Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Doelloos dolend in depressiviteit

door Maarten Rommens, 21 juni 2006

En daar lig je dan. Op de bank in je studentenkamer. Je rilt onder de deken, die je maar niet warm wil maken. Je voelt je alleen, leeg en lusteloos van het lange nietsdoen. Het is de mooiste tijd van je leven, maar je bent vervallen in een allesomvattend nihilisme. Dit is in een notendop de inhoud van Wij weten heus wel hoe laat het is, de debuutroman van journalist (voormalig HP|De Tijd, nu o.a. Volkskrant Magazine en Intermediair) Marcel van Roosmalen.

Maarten van Berkel, de hoofdpersoon, gaat na de havo werken als ‘knoopjesdichtdrukker’ bij Neproma, een fabriek waar bedrijfskleding chemisch gereinigd wordt. Na een jaar ploeteren besluit hij de lerarenopleiding te gaan volgen in Nijmegen. Van studeren komt weinig. Maarten verzandt in de linkse krakerscène, wordt hopeloos verliefd op de geile doch onbereikbare Laura en wordt dichter – met maar één gedicht. Het is de tijd van het grote nietsdoen. Hij heeft zijn leven totaal niet in eigen hand, waait met alle winden mee en toont geen initiatief. Geen wonder dat hij in een tomeloze depressie belandt.

‘Mijn vader gaf Connie een envelop met driehonderd gulden. “Hier,”zei hij, “dan kan hij naar een maatschappelijk werker.”
Connie begon te lachen en zei: “Een psychiater zult u bedoelen…”
“Is het zo erg?” vroeg mijn moeder.
“Ja,” zei Connie.
“Ik wil dood,” zei ik en deed het dekbed over mijn hoofd.’

Een concrete oorzaak voor zijn depressie is niet aan te wijzen. Maar de welhaast frigide Connie staat in schril contrast met de wulpse Laura, dat zou Maartens enthousiasme kunnen hebben weggenomen. Als lezer word je langzaam meegezogen in de depressiviteit van Maarten. De doelloosheid in Maartens leven lijkt zich in de gebeurtenissen rondom hem voort te zetten. Dat lijkt een autobiografische basis te hebben: de roman is voor een gedeelte gebaseerd op Van Roosmalens eigen ervaringen tijdens zijn studententijd in Nijmegen. In een interview met Hans Gulpen van de Gelderlander zegt hij hierover: ´Ik deed echt hélemaal niks, ik was puur voor de lol in Nijmegen. Ik wilde ook niks wórden. Ik vond het prima zo.´

Alle treurnis heeft een positief tegenwicht nodig, moet Van Roosmalen gedacht hebben. De ‘jus’ die de schrijver toevoegt, in herinneringen aan vroeger en nergens toe leidende ondernemingen in het heden, zijn soms zeer humoristisch. Zo is er de lachwekkende terugblik op zijn pianolerares Mevrouw Meijer en het tenenkrommende optreden met een dichterscollectief. Maar juist die jus maakt de roman nogal fragmentarisch.

Als Maarten in een van de laatste hoofdstukken zijn lazy ass van de bank trekt en met wat vrienden naar Frankrijk trekt om nietsvermoedende Fransozen hun hortensia’s te laten ruilen tegen oer-Hollandse koffiemelk, ontspoort het verhaal. Een dode vrouw in een koelkast wordt in krap vier pagina’s door Van Roosmalen geïntroduceerd en teniet gedaan.
De melancholie die in de laatste bladzijden van de roman doorklinkt kan deze ongeloofwaardige twist helaas niet meer redden. Wij weten nu wel hoe laat het is is, zoals men dat soms zegt, ‘een leuk boek’ en niet meer dan dat, maar daarom dus niet geselecteerd voor de shortlist van de debutantenprijs. Een terechte keus van de jury.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.