Willem Brakman
Naar de zee, om het strand te zien
(2006)
Querido
108 pagina's
€ 16.95
ISBN 9789021453170
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Wrakhout vol weemoed
door Ria Holscher, 14 december 2006
In zijn nieuwe roman is Willem Brakman (1922) zelf de naamloze verteller die de zee als metafoor gebruikt om de lezer op het vrij gekomen strand ruimte te geven voor eigen hunkering en mijmering. Dat is de poëzie zonder welke het voor hem onmogelijk is zijn gedachten en herinneringen over te brengen, en dat is kenmerkend voor zijn hele oeuvre. Hij ontwerpt een zinnebeeldig woordenspel dat net niet concreet wordt en waarop je als lezer moeilijk grip krijgt.
Brakman construeert in Naar de zee, om het strand te zien in ondoorgrondelijke dialogen een verleden dat naadloos over loopt in het heden. Geen afstand kunnen nemen van het verleden, de periode waarin hij jong en onbegrepen was, is een terugkerend motief in Brakmans omvangrijke oeuvre. En ook de constante communicatie met het verleden waarin de doden spreken in de geest van de levenden – waarvan ook al sprake was in Weekend in Oostende (1982) en Pop op de bank (1989) -, treffen we weer in deze roman aan.
Je kunt bij Naar de zee, om het strand te zien niet echt spreken van een verhaal maar meer een eb en vloed van gedachtesprongen waarin dromen zich vervlechten met de werkelijkheid van de verteller. Het zijn herinneringen en tafereeltjes verpakt in emotionele en geestige teksten die kleur geven aan het vooroorlogse Scheveningen en allerlei locaties in Den Haag. Tegen dat decor klinken de associatieve mijmeringen van Brakman:
‘de vrouw een vluchtige kus geven,
niet naar het kind luisteren,
vluchtig groeten,
praten onder het lopen,
absolveren, ordenen, inhalen,
alles zien, horen, kosten berekenen,
ruiken, betasten, gedicht citeren.’
De verteller neemt je mee op een route uit zijn jonge jaren. ‘Ik ken als Scheveninger alle te betreuren plekken, zoals een camping in de duinen waarboven in de nacht een profaan licht koepelt. Wie dan over het terrein loopt ziet eruit als een ten dode opgeschrevene. Ik zal nooit nalaten een vloek te leggen op dit terrein, meestal ga ik daarna naar het café in de Keizerstraat’. Schitterend is vervolgens de beschrijving van Café den Dulk, waar je Willem Brakman lijfelijk ziet zitten en hoort praten. Ook zie je hem schuifelen langs de gevel van de Julianakerk, een steelse blik naar binnen werpend terwijl hij denkt: ‘God is een toevlucht voor de gevaren van deze wereld, de luimen van de zee, de Keizerstraat, maar morgen. Morgen, nu nog niet’.
De weemoedige herinneringen aan zijn jeugd worden wreed verstoord door het heden waarin sportvissers, kampeerders, toeristen zich in zijn geboortedorp ophouden. Vooral de sportvissers moeten het ontgelden.
‘“Hij liet het dier kronkelen in zijn handen. De vis lag doodstil. Ik dacht aan mijn lijst met ongelukken. Moge hij bergbeklimmen en zijn nek breken na een lange val,” bad ik. “Ik houd niet van vissers, die doen mij denken aan Jack the Ripper.”’
Naar de zee, om het strand te zien is een avant-gardistische schildering van beelden waarin je zelf een samenhang moet proberen aan te brengen. Het is Brakmans levendige proza vol onvervulde dromen en gedachtekronkels, waarin verbeelding en werkelijkheid moeiteloos in elkaar overgaan, die de lezer zeker zal fascineren en inspireren. Brakman is behalve schrijver ook beeldend kunstenaar en dat merk je. Niet alleen ontwierp hij het omslag van de roman, zijn beeldend vermogen blijkt ook uit zijn virtuoze taalgebruik waarmee hij de verbeelding van zijn lezers weet te prikkelen en hen als het ware uitdaagt een eigen romanwerkelijkheid te creëren. Naar de zee, om het strand te zien is, voor wie er de moeite voor neemt, een roman die je werkelijk meeneemt naar een strand waar door een onstuimige vloedgolf wrakhout vol weemoed is beland.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



