Nicolaas Matsier
Het achtenveertigste uur
(2005)
De Bezige Bij
270 pagina's
€ 23.50
ISBN 9789023416944
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Niet over een mens, maar over een dossier
door Ben Lendering, 16 februari 2006
Stelt u zich voor een man van om en nabij de dertig jaar uit Soedan. Hij is afkomstig uit een kleine stad, heeft daar zijn hele leven verbleven totdat hij op de vlucht moet omdat hij bedreigd wordt. Enerzijds door een oom die zich van de bezittingen van zijn zeer rijke vader heeft meester gemaakt, anderzijds door zijn nieuwe ‘meester’ aan wie hij door de oom is verkocht en wiens dochter hij heimelijk heeft getrouwd.
De man heeft een driejarige middenschool gevolgd, voor wat dat waard is (hij geeft aan nauwelijks inzicht te hebben in de topografie van zijn land van herkomst), spreekt Arabisch en heeft tot ongenoegen van zijn familie een christelijke moeder. Een ‘reisbemiddelaar’ heeft hem op Schiphol gedumpt waar hij wordt geconfronteerd met de IND-ambtenaren, die binnen achtenveertig uren moeten beslissen of iemand een kansrijke asielaanvraag kan indienen. Het enige document waarmee hij zich kan identificeren is een kopie van een uittreksel uit het geboorteregister.
Ziedaar het scenario waarvan Matsier zich in zijn nieuwste roman bedient en dat voldoende prikkelend materiaal bevat om je aandacht gevangen te houden.
Vooropgesteld: het is geen leuk boek, zelfs niet mooi. Maar daarvoor is de materie ook te ernstig. Als we het moeten indelen in een literair genre, dan hoort het thuis bij de literaire non-fictie, het nieuwe genre waarmee onder meer Geert Mak, Annet van Zijl en Judith Koelemeijer de laatste jaren furore maken en dat een groot lezerspubliek bereikt.
Mohammed Hassan, geboren te Adelinsh (Soedan) op 9 november 1972 wordt door de Koninklijke Marechaussee op 2 november 2002 afgeleverd bij het Aanmeldcentrum op Schiphol. Daarmee begint zijn tocht langs de verschillende ambtenaren, wier functies reeds in de inhoudopgave worden aangeduid: Proces-verbaal van bevindingen — eerste gehoor — nader gehoor – voornemen – correcties – beschikking 1 – resumptie – beschikking 2 – enz. Dit stramien geeft al aan hoe een asielzoeker in een ambtelijke molen terecht komt, waarbij hij de ambtenaar niet kan verstaan, zelfs nauwelijks met een tolk, die bij enkele verhoren zelfs alleen maar telefonisch aanwezig is. Bij de asielzoeker is voor deze gang van zaken geen begrip te vinden.
Matsier gebruikt in Het achtenveertigste uur afwisselend twee technieken. We lezen het proces-verbaal, dat iedere ambtenaar opstelt, vaak een voorgedrukt formulier waarop alleen kruisjes hoeven te worden ingevuld. Daarnaast geeft hij ons een kijkje in het denken van een ambtenaar door middel van de monologue intérieur. Vooral in deze delen maakt de auteur ons deelgenoot van de kortzichtigheid, de eigengereidheid en het schaamteloos eigenbelang van sommige betrokkenen.
Gaandeweg de roman kom je tot het inzicht dat de Soedanees volstrekt kansloos is. Maar dat is vooral het gevolg van het feit dat de ambtenaren geen zelfstandig onderzoek doen. Het ene ‘gehoor’ baseert zich op het verslag van het voorafgaande, waardoor een zelfversterkend proces optreedt. Daarbij komt dat de betrokken ambtenaren geen geloof willen hechten aan het verhaal van de asielzoeker en een geweldige vooringenomenheid vertonen. ‘Wij zijn de best geïnformeerde dienst als het op Soedan aankomt’ wordt door een van de ambtenaren trots verklaard.
Als iets duidelijk wordt in dit verhaal, dan is het wel dat ambtelijke diensten het gevaar lopen een geheel eigen leven te gaan leiden waarin promotie en competentie voor een niet onbelangrijk deel de gang van zaken bepalen. Dat eigen leven vindt zijn weerklank in de papieren wereld die op een gegeven moment geen raakvlak meer heeft met de werkelijkheid, maar als een zelfstandig opererend apparaat in stand gehouden wordt. ‘Ik heb hier niet over een mens te beslissen, maar over een dossier’ (p.168), verklaart een ambtenaar in een beschouwing over zijn werk.
Wanneer de Soedanees uiteindelijk zijn bericht van afwijzing heeft ontvangen is er een beroepsadvocaat die meer belangstelling voor zijn zaak opbrengt en met een uurtje googelen meer informatie vergaart dan waarover de hele IND beschikt en daarmee het hele verweer van deze dienst voor de Haarlemse rechtbank binnen vijf minuten aan diggelen schiet.
Maar nog geeft de ambtenarij zich niet gewonnen. Er moet altijd nog een bericht van verwijdering en een uitreikingsblad worden opgesteld voor een asielzoeker die inmiddels al lang in de illegaliteit is verdwenen. De jonge typiste die dit laatste formulier moet opstellen begrijpt er meer van: ‘Ja, ammehoela, dus’ zijn de laatste woorden van het boek.
Maar wie daar is aangeland moet vooral niet vergeten de komische bladzijde met afkortingen (afko’s) op te slaan en te ontdekken wat bama’s, lama’s, twama’s en vooral zwama’s zijn.
De IND verkeert in zwaar weer. Enerzijds moet ze uitvoering geven aan het officiële vreemdelingenbeleid, anderzijds heeft ze de publieke opinie tegen die door de media bespeeld wordt met de schrijnendste gevallen van uitzetting. Daar komt nog bij dat de materie waarover deze dienst zich buigt extra belast wordt door het bedrog dat ongetwijfeld door asielzoekers wordt gehanteerd. En dan moet je van goeden huize komen om het kaf van het koren te kunnen scheiden, zeker als dat dan onder zware tijdsdruk moet gebeuren.
Het beeld dat Matsier van deze dienst schetst is inktzwart. Dat is het recht van de romancier. Maar, zoals hij in de Verantwoording schrijft: ‘Ik heb het niet verzonnen.’
Dat is reëel, zoals iedereen weet die in aanraking komt met starre overheidsdiensten. Het gevaar van verkokering in het denken is niet iets dat alleen bij de recherche voorkomt. Ook ambtenaren bij andere overheden en diensten, artsen, schoolmeester lijden daaronder, en daarmee burgers, patiënten en leerlingen: iedereen dus.
Wie uit is op een stuk bellettrie, kan dit boek rustig terzijde leggen. Maar om bellettrie was Matsier ook niet te doen. Hij wil ons inzicht verschaffen in hoe ambtelijke diensten kunnen degenereren en kiest hiervoor het voorbeeld van het Aanmeldcentrum op Schiphol.
Dit boek zal beslist geen bestseller worden, maar iemand die geïnteresseerd is in de werking van de overheid mag dit boek eigenlijk niet missen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


