Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Gecomponeerd op het ritme van jazz

door Liesbeth Vries, 30 april 2006

Deelder was aanwezig in Studio Virus, aan de sfeer in de zaal merkte hij na een bezoek aan de plee, dat het gitaarwonder inmiddels was gearriveerd. Eigenlijk hield hij niet zoveel van gitaarmuziek. ‘Ik kreeg geen stijve van gitaar. Sinds dat ding electrisch was, hadtie alles overstemd. Een omhooggevallen rhythme-instrument. ’n Koekoeksei! Ik hield van blazers. Sax, trompet… Trombone desnoods! Alles liever dan gitaar.’

Toch werd hij door het gitaarwonder uit het publiek gehaald, hij had een vraag. ‘Hij wou weten waar ik mijn jasje had gescored? Op de mart. In Amsterdam? Nee, Rotterdam, waar ie vanavond spelen moest. No kiddin’? Zonder dolle.’ Met het gitaarwonder maakt Deelder een bijzondere avond en nacht door, in zijn eige Rotterdamse woning. De volgende dag ligt er een briefje ‘Let your mind and fancy roll on – Jimi Hendrix.’

Deze bijeengebrachte zinnen maakt al veel duidelijk over de overkoepelende thematiek in Swingkoning: jazz, muziek, Den Haag en Rotterdam, lp’s en drugs. En Deelder weet hier veel van, heel veel. Zo stoned als een aap lijkt Deelder zijn zinnen, verhalen en gedichten op de ritme van jazz gecomponeerd te hebben. Helaas nauwelijks toegankelijk voor de argeloze, hedendaagse lezer, leek op het gebied van echte muziek.

‘Echte muziek’ is ook de titel van het eerste verhaal, waarbij Deelder dezelfde nietsvermoedende lezer meteen kopje onder laat gaat. Wie bovenkomt, pas bij verhaal drie, zal de rest van het boek met veel plezier lezen. Het eerste stuk bevat een bewonderenswaardige lange (anderhalve pagina) opsomming over het stemgeluid – ‘fluweelzachte, beheerste, zekere, begripvolle, geruststellende, meelevende, vertrouwenwekkende, net-niet-te-vochtige, pedagogisch verantwoorde, sociaal bewogen, van wijkgedachten doortrokken jeugd- en jongerenwerkersstem – van een docent ter Volksmuziekschool.

In ‘Moderne tijden herleven’, verhaal twee, trakteert Deelder de lezer op een haast encyclopedische opsomming van jazzlegenden, jaartallen, lp’s en bijzondere overlijdensgevallen. Dit alles strak geregisseerd in een straf stijltempo. ‘Tempo! Tempo! De eerste eis van de moderne tijd… Als enige sta ik mee te boppen boven in dit reusachtige mausoleum. Slaak enkele malen paringskreet Bengaalse trapgans… Aaaaarrgh! Rijen voor me kijken om. Enge types. Commiezen derde klas, chefs postkamer, aankomende registeraccountants.’

Maar wie hier doorheen komt, zal genieten van de verhalen die zullen volgen. In ‘Blind date’ is Deelder met zijn samengestelde bandje uitgenodigd door ‘de Pianist’, voor een gig die ze niet kunnen weigeren. De omgeving komt ze bij aankomst toch wat vreemd voor, het lijkt wel een crematorium. Argwaan krijgen ze pas als de pianist niet komt opdagen, maar ze in een telegram verzoekt er toch wat van te maken, omdat hijzelf verhinderd is door een sterfgeval. Of de manier waarop Deelder de uiterst felbegeerde testpersingen van Edison Bell in zijn bezit weet te krijgen. Hij ruilt de platen van een argeloze Belg voor enkele grammen ‘poudre blanc’. ‘Dat het geen coke is, mag geen bezwaar zijn. Het is poeder en het is wit en daar ging het toch om? Wit poeder, inderdaad, bevestigt de uitbater en hij neemt meteen een snuif, die hem gegarandeerd de eerstkomende drie dagen en vooral ook nachten ernstig uit z’n slaap zal houden. Typisch tijd om weer eens op te rotten…’

Juist deze krachtige, eigen en typisch Rotterdamse taal gecombineerd met een soms archaïsch woordgebruik, maken de verhalen – ondanks de ontoegankelijkheid – de moeite van het lezen waard. Laat je niet verzuipen, maar heb het lef om weer boven te komen.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.