Oppervlakkig leven na de dood
door Brenda Peeters, 8 januari 2006
‘Vivian is dood.’ Zo begint Roes, Carla Bogaards’ derde roman. De woorden komen van Isabel, de hoofdpersoon van de roman. Bogaards maakt meteen duidelijk waar het boek hoofdzakelijk over gaat: de dood. Isabel is een kunstenares die na het verlies van verschillende dierbaren probeert haar leven weer op de rails te krijgen.
De gekmakende angst om je naasten te verliezen overheerst de roman. Bogaards werkt dit thema uit door verlies te verbinden met de dood. Maar, moet ze gedacht hebben, verlies is meer dan de dood. Daarom heeft Isabel ook nog meerdere miskramen gehad, is haar beste vriend George naar Indonesië vertrokken, vriendin Rosa naar Noorwegen, vriendin Lia naar haar tweede huis in de Pyreneeën, en haar vrijer – die zij mysterieus de pianist noemt – vertrekt met zijn bandje naar Australië.
Deze overdosis aan verlies compenseert Isabel door de vriendschap met haar zoons en haar zus te koesteren. Maar meer nog door uitbundig de liefde van de pianist te consumeren. Isabel komt over als een obsessieve vrouw die zich vastklampt aan seks om het gevoel te hebben dat zij leeft. Als in een roes voedt ze zich met de liefde van een veel jongere man, terwijl ze weet dat hij haar vroeg of laat zal verlaten.
Bogaards’ roman beschrijft de periode tussen de dood van Isabels beste vriendin Vivian en haar begrafenis. Ruim driehonderd pagina’s vult Bogaards met Isabels herinneringen aan Vivian en alle anderen die zij verloren heeft. Deze herinneringen blijven Isabel achtervolgen. Doordat het verhaal aan elkaar hangt van deze onsamenhangende herinneringen en losse overpeinzingen, krijgt de roman al gauw het karakter van een dagboek.
Voor Isabel, een vrouw van middelbare leeftijd met ‘warm bloed en een groot hart’, zoals zijzelf pleegt te zeggen, is een goede band met familie en vrienden erg belangrijk. ‘Ik functioneer beter als ik weet dat het goed zit met mijn beste vrienden. Alles moet in harmonie zijn, zo niet, foute boel.’ Het valt haar dan ook erg zwaar dat ze veel van haar vrienden en familie heeft verloren. Maar dankzij haar levenslust en passionele aard slaat Isabel zich door deze tragische gebeurtenissen heen.
De relatie die Isabel heeft met de pianist biedt haar echter weinig zekerheid. Sterker nog, ze weet dat ze ook hem op den duur zal kwijtraken. Maar ook al zouden de meeste vrouwen er geen genoegen mee nemen, de relatie met de pianist geeft Isabel kracht om door te gaan.
Het is echter de vraag of je kunt spreken van een relatie. Duidelijk is dat Isabel de pianist aanbidt, maar voelt hij net zo veel voor haar? Het lijkt erop dat ze niets anders doen dan samen de liefde bedrijven. Alles draait om seks, elke diepgang ontbreekt. Hoewel Bogaards dit beeld tegen het einde van het boek nuanceert, is de relatie tussen Isabel en de pianist behoorlijk ongeloofwaardig. De pianist wil Isabel niet eens zijn mobiele nummer geven en zij moet maar wachten tot hij langskomt om haar te bevredigen.
Isabel schroomt niet om de lezer elk detail van haar opwindende seksleven te onthullen. ‘Ineens zei hij: “Ik wil in je mond spuiten,” toen slikte ik zijn sperma voor de eerste keer door, en ik wist nog niet hoe vaak ik dat later nog zou doen.’ De roman staat vol met dit soort ontboezemingen. Ze doen denken aan de bekentenisliteratuur van de jaren zeventig. Deze had echter nog de ambitie iets te veranderen, terwijl het directe en nietsverhullende taalgebruik in Roes nergens toe leidt.
Nog ongeloofwaardiger dan de relatie tussen Isabel en haar minnaar is het karakter van de pianist. Dat hij nergens in het boek een naam krijgt is nog tot daar aan toe. Maar van iemand die zo’n belangrijke rol speelt in het leven van de hoofdpersoon als de pianist, wil je méér weten dan dat hij piano speelt, jong is, om de hoek woont en vier keer achter elkaar kan klaarkomen. Door haar clichématige stijl komen geen van Bogaards personages goed uit de verf. Ze belichamen allen slechts één idee of eigenschap.
Dit geldt ook voor Isabel zelf. Elsbeth Etty omschreef tien jaar geleden in NRC Handelsblad de hoofdpersoon in Bogaards tweede roman Eigen vlees en bloed als een ‘cliché-vrouwtje: afhankelijk, hartstochtelijk, intuïtief, lichtelijk infantiel en in het diepst van haar wezen moederdier’. Dit gaat ook op voor Isabel. Ondanks alle overpeinzingen en terugblikken van Isabel, blijft zij het kindvrouwtje dat bang is dierbaren te verliezen. Roes is zowel structureel als literair zwak. Bogaards’ proza lijkt maar niet te willen uitgroeien tot echte literatuur.
Roes_ is door de schrijfster ingesproken en is als luisterboek gratis te dowloaden via de website van uitgeverij Nieuw Amsterdam _
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



