Mirjam Boelsums
In zeven dagen
(2006)
Augustus
189 pagina's
€ 15.90
ISBN 9789045703015
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
'Frank hapte naar adem'
door Eveline Vink, 7 september 2006
Inge kan niet kiezen. Op de eerste pagina van de roman In zeven dagen kan ze geen keus maken tussen de twee maaltijden die een stewardess haar voorhoudt, en vanaf dat moment kan Inge over geen enkel onderwerp meer een mening te vormen. Haar echtgenoot Eric, met wie ze in Dubai woonde en die daar een aardig fortuin verdiend had, is net overleden. In Nederland ontmoet ze voor het eerst Erics broer en zus en hun echtgenoten, die tot dat moment niets wisten van het fortuin noch de vrouw. Wanneer de notaris duidelijk maakt dat er heel wat te erven is, en alles aan Inge toekomt, gaat de naaste familie zich plotseling heel wat meer interesseren voor hun broer. Ze proberen de besluiteloze Inge te overtuigen van de erfenis af te zien.
Een erg geloofwaardige verhaalopzet is het niet, en origineel evenmin, maar dat betekent niet dat In zeven dagen bij voorbaat een verloren zaak is. Er zijn zoveel meer factoren die bepalen of een verhaal goed is, de uitwerking van de karakters bijvoorbeeld. Hoofdpersoon Inge is, zoals gezegd, een besluiteloos persoon. Bleek, grijs, bijna amorf wordt ze neergezet. Dat we verder totaal niets over haar te weten komen, zou bij deze opzet kunnen horen. Erics oudste broer Henk en diens vrouw Helena krijgen iets meer gezicht, al zijn het wel erg clichématige plaatjes die de auteur oproept. Zus Janice en haar partner Frank zijn wat dat betreft het interessantst. Ze zijn minder voorspelbaar en komen daardoor een tikkeltje menselijker over dan de anderen. Tot leven komen ze echter geen van allen.
De ontwikkeling van een plot is een volgend criterium waaraan de kwaliteit van een roman getoetst kan worden. De intrige die Mirjam Boelsums beschrijft – familieleden jagen erfenis na – is rechtlijnig en simpel en kan vele zijpaadjes verdragen. Zijpaadjes zijn er echter nauwelijks. Een klein inkijkje in het leven van de vier goudzoekers (keurig om de beurt en volgens hetzelfde stramien) is de enige omleiding die Boelsums zich veroorlooft. Heel het boek lang blijven we in hetzelfde tempo binnen dezelfde verhaallijn, wachten tot de ontknoping komt. Geeft Inge de erfenis op of niet? Het probleem is dat er geen enkele opbouw zit in de beantwoording van deze vraag. Tien bladzijden voor het eind weet je nog net zo weinig als aan het begin, er zijn geen gebeurtenissen die de ene keus meer aannemelijk maken dan de andere, of de lezer op het verkeerde been zetten. Kort gezegd: er is geen ontwikkeling. Dodelijk saai dus.
Dan is er nog het taalgebruik. Als het leesplezier door het bovengenoemde nog niet tot een minimum gedaald was, zou het triviale taalgebruik wel de doodsteek zijn. Op elke pagina slaakt er wel iemand een kreet of een zucht, beent een ander de kamer uit, wellen tranen op in iemands ogen, en worden er dingen verzucht en uitgeroepen in plaats van gezegd. Het zou een prestatie op zich genoemd kunnen worden hoeveel cliché’s Boelsums in elke alinea weet te proppen.
‘Met zijn leesbril op de punt van zijn neus bestudeerde hij het vel in zijn hand en noemde een bedrag met zoveel nullen dat Frank naar adem hapte, Helena een kreet slaakte en Henk zijn keel schraapte. Alleen Janice bleef dromerig uit het raam kijken.’
De redacteur, ten slotte, kon zijn ogen tijdens het lezen ook niet open houden, gezien de enorme hoeveelheid fouten die hij over het hoofd gezien heeft. Er zijn de grammaticale fouten (‘Na het eten stelde Janice en Helena voor te gaan wandelen.’), de zetfouten (‘Voor ze op het woord kon komen, zei Inge. “Het is geen aalscholver en ook geen zeearend.”’), maar vooral veel continuïteitsfouten. Wordt een boodschap per telefoon doorgegeven, een alinea verder leest men de exacte woorden in de brief nog eens na. Staat een bordje kaas onaangeraakt op tafel, even later wordt er een nieuwe voorraad kaasblokjes gesneden waar men hongerig op aanvalt. Dit soort slordigheden geven de lezer het idee dat de uitgever dit werk eigenlijk ook te saai vond om geconcentreerd te lezen en herlezen.
Bijna had ik een rode pen erbij gepakt, zoals mijn oma dat jaren na haar pensionering als onderwijzeres nog deed bij het lezen van de krant, maar ik besloot dat totale onverschilligheid uiteindelijk het enige was dat deze doodvermoeiende leeservaring minder ellendig kon maken. Mirjam Boelsums faalt op alle fronten.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



