Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Te veel zielige moeders

door Mark Ponte, 7 juni 2006

Je hebt van die dagen waarin je de krant openslaat, er wat doorheen bladert, en hier en daar een gedeelte van een artikel leest, maar dat je je even later nauwelijks nog kan herinneren wat je gelezen hebt. Ligt het aan de inhoud of aan je eigen gebrek aan concentratie? Bij sommige boeken krijg je, zelfs als je ze gewoon van begin tot eind leest, hetzelfde gevoel. Je begint een verhaal te lezen en voor je het weet heb je het al weer uit. Als dit zich bij herlezing van de verhalen weer zo is dan is er toch echt iets mis met het boek en niet met je concentratievermogen. Maar wat?

Een goed kort verhaal moet je eigenlijk direct grijpen, het is te kort om de aandacht ook maar even te laten verslappen. Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis met de verhalen in de bundel Ooms en tantes, tantes en ooms van Harrie Geelen, sterker nog: er gebeurt van alles en het is nog vlot geschreven ook. Het taalgebruik is kort, helder en zakelijk, en wat dat betreft kan je merken dat Geelen eerder vooral kinderboeken schreef. Ook aan de thematiek ligt het niet, hoewel niet bijster origineel is die universeel: familie, de dood, oorlog en het (katholieke) geloof.

Harrie Geelen is naast kinderboekenschrijver en scriptschrijver van televisieseries als Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen ook bekend als illustrateur van kinderboeken. Ook in deze bundel voor volwassen spelen kinderen vaak de hoofdrol. Het lijkt er op als of hij voor een keer de rollen wilde omdraaien, in plaats van als volwassene voor een kind te schrijven en te tekenen, probeert hij in de huid van een kind te kruipen, om de volwassene een verhaal te vertellen. De mooiste uitkomst daarvaan is de prachtig, door Geelen zelf, geïllustreerde omslag met een grote ronde boom met van die typische ‘kindertekeningvogeltjes’ – twee vleugels bovenop en onder twee pootjes – in alle kleuren van de regenboog.

Af en toe toont Geelen zich behendig in de heel korte verhalen, zoals ‘Eerste communie’, geschreven in de opmerkelijk te noemen ‘wij-vorm’, over de dag dat twee kinderen hun eerste communie mee maken. Een zeer geslaagd verhaal van nog geen twee pagina’s dat heel precies beschrijft hoe de kinderen, met een lege maag en grote godvrezendheid deze belangrijke dag beleven. De kleine observaties van een kind (‘God rook naar tabak. En even kleefde Hij aan ons gehemelte’) bij het toe dienen van de hostie en de wandeling, al biddend voor de zondaars, terug naar de zitplaatsen, vergeet je niet.

Een ander verhaal dat zeer de moeite waard is, is dat van twee alleenstaande zusters E., die samen een huis met bloemwinkel aan de rand van de stad bewonen. De zussen hebben in huis en in de gezamenlijke winkel de levens strikt gescheiden, gebruiken ieder een eigen kant, een eigen deur en wandelen zondag, na de kerk, ieder een eigen route terug. Nadat een van de zussen overlijdt zal het rolluik aan haar kant nooit meer opengaan.

Maar de andere verhalen grijpen je niet echt: veel verhalen over ziekelijke, dode, mishandelde of gestoorde moeders (en inderdaad enkele ooms en tantes), de dagelijkste bezigheden van een eenzame vrouw en de twijfels over haar buurman, vaak erg treurige geschiedenissen, die op zich best de moeite van het vertellen waard zouden kunnen zijn. Het lukt van Geelen echter niet de aandacht echt vast te houden. Daarvoor is er eigenlijk te weinig thematische afwisseling en zijn de verhalen misschien wel té ‘opgeruimd, kordaat en onsentimenteel’ opgeschreven, zoals de achterflap belooft. Er gaan gewoon te weinig verhalen over huizen met twee gezichten en te veel over familiedrama’s.

Als dan veel van de verhalen ook nog eens van een quasi-filosofische inleiding worden voorzien – met opmerkingen die nauwelijks iets aan de verhalen toevoegen, en weinig orginele gedachten bevatten als ‘alles in de natuur doet denken aan de dood’ en ‘wij bestaan alleen in onze verhalen’ – dan slaat de verveling echt toe en dwalen je gedachten vanzelf af.

Al met al zijn het geen verhalen die, zoals NRC-recensent Hans Goedkoop het noemde, je leven veranderen (al was het maar een heel klein beetje). Behalve ‘Eerste communie’ dan, dat verhaal nomineer ik bij dezen, voor de tweede editie van ‘De Dikke Zwagerman’. Maar één of twee goede verhalen op de twintig vraagt wel erg veel doorzettingsvermogen van de lezer.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.