De wereld is voor Allah en de meisjes
door Judith Mulder, 10 mei 2006
Yasmine Allas debuteerde in 1998 met Idil, een meisje. Daarna volgden nog twee romans van haar hand: De generaal met de zes vingers (2001) en De blauwe kamer (2004). En ook nu is ze bezig met het schrijven van een roman. Maar afgelopen winter, terwijl de sneeuw de Nederlandse bodem bedekte, was Allas elders met haar gedachten. Niet langer kon zij zich ophouden in haar verbeelding; de werkelijkheid kwam op haar af. Een werkelijkheid die bestaat uit geloofsextremisten, de ‘mislukte’ integratie van allochtonen en vooral ook de ongelijkwaardige positie van de vrouw binnen de islam, nam bezit van haar. Allas’ verontrustende gedachten vormen de aanleiding voor het schrijven van het openhartige pamflet Ontheemd maar toch thuis, waarin zij hard uithaalt naar de misstanden in de moslimgemeenschap. De essays verschenen in 2005 en begin 2006 ook in de Volkskrant.
In dit persoonlijke essay uit Allas haar zorgen over de onrust in de Nederlandse samenleving. Vijftien jaar geleden kwam Allas naar Nederland, waar ‘Holland mij verwelkomde met zijn doordringende geur, een geur van mest.’ Veel belangrijker dan de mestgeur was de geur van vrijheid, geestelijke vrijheid om als individu zelf invulling aan haar leven te geven. Allas beschrijft op levendige wijze hoe zij alles in het werk stelde om zich de cultuur eigen te maken. Terwijl zij hierbij enthousiast alle bijhorende eigenaardigheden probeerde te leren kennen, kreeg zij vaak nul op het rekest: ‘Dit viel nog niet mee, want de verkleinende manier waarop Nederlanders over hun cultuur spraken, ontmoedigde me.’ Het is niet voor niets dat de juf samen met haar taalklasje vol nieuwkomers als hoogtepunt een bezoek aan het miniatuurdorp Madurodam brengt.
De positieve houding is Allas in de loop der jaren kwijtgeraakt. De laatste jaren neemt ze – en met haar vele anderen – een negatieve wending in liberaal Nederland waar. Allas neemt geen blad voor de mond en benoemt de problemen. Er wordt niet meer gesproken over het individu ‘je’, maar over ‘jullie, daar’, die groep moslims. Tot groot verdriet ziet zij deze verdeeldheid, deze gespletenheid terug in haar eigen familie, die ook naar Nederland verhuisd is. Zo viel ook haar eigen moeder in handen van een aantal geloofsextremisten. Haar zus heeft ‘rust in haar niqab en de koran gevonden.’ Allas houdt zich hier als liberale moslim verre van. Des te bevreemdender ervaart zij in ons land de stigmatisatie als ‘het gemeenschappelijke islamitische kwaad’.
Maar het werkelijke probleem, aldus Allas, ligt gelegen in het geloofsfanatisme, dat zij met lede ogen aanziet. Om hier verandering in te brengen houdt zij hoofdzakelijk een vurig pleidooi voor de jonge moslimvrouwen. Gelukkig hanteert ze hierbij een lichtvoetige stijl. Haar is vroeger voorgehouden dat het bestaan van meisjes niet voorstelt. Nu breekt ze een lans voor de seksuele vrijheid van deze meisjes, want ‘de wereld is voor Allah en voor de meisjes’. Allas wil de gehele geloofsgemeenschap van binnenuit hervormen. Ze roept liberale moslims op om een brug te vormen waarover hun kinderen de toekomst kunnen betreden. Zij zegt luid en duidelijk: ‘bevrijd de islam. Dat kan alleen als de liberale moslims bereid zijn de krachten te bundelen om de islam in een positief daglicht te plaatsen, te laten zien hoe tolerant en vreedzaam de islam kan zijn. Toon trots je gezicht en grijp gezamenlijk de rotte appels die in ons midden leven.’
Ontheemd maar toch thuis toont een aardig beeld van de hedendaagse problemen in onze samenleving. Vol overtuiging en emotie laat Allas zien hoe extremistische geloofsopvattingen een splijtende rol in haar familie hebben gespeeld. Alleen als dergelijke signalen opgepikt worden, kan voorkomen worden dat het geloof een wig tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de samenleving zal drijven. En daarom nu in koor: ‘Liberale moslims der aarde, verenigt u!’
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



