Arjen Lubach
Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend
()
Meulenhoff
250 pagina's
€ 17.95
ISBN 9789029077507
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Machteloze jongens in een regen van bloesem
recensie van Bastaardsuiker
Het manuscript van het verleden
recensie van Bastaardsuiker
recensie van Magnus
Arjen Lubach: ‘Ik zou best een goede thrillerauteur zijn’
interview
opiniestuk
andere recensies
Onvolwassen ogen en onervaren oren
door Eveline Vink, 26 augustus 2006
Soms weet een schrijver taal zo te gebruiken dat het lijkt of je een woord voor het eerst leest. Dat is niet zo, want je kende het al, maar het klinkt nog zo vers uit de verpakking. Dit soort vondsten gebruikt Arjen Lubach voortdurend in zijn debuut Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend. Als het verhaal niet steeds uitnodigde om door te lezen, zou ik alsmaar hebben teruggebladerd om die frisheid nog eens te beleven.
‘Dit is het verhaal van mijn schuldgevoel: gedeeltelijk zoals het was en hoofdzakelijk zoals ik het me herinner.’
Ben is vierentwintig, en op een bepaald punt in zijn leven. Hoe dat punt bepaald is, wordt langzaam duidelijk uit Bens terugblikken. Hij kreeg in de loop der jaren maar met weinig mensen te maken, en nog minder met mensen die zijn moeder gekend hebben. Dat is eigenlijk waarnaar Ben op zoek is: mensen die hem kunnen vertellen over zijn moeder, die dood is, of zijn vader, die nog langer dood is.
Oom Otto, bij wie Ben opgroeit, weet vermoedelijk wel meer, maar hij vertelt nooit over vroeger. Oom Otto is welbeschouwd een raadsel, meer nog dan Bens onvoorspelbare vriendinnetje Lotte. Wanneer oom Otto op een dag wel praat, voelt Ben dat er consequenties verbonden zijn aan zijn nieuwverworven inzicht in het verleden.
‘Ik droeg twee levens met me mee: dat van mezelf, en het niet-geleefde leven van oom Otto. De avond in het hotel van meneer Sieber was het alsof ik een trechter in mijn mond had gestopt en hij zijn leven uit een kannetje naar binnen had gegoten.
Het is niet makkelijk om twee levens mee te dragen. Lotte wilde het zo snel mogelijk vergeten. Ze zei soms: “Alles is weer goed nu,” maar dat was het niet.
Ik wilde een advertentie in een krant zetten om op zoek te gaan naar andere mensen die twee levens met zich meedroegen, maar dat heb ik nooit gedaan.’
Het lijkt of Ben weinig begrijpt van de mensen die hij tegenkomt. De toon waarop hij zijn verhaal vertelt verraadt de naďviteit van een puberjongen, die slechts kan registreren wat er gebeurt maar niet interpreteren wat dat betekent. Die ongepolijste blik op de wereld en bijbehorende kinderlijk-briljante gedachtesprongen doen denken aan Mark Haddons bestseller The Curious Incident of the Dog in the Night-Time of Jonathan Safran Foers tweede roman Extremely Loud and Incredibly Close. De distantie waarmee Ben zijn eigen leven placht te bekijken (met een toekomstige verfilming van zijn verhaal in het achterhoofd, beziet hij zijn leven als was het een kostuumfilm), roept ook sterke herinneringen op aan Haddons autistische hoofdpersoon.
De kracht van deze manier van vertellen is dat de lezer automatisch aan het werk gezet wordt. Wat Ben zelf niet begrijpt, kan hij ook aan de lezer niet uitleggen. Je kijkt door Bens onvolwassen ogen en hoort door zijn onervaren oren. Zo ontstaat een fragmentarisch beeld van Bens moeder, oom Otto en vooral Ben zelf, dat langzaam steeds completer wordt.
Arjen Lubach (1979) is een jonge debutant. Voordat hij dit boek schreef liet hij al van zich horen als liedjesschrijver (herinner je ‘Jelle’, de parodie op Eminems hit ‘Stan’?). Hij speelt bovendien improvisatiecabaret bij het collectief Op Sterk Water, en maakt deel uit van de redactie van Buro Renkema, een website met grappige filmpjes over actuele onderwerpen. En nu schrijft hij deze wonderschone, frisse vertelling. Een alleskunner, mag je wel concluderen, en veelbelovend, mag je wel zeggen. De grote vraag is nu alleen: is Lubachs carričre als auteur van even korte duur als zijn loopbaan in de muziek, of is dit mooie boek het eerste van vele, en kunnen we reikhalzend en in blijde verwachting meer van dit moois tegemoet gaan zien?
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



