Joris Note
Hoe ik mijn horloge stuksloeg
(2006)
De Bezige Bij
288 pagina's
€ 19.90
ISBN 9789023419457
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Hoe ik mijn horloge stuksloeg
recensie van Tegen het einde
Joris Note verzet zich tegen kuddegedrag
recensie van Tegen het einde
Springen door taal en tijd
door Ella Rombouts, 13 november 2006
Deze recensie is een juryrecensie in het kader van de schaduwjury voor de AKO-Literatuurprijs 2006.
‘We maken een gat’
Met deze zin opent de Vlaamse schrijver Joris Note zijn nieuwe roman Hoe ik mijn horloge stuksloeg. Een vreemde zin, die je wel meteen het boek in sleurt. Het is het begin van de ‘ouverture’, waarin een vreemde parabel over een koning wordt verteld. Hierop volgt het eerste hoofdstuk, waarin de schrijver na de eerste paragraaf besluit zijn verhaal anders te vertellen. Op deze manier wordt duidelijk gemaakt dat de vorm waarin we het verhaal nu krijgen slechts een van de vele mogelijkheden is geweest. Iemand heeft zitten denken en schaven met welke informatie hij op welk moment moest komen en hoe hij het zou moeten brengen, en dat spel vind je overal in het werk terug. Maar je moet natuurlijk op de een of andere manier beginnen. Eerst maak je een gat, en dan schep je een verhaal.
Deze manier van schrijven vergt wel veel van een lezer, omdat er geen moment ‘lekker’ gelezen kan worden. Het verhaal zelf is ook niet echt spannend, en mist interessante verwikkelingen. Een man gaat naar een klooster omdat ‘het niet meer gaat’, hij praat veel met een van de nonnen, Simone, en op een gegeven moment verlaat hij het klooster weer. Of misschien iets uitgebreider: een schrijver van korte stukjes genaamd Boris neemt zijn intrek in een klooster. In dat klooster bespreekt hij met zuster Simone en met de lezers allerlei zaken uit zijn jeugd en uit de dagelijkse realiteit van België, en in het bijzonder die van Vlaanderen. Het is dus ook niet de plot waar het om draait, maar de manier waarop er verteld wordt en de onderwerpen die langskomen zijn belangrijk. Het nadeel van het nogal sobere plotloze verhaal is dat sommige passages wat langdradig en saai worden. Het voordeel is dat de schrijver op die manier veel ruimte krijgt om na te gaan hoe verhalen verteld worden.
De hoofdpersoon vertelt aan de lezer en aan Simone onder andere over zijn jeugd en zijn studietijd. Deze vertellingen vormen echter geen coherent verhaal. Dat blijkt het meest uit wat de hoofdpersoon over zijn schooltijd en zijn leraarschap vertelt. De studie en de gezinssamenstelling zijn in elk verhaal weer net anders, evenals de problemen waar de ‘ik’ in die verhalen tegenaan loopt. Je kunt je daardoor afvragen of er wel één ‘waar’ verhaal tussen zit. Andere delen zijn gewijd aan grote begrippen, namelijk het kwaad, de taal, en de kunst. In deze stukken beschrijft Note op heldere en scherpe wijze allerlei kwesties uit de Europese en Belgische cultuur, naar aanleiding van voorbeelden uit de actualiteit. Zijn kijk op zaken als het proces Dutroux, de vrijheid van meningsuiting (geïllustreerd met de moord op Theo van Gogh) en het leven van Courbet. Note laat door de werking van de taal in deze passages een nieuw licht schijnen op al deze onderwerpen.
De titel Hoe ik mijn horloge stuksloeg komt niet letterlijk als gebeurtenis terug in het verhaal. Er zijn in totaal twee passages waarin het horloge van de hoofdpersoon een rol speelt. In het eerste hoofdstuk over vroeger begint de verteller over zijn universiteit te spreken, en de verschrikkelijke school in Turnhout waar hij daarna les ging geven. Na zes alinealoze bladzijdes krijgen we hier ineens een alinea: ‘Zo krijg je het niet uitgelegd. Zo komen we er niet uit, u zult zich wat meer moeten inspannen, beste vriend. Anders aanpakken. Vooruit.’ Hierna volgt een nieuw verhaal over zijn jeugd, dat ook op een ander punt begint. Hier verliest hij zijn eerste polshorloge als hij heel braaf zijn rooster voor het academiejaar op komt halen. Hoewel hij zonder zijn horloge ook op tijd kwam, kocht zijn vader voor hem een nieuw.
Verderop komt het horloge weer langs. De verteller is ooit hard tegen een muur gestoten en zijn horloge was hierna stuk. Hij heeft het laten maken, en nu loopt het soms voor, soms achter. Toch blijft hij het gebruiken, waardoor hij soms veel te vroeg en soms veel te laat op afspraken komt. Dit laatste verhaal over het horloge laat eigenlijk de structuur van het boek zien: het enige chronologische verhaal dat verteld wordt is dat van hem en Simone, maar vaak springt het terug, dan staat het weer stil bij een groot thema.
Hoewel het boek vol zit met prachtige ideeën en mooie vindingen in taal en structuur, is het nogal lastig om door te komen. Het zou prettiger geweest zijn als het eigenlijke verhaal je iets meer op sleeptouw neemt langs alle verhalen en opinies van de verteller. Op dit minpuntje na is het vooral een erg mooie roman, met een hele frisse kijk op de hedendaagse werkelijkheid en een tot nadenken stemmende visie op de werking en misleiding van taal. Een roman die beslist thuishoort op een toplijst van de literaire productie van het afgelopen jaar.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


