Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Passie met weinig verve verbeeld

door Ria Holscher, 7 september 2006

Eenzaamheid, liefde en dood zijn de kenmerkende thema’s in het oeuvre van Rascha Peper.
Zo ook in de nieuwe novelle Verfhuid, waarin zij de homoseksuele kunsthandelaar Arnold Kee ten tonele voert die in de binnenstad van Amsterdam een gerenommeerde kunstzaak heeft in 19de-eeuwse Duitse Romantische kunst.

Kee raakt in de ban van de bijzondere kunstverzameling van Karl Terwindus, een nogal sjofel geklede morsige meneer van onbestemde leeftijd, die op geregelde tijden zijn kunsthandel bezoekt op zoek naar nieuwe kunstwerken. Hij laat zich meevoeren in de passie van het verzamelen van Terwindus die als kluizenaar temidden van grootse kunstwerken, een anoniem bestaan leidt. Zijn fascinatie voor 19de-eeuwse kunst raakt verstrengeld met die voor het povere bestaan van Terwindus, die uiteindelijk ten onder zal gaan aan de liefde van een van zijn topstukken In der Slucht van Caspar David Friedrich. Deze ondergang roept schuldgevoelens op bij Kee, maar maakt teven s de weg vrij voor grenzeloos eigenbelang van de kunsthandelaar. Kees passie voor het kunstwerk de Hirtenknabe van Carl Gustav Carus is uiteindelijk bepalend voor zijn ongelukkige einde. Het lijkt erop dat Kee dezelfde fout gaat maken als Terwindus, waarbij hij pijnlijk met zichzelf wordt geconfronteerd.

Verfhuid gaat over de negatieve kanten van de hartstocht en mist een sprankelende verhaallijn. De verf ligt er te dicht bovenop om tot verrassende wendingen te komen, de gaten in de verhaalstructuur zijn in kunsttermen uit te drukken dicht geplamuurd. Het boek mist de verrassing die de trouwe lezer van Peper gewend is van haar werk.

Ook het etaleren van kunstkennis in opsommingen van kunstwerken uit de 19de-eeuw, citaten uit de klassieke literatuur, mythische verhalen over Pyramus en Thisbe dragen niet bij tot het creëren van een band met de lezer – tenzij je bent ingevoerd bent in het jargon van een (minstens) eerstejaars kunstgeschiedenisstudent – , want anders zou je beslist niet weten wat je moet verstaan onder pedigree, provenance, chimère, laat staan dat je kunstenaars als Schwab (geen schilder, maar dichter) Bocklin, Spohler, Kolbe (beeldhouwer, maakt geen aquarellen) Carus of Oehme kunt plaatsen op de lijst van de 19de-eeuwse romantische Duitse schilders. Overigens staan er ook fouten in dit boek. Zo is de Hirtenknabe niet van de hand van Carus is maar wordt toegeschreven aan de kunstenaar Franz von Lenbach. Een verificatie van deze informatie zou op zijn plaats zijn geweest.

Een ander punt van kritiek is dat de karakters onvoldoende uit de verf komen. Zij worden zonder passie verbeeld, alsof Peper nog net voldoende uit haar tube kon persen om personages in homo- erotische getinte situaties met een suède string, knallende slips en volmaakte oorschelpjes te creëren, om het verhaal meer kleur te geven.

Dat is jammer, omdat Peper in Oesters (1991), Dooi (1999) en Wie scheep gaat (2003) wel bewezen heeft de lezer mee te kunnen nemen in vertellingen die met veel verbeeldingskracht zijn neergezet. Zo is Dooi een meeslepende novelle over eenzaamheid en dood, waarin de hartstocht van de hoofdpersoon Ruben Saarloos voor zijn mysterieuze schaatster voelbaar is.. Een verliefdheid die in alle opzichten de passie van zowel Terwindus voor zijn kunstwerk In der Slucht van Carl Friedrich als die van Kee voor de Hirtenknabe veruit overtreft.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.