Dimitri Verhulst
De helaasheid der dingen
(2006)
Contact
208 pagina's
€ 18.90
ISBN 9789025414122
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van De helaasheid der dingen
Achter de schermen van een Belgisch AZC
recensie van Problemski Hotel
Van krul tot staart een mislukking
recensie van Mevrouw Verona daalt de heuvel af
recensie van Mevrouw Verona daalt de heuvel af
Semiautobiografische verhalenroman
recensie van De kamer hiernaast
Omzwervingen van een dromerige Vlaming
recensie van Niets, niemand en redelijk stil
Lichte Vlaams-nationalistische voetbalroman
recensie van De verveling van de keeper
Ons bittere verhaal, het raakt
recensie van Godverdomse dagen op een godverdomse bol
recensie van Godverdomse dagen op een godverdomse bol
Schaduwjury: De Gouden Uil volgens De Kritiek
opiniestuk
Toplijst Ako: weer Grunberg, geen vrouwen
opiniestuk
opiniestuk
De bronnen van Dimitri Verhulst, een verslag
opiniestuk
Schaduwjury: Niet engagement, maar gelaagdheid
opiniestuk
Schaduw Toplijst AKO Literatuurprijs 2009
opiniestuk
andere recensies
Lachen om Vlaamse Tokkies
door Jasper Luitjes, 21 november 2006
Dimitri Verhulst heeft met De helaasheid der dingen een kleine familiegeschiedenis geschreven die vermoedelijk ook nog autobiografisch is – de hoofdpersoon heet namelijk Dimitri Verhulst. De helaasheid der dingen bestaat uit luchtig vertelde flarden geschiedenis van een jongen die met zijn klaplopende vader en drie al even klaplopende ooms inwoont bij zijn oma in het plaatsje Reetveerdegem.
De geschiedenis wordt door de volwassen geworden Dimitri zonder speciale volgorde verteld, en is een kapstok om sterke verhalen aan op te hangen over het smerige, asociale en armoedige huishouden van de familie Verhulst. Iedereen is werkloos en het geld dat binnenkomt wordt gebruikt om de rekeningen bij de verschillende kroegen te voldoen. Drank stroomt rijkelijk door alle verhalen, met als hoogtepunt de Tour de France die door oom Potrel wordt georganiseerd – elke etappe bestaat uit een vastgesteld aantal biertjes, en de zogenaamde bergen worden door sterke drank vertegenwoordigd. Het zijn de Tokkies, maar dan in Vlaanderen. Verhulst doet zijn best om de lezer deelgenoot te maken van alle smerigheid die hij maar kan verzinnen:
‘Mijn vader zat altijd met de deur wagenwijd open te schijten. Zijn humus stonk buitenaards naar jarige kaas [...]. Wij schaamden ons om onze scheten die we lieten als kapelmeesters, onze boeren die we vrije doorgang lieten. We schaamden ons om onze vloeken die we lieten om niets, om het schaamhaar dat we ruifden boven de plee, om onze teennagels die we manueel korter scheurden en die vervolgens maanden bleven liggen op de mat.’
Verhulst houdt niet alleen van smerigheid, maar ook van overdrijving. Daardoor wemelt het boek van de ‘kleurrijke’ personages, kan iemand niet gewoon glimlachen maar ‘lacht zijn zwarte, afgebrokkelde tanden bloot’ en is een glas bier geen glas bier maar ‘het pisgele vocht’. Juist de nadrukkelijke gekunsteldheid van de omschrijvingen duidt erop dat we de geschiedenis niet serieus hoeven te nemen, maar veeleer als iets om te lachen.
Echt grappig wordt het echter zelden. Zo is er een scčne waarin de hele familie op bezoek gaat bij het enige buitenlandse gezin in het dorp. De televisie is namelijk door de deurwaarder meegenomen, juist op de dag dat hun grote held Roy Orbison in een live-uitzending zal optreden, maar er is geregeld dat de familie bij het Iraanse echtpaar mag komen kijken. Vanaf het moment dat de gastheer zich voorstelt aan de asociale familie gaat het echter al snel bergafwaarts:
‘“Mijn naam is Sawasj.”
“Sawatte?”
“Sawasj.”
“Sawasj? Wasj, zoals in car-wash?”’
Dit soort flauwiteiten zitten er net iets te vaak in. Hierdoor ontstaat een probleem wanneer Verhulst, inmiddels zelf vader geworden, aan het einde toch iets serieus wil vertellen over zijn terugkeer naar Reetveerdegem. De ontroering of melancholie of zelfs het medelijden met de hoofdpersoon komt eenvoudigweg niet van de grond, omdat er geen enkele band tussen lezer en personage is ontstaan. Deze afstand wordt vergroot door het feit dat de verteller zijn verhalen terugkijkend vertelt en af en toe inbreekt in de weergave van het perspectief van de tien- en twaalfjarige Dimitri.
In het hoofdstuk waarin hij beschrijft hoe hij met leeftijdgenootjes de zomervakantie doorbracht staan bijvoorbeeld de volgende zinnen: ‘En deden wij onszelf niet denken aan verre, onmogelijke werelden, dan nog het meest aan prentjes [...] van Griekse jongelingen, Spartanen, Efeben…’ Of bij deze beschrijving van een leeftijdgenootje: ‘ ’s Winters hield hij zijn conditie op peil door jambische vijfvoeters te zeiken in sneeuw.’ De nadrukkelijke aanwezigheid van de terugkijkende verteller verstoort het inleven in de geschiedenis.
Verhulst bezit onmiskenbaar een groot taalgevoel, schrijft opmerkelijk beeldend, weet hoe je scčnes moet indelen en heeft talent voor geloofwaardige en pakkende dialogen. Het gevoel bekruipt je dan ook dat hij zich er in dit boek te makkelijk vanaf heeft gemaakt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



