Madelon maakt moedeloos
door Luuk van Huet, 3 november 2006
Lang voordat de Jamie Olivers en Nigella Lawsons de massa’s poogden te verleiden tot het kokkerellen met Madame Jeanette en polenta, haalde de Hollandse huisvrouw haar receptuur uit een dik volume van Haagse Kookboek, waarin al dente bepaald geen veel voorkomende term was. In plaats daarvan werden groenten gekookt totdat ze zacht en snotterig waren, met als meest verfoeilijke voorbeeld de Nationale Kindervijand numero uno: het spruitje. De zompige koolballetjes en vooral een geur die het midden hield tussen zweetsokken en een zachte, natte wind, worden nog altijd geassocieerd met bekrompenheid en een achterhaald jaren vijftig-denken (zoals trots zijn op de V.O.C. en dergelijke).
Het is misschien hoopgevend, een goed teken dat de Nederlands-Indische gemeenschap zodanig geďntegreerd is in de maatschappij dat ze een eigen variant op de spruitjesgeur kan claimen met als vlaggenschip Madelon van NRC-journalist Kester Freriks, een boek dat het literaire equivalent is van het opwarmen van een drie dagen oud restje Indische rijsttafel van een derderangs toko.
Madelon Székely-Lulofs was een in haar tijden gevierde schrijfster die onder andere in de jaren dertig furore maakte met het boek Rubber, over het leven van de Nederlandse plantage-uitbaters op Indonesië, wat destijds blijkbaar nog tot Kamervragen heeft geleid (net zoals die verfoeilijke jazzmuziek en nieuwerwetse fratsen als de balpen, me dunkt).
Om het lijden van zijn dementerende en creperende moeder te verzachten, duikt protagonist Harry Ternede in het leven van de schrijfster met het doel de ultieme Madelon-biografie te schrijven die zijn moeder terug zou brengen naar het Indië uit haar jeugd. Dit nobele streven zadelt ons op met een speurtocht door de weinig flitsende wereld van archieven en bibliotheken, waarin Ternede zich met ware doodsverachting op vergeelde brieven en stoffige knipselmappen stort. Daarnaast vadert hij wat over zijn tienerdochter Lydia en weet hij zowaar Florence, het jonge ding van de uitgeverij te verschalken.
Dat je geen spetterende actie of vliegensvlugge vaart nodig hebt om een goed boek in elkaar te draaien is bekend (kijk maar naar Oblomov), maar het zou me niet verbazen als Freriks met zijn extra belegen taalgebruik overal een saaie boel van kan maken. Dankzij zinnen als “In de jaren dat Harry’s dochter uitgroeide van kind tot jonge vrouw was zijn moeder de weg van de ouderdom gegaan” en “Op een keer glijdt ze weg, zomaar, niemand zal haar tegenhouden, ze zinkt dan weg in de dood als een steen naar de bodem van de rivier” voelt het lezen van Madelon aan als huiswerk, een activiteit die je met tegenzin onderneemt.
Misschien zal een ander, die nog steeds een nostalgisch beeld heeft van ‘Ons Indië’, dit boek wel waarderen. Maar zoals het Indonesië dat ik bezocht heb geen mythisch Xanadu is, eerder een land dat de Nederlanders tijdens hun bezetting en exploitatie goed hebben weten te verpesten (anders geef je het beeld dat Indonesië nog steeds een vernaggeld land is, en dat lijkt me politiek incorrect), zo is Madelon geen risotto. Het is een lauwwarme portie mislukte Gado Gado.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



