Tineke Beishuizen
Wat doen we met Fred?
(2006)
Arbeiderspers
239 pagina's
€ 12,50
ISBN 9789029563628
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Libellethema’s in een literair jasje bieden weinig spanning
recensie van Als zand door mijn vingers
Zwart schaap in een witte wijk
recensie van Dood door schuld
Merk toch hoe lekker het wordt, eten op zo’n beeldschoon bord
door Gerbrand Bakker, 18 september 2006
Over Tineke Beishuizen doet het gerucht de ronde dat zij na het lezen van een Noort, Van der Vlugt of Verhoef gezegd zou hebben: ‘Dát kan ik ook! Fluitje van een cent.’ Daar zou De Arbeiderspers op ingesprongen zijn. ‘Doet u maar, mevrouw.’
Of dat wel of niet waar is doet er helemaal niet toe, omdat op bladzijde 11 van Wat doen we met Fred? het volgende staat te lezen:
‘Ik droom er al jaren van een boek te schrijven dat alle verkooprecords breekt. […] Ik ben ervan overtuigd dat de meeste bestsellerschrijvers onterecht succes hebben. Ik kan het beter, en dat zal ik op een dag bewijzen ook.’
Let wel, de ‘ik’ is niet Beishuizen zelf, maar Tess, één van een groep van vijf vriendinnen die op nogal knullige wijze een man om het leven brengt. Dat die man de echtgenoot is van een van de vriendinnen, die overspel pleegde met weer een andere vriendin, maakt de zaak er niet gemakkelijker op en dat leidde weer tot de volgende wervende tekst op de omslag van het boek: ‘Als vriendschap in haat verandert, vallen er doden’.
Tess is eigenlijk reclameschrijfster, ze draait teksten in elkaar als ‘Snel aan de haal met een mooie schaal’, maar op bladzijde 36 is de maat vol. Ze ‘klikte de map THRILLER aan’, ‘tikt er LITERAIRE voor en sloot de map weer’. Vervolgens schrijft Beishuizen – niet Tess, want dat is de hoofdpersoon – een thriller, door de uitgever opgewaardeerd met het predikaat ‘literair’. Tess heeft een hond die Woezel heet (verwijzing naar Guusje Nederhorst? A.A. Milne in vertaling?), haar man heet Pé en hij laat haar in de steek voor een andere vrouw. De vriendinnen lezen literaire thrillers en drinken veel witte wijn in De Maegd. Ook worden er heel veel biefstukjes gebakken en gegeten, zelfs vlak na de moord (‘Ik kreeg water in mijn mond van de verrukkelijke geur. […] We aten als wolven.’) De titel van Tess’ literaire thriller zal Terug naar Delfzijl zijn, zo besluit ze op bladzijde 157. En op bladzijde 222 gaat het zo:
‘Ik voelde ineens een overweldigende weerzin bij de gedachte aan al het werk dat voor me lag als ik dit idee werkelijk wilde uitwerken. God mocht weten hoeveel woorden je getikt moest hebben voordat een uitgever het voldoende vond om er een kaftje omheen te doen. […] Landerig veranderde ik de titel in Terug naar Lauwersoog.’
Beishuizen neemt zichzelf zo’n beetje op elke pagina op de hak, wat het lezen van deze ‘literaire thriller’ een extra dimensie geeft. Ze schrijft stoer en kordaat, is grappig – nóg grappiger als je het zichzelf-op-de-hak-nemen steeds in je achterhoofd hebt –, strooit onbekommerd met citaten, al dan niet aangepast aan de situatie (Nescio, J.C. Bloem, Saskia Noort) en oppert de theorie dat politiemensen ondervragingen instuderen, compleet met een regisseur. Het enige minpunt van het boek is de disbalans: het gedeelte vóór de moord is zo’n beetje even lang als het gedeelte erna, terwijl ik me voor kan stellen dat vrouwen met een dode man in hun maag wel het een en ander met elkaar én zichzelf te verhapstukken hebben. Dáár ligt de kans tot psychologiseren en het uitbouwen van spanning, wellicht zelfs de kans van een thriller een ‘literaire thriller’ te maken. De epiloog was voor mij, maar wellicht ben ik een domme gans die niets aan ziet komen, verrassend.
Wat doen we met Fred? is een fijn leesboek, helemaal niks mis mee. Alleen: wat moeten we toch met dat predikaat ‘literaire thriller’? Het is een ziekte, het zou uitgevers verboden moeten worden de term te gebruiken. Laat het ons, de lezers, maar uitmaken. Bovendien: bij het woord ‘thriller’ zou je zelf nog wel een definitie kunnen verzinnen, bij het woord ‘literatuur’ kom je niet veel verder dan ‘vorm’ en ‘stijl’, die op hun beurt weer uitleg behoeven. Laat ik het daarom anders doen, ter afsluiting van deze bespreking: als een boekje als Het Bosgraf van Simone van der Vlugt, nota bene in de nieuwe serie ‘Literaire Juweeltjes’ (voor één euro te koop bij de Bruna) ‘literair’ is, kan het tweede boek van Tineke Beishuizen niets anders dan literatuur van de allerbovenste plank zijn.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



