Janine Hoekstein
Goldbergvariaties
(2006)
Archipel
156 pagina's
€ 14.95
ISBN 9789063052164
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
Somber dansersleven overladen met narigheid
door Anna Kaal, 6 maart 2006
Dansen. Omdat “muziek door haar navel in haar buik kroop en zich verspreidde door haar hele lichaam waardoor ze als vanzelf ging bewegen.” Dat is de grote passie van Anna Eva de Wolf, de hoofdpersoon in het derde boek van Janine Hoekstein: Goldbergvariaties. Wanneer haar vader, een toegewijde dominee, erop staat dat ze een ‘echt vak’ leert zodat ze in de naoorlogse wereld haar steentje bij kan dragen, breekt ze rond haar twintigste met het ouderlijk huis om haar dansdroom toch waar te maken. Haar succesvolle carrière als prima ballerina Anne Devoux wordt echter overschaduwd door een somber privéleven, waarin ze constant wordt achtervolgd door heimwee naar het verleden, een onbeantwoorde liefde, het verlies van haar kind, en overspel. Uiteindelijk blijft ze dementerend achter in het gezelschap van haar herinneringen en het vertrouwde geluid van haar favoriete muziekstuk, Bachs Goldbergvariaties.
“De trillingen hebben elkaar gevonden, de stemtoon klinkt als uit een enkel instrument. Een kinderlijke verwachting maakt zich van haar meester. Mirjam knijpt in haar hand, een ongekende intimiteit. Dan wordt het stil. Wachten, denkt ze automatisch, tot iedereen helemaal stil is en dan pas beginnen. Dat melodietje! Ze herkent het direct, ze moet het duizenden malen gehoord hebben, hoewel nog nooit op deze manier. Houtblazers? Waarom wordt het niet op piano gespeeld? Dan moet Otto dus dood zijn. Of is dit nu de hemel, waar alles een transcriptie van de dingen op aarde is? Gedachten buitelen door haar hoofd, terwijl haar lichaam als bevroren blijft zitten. Flitsen van herinneringen rijgen zich aaneen als variaties op een thema.”
Dat Hoekstein haar nieuwste roman heeft gewijd aan een muziekstuk is geen verrassing. Naast een opleiding Journalistiek studeerde de schrijfster en publiciste piano aan het conservatorium in Groningen. Samen met pianist Rian de Waal werkt ze aan een muzikaal programma waarvoor ze teksten schrijft bij de muziek van Chopin en Prokofjev. Daarnaast had haar tweede roman, De Uitvoering —over het leven van een pianolerares— de vorm van een rondo, een muziekstijl waarbij openingsthema en nieuw thema elkaar continu afwisselen.
Voor de constructie van haar nieuwste roman koos Hoekstein wederom een stijlvoorbeeld uit de muziek: de door pianist Glenn Gould beroemd geworden Goldbergvariaties van Bach waarin dertig variaties op één thema worden omlijst door twee aria’s. Het leven van Anna Eva de Wolf, wordt volgens deze compositie verteld. Waar in de twee aria’s de oude Anna weemoedig mijmert over haar verleden, vertellen dertig tussenliggende hoofdstukken in korte fragmenten haar leven van jong meisje tot oude vrouw. Elke variatie of hoofdstuk onthult een belangrijke gebeurtenis. Dit is een interessante opbouw, die helaas slecht wordt uitgewerkt. Waar Hoekstein een mooie opzet voor haar verhaal ontwerpt, slaagt ze er niet in deze op net zo spannende wijze in te vullen. Dit komt vooral doordat de schrijfster het leven van haar ballerina overlaadt met narigheid. In rap tempo wordt de lezer geconfronteerd met de eenzame jeugd van de hoofdpersoon, haar liefde voor een getraumatiseerde Joodse pianist met bindingsangst en haar mislukte huwelijk met een saaie technicus. Met hem krijgt ze een kind dat voordat we er aan kunnen wennen verongelukt, waardoor Anna depressief raakt en haar man zijn heil bij een ander zoekt. Enzovoorts, enzovoorts. Niets blijft Anna bespaard. Dat dit alles in slechts 156 pagina’s gebeurt geeft de tragiek zelfs een absurde bijsmaak.
Binnen deze overdaad aan rampspoed, laat Hoekstein weinig ruimte voor de ontwikkeling van haar personages, die daardoor, hoe tragisch hun lot ook is, de vlakheid niet ontstijgen. Zo is daar Anna’s vader, die vol overtuiging preekt en een grote passie koestert voor zijn klavecimbel; en pianist Otto, die de geesten van zijn oorlogsverleden wegspeelt met zijn piano; en echtgenoot Jan, “hij zaagde planken, timmerde schotten vast en repareerde stekkers.” Stuk voor stuk hebben de personages een goede beginbasis gekregen om op verder te bouwen, maar daar blijft het dan ook bij. Hoekstein neemt helaas niet de tijd om ze boven hun schematische karakter uit te tillen: het zijn simpelweg een verbeten predikant, een weemoedige pianist en een saaie boer die slechts aan deze eenzijdige rolfunctie voldoen. Echte mensen worden het niet.
De structuur van de roman redt Goldbergvariaties gelukkig nog enigszins. Naast de indeling van 32 delen, zorgt Hoekstein er voor dat haar verhaal net als het muziekstuk doorspekt is met terugkerende thema’s. Zo vormen de Goldbergvariaties zelf een rode draad in het leven van Anna. Haar vader leerde er klavecimbel mee spelen, het is het enige stuk dat pianist Otto in zijn onderduikperiode bij zich droeg, en ze zal haar laatste optreden op deze muziek dansen. Ook blijft de stukgelopen relatie met haar vader constant een rol spelen.
Uiteindelijk levert de schrijfster qua vorm, met de Goldbergvariaties als centraal element, een interessant werk af. Door echter te krampachtig aan deze vorm vast te houden, lijkt de schrijfster de verhaallijn en de liefde voor haar personages te vergeten. Dit alles resulteert in een mat en somber boek dat geen voldoening biedt en dat, met de toevoeging van enige dimensies bij de personages en een minder haastige vertelstijl, drie keer zo dik zou moeten zijn. Eigenlijk zou Hoekstein het boek terug moeten nemen en er op haar gemak aan verder schrijven…..
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



