Personages van bordkarton
door Eveline Vink, 14 juli 2006
Al voordat Wembley was uitgekomen, hadden veel mensen delen van de inhoud onder ogen gekregen. Auteur Richard Osinga had een slimmigheidje bedacht: websites konden gratis een stukje van zijn roman publiceren. Begin op richardosinga.com en je kunt de hele roman online lezen, elke site linkt je weer door naar het volgende stukje. De deelnemende websites genereren zo een boel hits, en Osinga zorgt ervoor dat bezoekers van de betreffende sites kennis maken met zijn boek. Nog slimmer is dat Osinga vermoedelijk ook nog het juiste publiek bereikt, want zijn roman is een vlot verhaal dat zonder al teveel moeite gelezen en begrepen kan worden door de surfende jeugd die voor trage doorwrochte literatuur geen concentratie en/of waardering heeft. Wie weet draagt Osinga behalve aan de promotie van zijn nieuwe roman zo ook nog een steentje bij aan de strijd tegen de ontlezing.
Wembley is een Afrikaanse jongen van 23 jaar die ontzettend goed kan voetballen. Hij is naar Europa gekomen om een vermogen te verdienen met betaald voetbal, bij voorkeur bij Ajax. Het is dan ook geen verrassing dat Wembley vaak teleurgesteld wordt. De loop van het verhaal wijkt geen centimeter van de lijn der verwachting. Wembley is een ‘goeie Afrikaan’, met een droom en een doel en de bereidheid hard te werken. Ook andere soorten Afrikanen worden aan de lezer voorgesteld: de blowende profiteur, de onbetrouwbare sjacheraar, de pragmatische cynicus; allemaal stripfiguren van zichzelf die samen het ‘veelkleurige’ groepje vormen dat symbool moet staan voor de Afrikaanse immigranten in het algemeen. Geen enkel personage heeft meer dan één of twee eigenschappen, en ze doen nooit iets dat niet strookt met die eigenschappen. Tweedimensionaler kan je het bijna niet bedenken. Wembley zelf is misschien een tikkeltje uitgebreider vormgegeven, maar blijft toch een hoofdpersoon van bordkarton.
Wel beschikt Osinga over een fris taalgebruik dat de lezer attent houdt. In Wembley’s (overdreven naïeve) monologues intérieurs zitten af en toe flintertjes originaliteit die een tijdlang mijn hoop, dat deze roman na een zwak begin straks nog de diepte in zou gaan, bleven voeden. Uiteindelijk leverden Osinga’s grapjes echter niet meer op dan een flauwe glimlach.
‘De bomen zijn hun bladeren kwijt. De takken tekenen zich scherp af tegen de loden hemel. Het lijkt of iemand de bomen uit de grond getrokken heeft en andersom in de grond heeft gestopt. De takken in de grond; de wortels steken in de lucht.[...] Ik dacht dat de bomen ziek waren, dat ze doodgingen. Hoeveel het ook regende, ze leken er niet van op te knappen. Ze verloren blad na blad. Diop vertelde me dat er niets aan de hand was: “De Nederlanders noemen het herfst.”’
Richard Osinga (Haarlem, 1971) werkte als diplomaat in Afrika en gebruikte die ervaringen voor de roman Bor in Afrika (2003). In de pers werd dit redelijk goed ontvangen, zijn tweede boek Klare Taal (2004) werd al minder goed besproken. Het begint erop te lijken dat de voorzichtige belofte die Osinga’s eerste roman was, niet ingelost wordt. Het schrijven lukt Osinga wel, maar in goed vertellen moet hij nog heel veel oefenen. Een boek schrijven vereist meer dan taalbeheersing: het creëren van een wereld en tot leven brengen van de hoofdpersonen.
Wembley is een simplistisch verhaal waarvan je na het lezen van alleen de flaptekst de hele inhoud al kent. En de “onverwachte wending” waar die flaptekst het over heeft, ben ik niet tegen gekomen. Dit is het soort boek dat je niet zal irriteren of vermoeien, maar waarvan je na het dichtslaan de inhoud ook direct weer vergeten bent. En geen internetpromotiecampagne kan daar wat aan veranderen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



