Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Lezen tot het pijn doet

door Jasper Luitjes, 11 november 2006

Er zijn vast duizend redenen om een boek te lezen, maar een boek lezen om (andermans) ellende te ervaren moet toch wel een van de vreemdste zijn. Je zou zeggen dat niemand bij z’n volle verstand de emoties wil beleven van een personage dat door het noodlot wordt neergesabeld. Volgens Aristoteles moet het plaatsvervangend beleven van heftige emoties echter zuiverend werken – als een laxeermiddel voor de ziel. Dit verklaart dan het verlangen naar verhalen met heftige emoties. Maar er bestaan ook verhalen over de ellende van het bestaan die geen grote gevoelens losmaken, die ze, integendeel, juist bedwelmen onder een nevel van naargeestigheid. Geen katharsis dus, maar intoxicatie.

De bijeneters van Peter Terrin valt in deze laatste categorie. Het is niet bepaald een vrolijke boel in de zeven verhalen waaruit De bijeneters bestaat: je stuit op eenzaamheid, stille woede, een stuk of wat moorden, eigenlijk ontbreekt alleen zelfmoord. Het begint al met het verhaal ‘De verdachte’ waarin de hoofdpersoon – Karlsson – wordt ondervraagd over de moord op een minister. De lezer moet even hulpeloos als de hoofdpersoon de beschuldigingen en de uiteenzetting van de inspecteur over het hoe en waarom van de moord aanhoren. Scčnes in de cel worden afgewisseld met beschrijvingen van de handelingen van de verdachte tot het moment van de moord, waardoor tegenover de werkelijkheid van de inspecteur de werkelijkheid van de verdachte wordt geplaatst. Deze dubbele beschrijving zet de lezer niet alleen op een dwaalspoor over de ware toedracht, zij veroorzaakt ook een beklemmende spanning. Beklemmend, omdat je als lezer tot bijna op het laatst niet weet of je nu sympathie voor de verdachte moet hebben of niet.

Terrin is een meester in het teweeg brengen van dit soort spanning, die steeds zwaarder op je begint te drukken, en die ook niet definitief wordt opgelost. Het bijzondere is dat Terrin erin slaagt om deze spanning in elk verhaal te laten ontstaan, maar dat die spanning telkens door iets anders teweeg wordt gebracht.

Behalve de horror-achtige spanning is een kenmerk van Terrins verhalen dat ze een meer dan zorgvuldige lezing behoeven. Het zijn verraderlijke verhalen. De sobere, bijna zakelijke stijl laat je in de waan dat je alle informatie hebt. Maar pas bij minutieuze herlezing komt de plot tevoorschijn.

De ondertitel Zeven variaties is eigenlijk overbodig omdat de overeenkomsten tussen de verhalen zeer groot zijn. De hoofdpersonen zijn vrijwel allemaal mannen die op afstand van of zelfs vijandig tegenover hun omgeving staan. Ze worden door de omstandigheden of door een eigen impulsieve daad overvallen en moeten dit zien te accepteren. Maar dat kunnen deze personages wel: stuk voor stuk blijven ze stoďcijns – op het autistische af – temidden van soms alleen ergerlijke, soms ronduit tragische gebeurtenissen. Ze lijken in hun doen en denken op Meursault, de hoofdpersoon uit De vreemdeling van Albert Camus. Deze gelijkenis lijkt niet toevallig, aangezien het boek begint met een citaat uit deze roman: ‘ik dacht dat ik mij slechts om hoefde te keren om aan alles een eind te maken.’
Bovendien wordt in het titelverhaal het graf van Camus bezocht door de hoofdpersoon en zijn vriendin. In dit verhaal zet Terrin twee mogelijke houdingen neer tegenover het noodlot dat leven heet. De hoofdpersoon en zijn vriendin zijn op vakantie in Frankrijk waar een op het eerste gezicht onbeduidend incident de reis in ellende doet ontaarden. De vriendin is niet in staat de kleine wreedheden van het leven te accepteren, ze vecht ertegen maar slaagt er niet in om de wanhoop te ontlopen. De hoofdpersoon stelt hier een staat van berusting tegenover. Als oplossing voor de ellende van het leven schiet dit te kort, en door het aanbieden van slechts deze twee opties blijf je achter met het onaangename gevoel dat er iets niet klopt. Dat het leven meer zou moeten bieden dan berusting in ellende.

Wat de De bijeneters zo origineel maakt is wat er allemaal niet in gebeurt: geen autobiografische terugblikken, geen familiegeschiedenissen, geen pogingen tot humor, geen aforismen, geen krampachtig graaien naar de actualiteit. Terrin definieert als het ware hoe literatuur eruit hoort te zien: (her)leesbare verhalen over de menselijke conditie, losgezongen van het hier en nu, en zonder een woord te veel.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.