van de roman, een hoofdstuk met de zin: ‘Toen had ik al moeten weten dat ik er nooit aan had moeten beginnen.’ En een stuk verder schrijft hij: ‘De Zwitserse douane zag even later blijkbaar niets vreemds aan me, maar ik voelde me nog steeds uitermate raar. Alsof ik een zwaar boksgevecht achter de rug had, en net een knock-out had weten te vermijden.’

Het hoofdstuk waarin Maurits het begin van zijn relatie met Maria beschrijft, is erg mooi. Deze liefdesgeschiedenis lijkt veel vloeiender uit zijn pen te komen dan het relaas over zijn jeugd, die hij in de roman bijna continu verbindt aan zijn astma en die bol staat van zelfmedelijden. ‘Mijn broer heeft het me nooit vergeven. Waarschijnlijk had hij liever gehad dat ik voor eeuwig in Davos was gebleven dan dat hij zijn hond moest missen omdat zijn broertje zo allergisch was. Maar het was geen aanstellerij. Ik wás allergisch voor honden. Ik kreeg er bulten van, rode vlekken. En ik werd er benauwd van. Paarsbenauwd. Nog altijd herinner ik me de angst om te stikken. Om dood te gaan. Daarom haat ik honden. Omdat ze me aan de dood doen denken.’

Af en toe is het boek aangrijpend en wil je echt doorlezen, maar er zijn ook stukken die eerder tot wegleggen nopen. Over het algemeen is dit romandebuut dan ook geen groot succes.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.