Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Echte jazz is dood

door Eveline Vink, 23 maart 2006

Bernlef houdt van jazz. Echte jazz, oude jazz. De anekdotes die hij hierover schrijft zijn de verhaaltjes die een oudere man onder het genot van een borrel aan zijn zoon of kleinzoon vertelt, terwijl deze oude elpees draait. ‘Vroeger, jongen, toen ik nog alle jazzconcerten van Amsterdam bezocht…’ Nostalgische anekdotes, niet onaardig om naar te luisteren, ook niet onaardig om te lezen.

Een van de leukste is het verhaal over Jofel, een van die jongens die – net als Bernlef – zo graag jazzmuzikant wilde worden (wilde zijn eigenlijk, want van worden is geen sprake. Je wordt geboren als jazzmuzikant) dat hij altijd op de juiste plekken uithing met een trombonekoffer in zijn hand. Vlak naast het podium, met zijn mond iets open en zijn ogen onafgewend gericht op de muzikanten, bij voorkeur de trombonist. Na lange tijd van observeren maakt Jofel zijn trombonekoffer eindelijk eens open, en speelt. Zijn houding, zijn blik, in alles is hij de ware jazzmuzikant. Alleen de tonen uit zijn trombone kunnen dit imago helaas niet staven. ‘Hij kronkelde zich in alle mogelijke bochten terwijl hij klanken voortbracht die op geen enkele wijze verband hielden met de akkoorden die de pianist achter hem speelde.’

Hoe verder je komt in deze verhalenbundel hoe verder de jazz afsterft. Gelijk het afsterven van de jazz met het verloop van de jaren, zoals Bernlef lijkt te willen zeggen. ‘Diepvriesjazz’ vertelt hoe in de krochten van Zweden en Denemarken (je weet wel, achterzaaltjes met hooguit tien man publiek en altijd dezelfden) de muzikanten Bernlef slechts doen kreunen en haastig vertrekken. In ‘Jazzclub’ zit een handjevol dove bejaarden commentaar te geven op de jazzplaten die ze draaien, maar ieder hoort een andere plaat en de muziek die daadwerkelijk speelt is helemaal iets anders. Uiteindelijk moet in ‘Kaartenbak’ een obsessief verzamelaar afstand doen van zijn collectie platen, en daarmee is het doodvonnis getekend. Jazz is mooi, maar dood, lijkt Bernlef te zeggen. In een interview vertelt hij dat ‘zijn jazz-ei met dit boekje ook wel gelegd is’, dus we zullen hem er verder niet meer over horen. Wat rest is platen draaien.

Als bonus zit achterin het boekje nog een cd waarop Bernlef een verhaal voordraagt. Guus Janssen begeleidt hem daarbij op de piano. Het verhaal heeft een stotterende verteller, die door Bernlef een ritmische, bijna muzikale spreektoon krijgt. Liever had ik echter op de cd bijvoorbeeld de pianosolo van Thelonious Monk gehoord, die volgens het titelverhaal klinkt als iemand die zo kunstig van de trap valt dat het in slow motion gezien eigenlijk een dans is.

Hoe van de trap te vallen biedt de lezer luchtige stukjes om met een glimlach te lezen in een donkere kroeg of een zonnig park. Onderhoudend zal het zijn, en dan leg je het weg. Klaar. Een boekje zonder noodzaak, zonder vernieuwing, maar met charme. Prachtig uitgegeven door Querido is dit een leuk cadeautje voor een jazzliefhebber, platenverzamelaar of gedroomde trombonist.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.