Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Universum in de ban van klanken en beelden

door Anna Kaal, 16 september 2006

‘Ritme [...] is de hartslag en de ademhaling van het universum’

Dat is de mening van componist en muziekdocent Theo. Als hij op een dag het dak van het Amsterdamse Barlaeusgymnasium beklimt om het geluid van de valse klok bij te stellen, komt plotseling de inspiratie voor een nieuwe compositie letterlijk aanwaaien. De wind brengt hem het geluid van saxofonist Joachim, die in de onderdoorgang van het Rijksmuseum ploetert op het spelen van dé absolute muziek, volgens hem muziek zonder enig sentiment, en violiste Anna, die op hetzelfde moment voor de Stadsschouwburg een gevoelige sonate van Bach ten gehore brengt. De bijzondere mix van klanken doet Theo zweven. Zo erg zelfs dat hij spontaan van het dak valt en met botbreuken in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis belandt. Het is het begin van ‘Het Heelal’, het muziekstuk waarin Theo alle klanken en emoties van de wereld probeert te vatten en wat de componist, Joachim en Anna voortdurend zal verbinden.

De drie musici zijn echter niet de enige schakel in het kleine universum dat Marijke Spies, oud-hoogleraar Nederlandse Letterkunde en genomineerd voor de Debutantenprijs 2005, in haar tweede roman creëert. Zo is daar Vera, de weduwe van een chirurg die bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis werkte, Moene, een scharrel van zowel Vera als Anna, en Mohammed, de tv-maker die met zijn camera getuige is van Moenes overlijden. Alle personages leven hun eigen verhaal, maar komen uiteindelijk op fascinerende wijze als een soort ‘Big Bang’ bijeen in een talkshow over de dood. Toeval? Of het resultaat van de wijze waarop zekere krachten binnen het heelal de wereld beïnvloeden, het ritme van het universum?

Het klinkt allemaal wat zweverig. Spies weet binnen het romantische kader van een allesverbindende kosmos echter een overtuigend, menselijk verhaal neer te zetten waarbinnen thema’s als liefde, dood, eenzaamheid en de zoektocht van individuen naar zichzelf centraal staan. Anna is een gevoelig meisje dat van huis wegloopt om aan de verstikkende greep van haar overbezorgde moeder te ontsnappen. Muziek is voor haar een uitlaatklep waarmee ze, ‘net als de zee’, af en aan stromen van geluid de stad in kan spelen. Ook Joachim ontvlucht zijn geboortedorp om zelf de wereld te ontdekken. Maar waar Anna muziek als een verlichting ziet, kwelt Joachim zich met zijn verbeten wilskracht de perfecte muziek te spelen, bestaande uit slechts zuivere tonen zonder sentiment. De passie voor muziek trekt de twee naar elkaar toe, maar hun verschil in benadering zorgt ook voor een constant afstoten. Spies vertelt hun verhaal op een luchtige en animerende manier. Dat doet ze in korte hoofdstukken waarin steeds andere personages worden belicht in verschillende stadia van hun leven. Soms zijn dat Anna en Joachim, dan weer Anna en Moene, Theo en Anna, en zelfs Theo en Vera. Ieder van hen speelt minstens indirect een rol in elkaars leven, en dat maakt Tegen de stilte een verrassend avontuur.

Spies houdt van mooie beelden en verhalen. Zo is Joachims zoektocht naar zichzelf geschreven als een soort sprookje, een parabel van de ‘regenbezweerder’. Hierin wordt hij getergd door zuivere noten die hem, telkens wanneer hij saxofoon speelt, als plaaggeesten in zijn hoofd achtervolgen. Tijdens die strubbelingen heerst er droogte in het land, maar als hij ze overwint, valt de regen met bakken uit de hemel. Spies slaagt er in dit geval wel in de juiste toon te slaan, maar lijkt het soms alsof ze haar ideeën niet in passende woorden om kan zetten. Bijvoorbeeld wanneer ze Joachims drang om te spelen beschrijft:

‘Als hij een uur niet had gespeeld, begon er iets in hem te schrijnen alsof er god weet wat voor chemische reactie in zijn zenuwen plaatsvond, het eerst in zijn longen-zo ongeveer als een definitie van leegte, dacht hij wel eens: als iets leeg was…’

Of Theo’s beklimmen van de klokkentoren:

‘Hoe hij het deed, deed hij het.’

Op dit soort momenten vervalt Spies in vage, soms onnozel klinkende omschrijvingen waarbij ze geneigd is de precieze aard van het beestje maar aan de lezer zelf over te laten en haar zinnen te eindigen in al te ‘betekenisvolle’ puntjes. Een ander minpunt is de onsubtiele wijze waarop de schrijfster zaken aan elkaar lieert. Breekt een betekenisvol moment aan, dan strooit ze quasi-nonchalant met veel te dikke hints (een personage krijgt plotseling onverklaarbare rillingen of moet, zomaar uit het niets, aan een van de andere personages denken). Zo komt Tegen de stilte wel erg geconstrueerd over.

Deze valse noten nemen niet weg dat het verhaal blijft boeien, van begin tot eind, door de wirwar van knooppunten waarop personages elkaar ontmoeten en de resonantie van hun gevoelens en ideeën. Het universum van Spies blijft een groot, intrigerend, onzichtbaar net van klanken en beelden waar je als lezer graag in wordt meegesleept.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.