Maria Stahlie
Galeislaven
(2004)
Prometheus
624 pagina's
€ 10.00
ISBN 9789044603835
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Sint-Juttemis
recensie van Boogschutters
recensie van Scheerjongen
Stahlie zet haar personages flink aan het werk
door Judith Mulder, 26 januari 2006
In Stahlies nieuwste verhalenbundel Galeislaven (2004) zijn 29 zeer diverse verhalen uit de periode 1987-2003 gebundeld, waarvan negen niet eerder in boekvorm zijn verschenen. Steeds weer zet Maria Stahlie (1955) de lezer op het verkeerde spoor om te eindigen met een geruststellend, positief einde.
In haar poëticale titelverhaal ‘Galeislaven’ voert zij zichzelf samen met vijf anderen op, om de relatie tussen zichzelf als schrijfster en haar personages inzichtelijk te maken. Direct wordt duidelijk dat Stahlie het leven van haar personages dirigeert. ‘Personages zijn galeislaven, ze moeten roeien met de riemen die de schrijver hun geeft,’ aldus Stahlie. En ‘de personages hebben een nobele taak, omdat zij de verbeelding van de lezer moeten prikkelen om in een wervelende droom terecht te komen’. Een nog nobeler taak is mijns inziens weggelegd voor Stahlie zelf, die haar galeislaven in ieder verhaal opnieuw een onverwachte draai meegeeft.
Een mooi voorbeeld hiervan is het verhaal ‘Het houtblok van boomdikte’. Mirjam Metzlar is samen met haar man en hun zoontje Roberto vanuit Nederland naar Parijs verhuisd. Stahlie beschrijft hoe Mirjam als nieuwkomer aan deze imposante stad moet wennen. Haar man is altijd aan het werk en ook aan haar zoontje heeft ze weinig steun. Integendeel: hij is nog te klein om te kunnen praten, terwijl Mirjam hem als een mondige wenst te beschouwen om haar onmacht en frustraties op te kunnen botvieren. En frustraties heeft ze genoeg als gevolg van de moeilijke positie waarin zij als nieuwkomer verkeert. De onmondigheid van haar zoontje, in combinatie met zijn terugkerende huilbuien, drijven haar tot wanhoop. Mirjam voelt zich alleen en onbegrepen en wordt zelfs bang voor haar kind. Haar angsten worden steeds heviger naarmate haar zoontje ouder wordt en nog altijd geen woord heeft gesproken. Ze geeft de moed op. Totdat Mirjam midden op straat een aanvaring heeft met een mimespeler, die grappig denkt te zijn. Mirjam denkt hier anders over, alsook haar kleine Roberto, die het op een krijsen zet, waardoor de mimmeut zijn imitatiedrang inperkt. ‘Ze voelde zich voldaan. Ze was trots op haar krijsende kind.(...) Het kon altijd, altijd en overal, nog erger… veel en veel erger.’ We zien dat Stahlie haar personages zacht laat vallen: de tot wanhoop gedreven moeder ziet aan het einde van het verhaal in dat zij het zo slecht nog niet getroffen heeft en zich gelukkig mag prijzen met haar kind.
Andere terugkerende aspecten in deze verhalenbundel zijn de spijt en het tekortschieten van mensen in hun doen en laten, zoals geďllustreerd in het verhaal ‘Boven de natuur’. In dit verhaal opent de ik-persoon (de schrijfster zelf) een brief van haar vriendin Paulien, terwijl deze juist gevraagd had de brief ongeopend te verbranden. De inhoud van de brief roept bij de ik-persoon vragen op: is zij wel een goede vriendin (geweest)? Heeft Paulien zich altijd onbegrepen gevoeld? Heeft zij ervoor gezorgd dat Paulien tegen wil en dank verhuisd is? Hoewel de antwoorden op al deze vragen niet beantwoord worden, komt ook in dit verhaal alles op zijn pootjes terecht. Stahlie dempt de onbevangenheid van haar personages, maar laat haar verhalen altijd eindigen met een positieve boodschap.
In deze lijvige bundel weet Stahlie haar lezers steeds weer te prikkelen in een vlotte, fantasievolle stijl. In het verhaal ‘De obsessie van Wally van Asten’ bijvoorbeeld begint zij haar verhaal vier keer opnieuw met de woorden ‘Het begin (…) Nee, opnieuw. Het begin: …’ Deze schijnbare worsteling van Stahlie, die haar personages in dit verhaal onder de duim probeert te krijgen door steeds opnieuw te beginnen, zorgt eerder voor een glimlach dan voor een verveeld gezicht. De wendingen in haar verhalen dragen hieraan bij: in het verhaal ‘Ochtendbries’ aanschouwt de hoofdpersoon als voyeur het overspel van kennissen uit de buurt. Hoewel de lezer hier een spannende ontknoping verwacht, legt Stahlie duidelijk uit dat zij degene was ‘die de consequentieloze opeenvolging der gebeurtenissen met geweld had kunnen doorbreken. Alles zou dan ineens gevolgen hebben, alles zou op zijn plaats vallen.’ Maar nee, deze ‘keizerin der onverstoorbaarheid’ zegt en doet niets; zij concludeert alleen dat de tijd weer rijp is voor het schrijven van verhalen. Deze verrassende invalshoek, gecombineerd met de beeldende manier waarop zij haar personages neerzet, zorgt ervoor dat deze bundel niet snel zal vervelen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



