Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Met grote, wezenloze ogen door de toekomst

door Roel van Diepen, 9 januari 2006

In de nabije toekomst is er van ons zo welvarende land nauwelijks nog wat over. Musea zijn gesloten, kerken zijn in onbruik geraakt en de economie heeft een doodssmak gemaakt waardoor veel mensen moeten sappelen in de marges van het bestaan en vooral jongeren een uitzichtloos leven leiden. Doordat de vergrijzing alsmaar doorgezet heeft, zijn het alleen nog de ouderen die profiteren van de in hun leven bij elkaar gesprokkelde rijkdom en om die reden zijn ze een doorn in het oog van de jeugd. De ouderen worden verantwoordelijk gehouden voor de algehele economische malaise die de jongeren treft. Regelmatig worden ouderen thuis overvallen, hun geld wordt gestolen en hun spullen, platen, boeken en kunstwerken worden stelselmatig vernietigd, omdat ze geen waarde meer hebben en alleen nog maar de stille getuigen van vervlogen rijkdom zijn.

Met andere woorden: in de toekomst van De achtste hoofdzonde, de debuutroman van Jakob van Riel, kun je als bejaarde maar beter niet al te opzichtig achter de geraniums plaatsnemen.

Freek, Anton en Lorella zijn kloeke zestigers die zich, op verzoek van de overheid, aangemeld hebben voor een zogenoemde ‘algehele check-up’ in een speciaal daarvoor ingericht hotel aan de kust. Een maand lang ondergaan ze dagelijks intensieve fysieke en psychologische tests die ervoor zouden moeten zorgen dat ze in de toekomst gezond kunnen blijven leven. Aanleg voor eventuele ziektes wordt zo tijdig geconstateerd en maatregelen kunnen bijtijds genomen worden. De overheid zoekt namelijk naar een methode die het mogelijk maakt het leven te verlengen, waardoor ouderen langer kunnen blijven functioneren in de maatschappij.

De rooskleurige beloftes waarmee Freek, Anton en Lorella zich naar het hotel hebben laten lokken, blijken in de praktijk echter niet zo positief uit te pakken. Ze hebben nauwelijks bewegingsvrijheid, worden behandeld als een stel kinderen en vooral de psychologische onderzoeken lijken kant noch wal te raken. Bovendien gaan ze naarmate hun verblijf vordert de goede intenties van de overheid wantrouwen. Ze krijgen het vermoeden dat, zeker wanneer Freek problemen met zijn gezondheid krijgt, er in het hotel geëxperimenteerd wordt met manieren om op een efficiënte manier de ouderenpopulatie in te perken door ze medicijnen te verstrekken die op korte termijn tot de dood zullen leiden.

Wanneer Lorella plotseling uit het hotel verdwijnt met achterlating van een mysterieus briefje, besluiten Freek en Anton op onderzoek uit te gaan. Tijdens hun zoektocht ontdekken ze langzamerhand de ware identiteit van Lorella en komen ze uiteindelijk voor een van de belangrijkste keuzes uit hun leven te staan.

In een mooie, strakke stijl – er is geen speld tussen de ambachtelijk vormgegeven zinnen te persen – weet Van Riel in De achtste hoofdzonde een beangstigend geloofwaardig beeld van de toekomst te schetsen. Geen achtbanen als snelwegen, geen supersonische skateboards waar je mee kunt vliegen en geen invasies van buitenaardse wezens die je al je hoop op een veilige en gelukkige toekomst ontnemen. Niets van dat alles. Van Riel blijft zo dicht bij de dagelijkse werkelijkheid dat je je af en toe afvraagt of de toekomst die hij ons voorspiegelt eigenlijk niet al gisteren ongemerkt ons leven binnengeslopen is. Vooral het thema van de vergrijzing van de samenleving wordt zodanig door Van Riel uitgewerkt dat je eigenlijk alleen maar instemmend kunt knikken tijdens het lezen. De toekomst gaat er blijkbaar zo uitzien. Daar lijkt geen twijfel over mogelijk.

Toegegeven, Van Riels toekomstbeeld stemt niet altijd even vrolijk, maar de ironie in zijn taalgebruik en de bij tijd en wijle hilarische scènes, vooral die waarin Freek en Anton Viagra slikken met alle pijnlijke gevolgen van dien, geven het boek een luchtigheid die je normaliter in dit genre niet zou verwachten. De achtste hoofdzonde heeft niet de zeggingskracht van Orwell’s 1984 of Huxley’s Brave New World, maar Van Riel tracht ook geen allesomvattend wereldbeeld te scheppen. Veeleer dan de andere twee toekomstromans, waarin de mens en het leven volledig maakbaar worden geacht, is De achtste hoofdzonde juist een verhaal over het menselijke in de mens, over de omarming van het leven, over herinneringen en over de liefde.

‘Als je geen samenhang meer weet te vinden in de wereld. En als je er ook niet meer naar wilt zoeken. Als je het leven als een soort zak lucht over je laat komen, zonder het minste begrip. En zonder vraag. De achtste hoofdzonde, mijn jongen, is de ergste. Als je fantasie het laat afweten. Als je met grote, wezenloze ogen door het leven gaat.’

Van een gebrek aan fantasie kun je Jakob van Riel niet betichten. Hij laat de lezer met grote, wezenloze ogen in zijn toekomst rondkijken. De achtste hoofdzonde is een ijzersterk debuut en de enige zonde die Van Riel kan begaan, is geen boeken meer schrijven.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.