Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Van krul tot staart een mislukking

door Jasper Luitjes, 22 december 2006

Dimitri Verhulst kiest in Mevrouw Verona daalt de heuvel af voor een dorpje als decor, net als in zijn vorige boek, het voor de AKO Literatuurprijs genomineerde De helaasheid der dingen. Dit geeft Verhulst opnieuw de ruimte om anekdotes te vertellen over het trieste of bizarre dorpsleven. Maar behalve over het dorpsleven gaat Mevrouw Verona daalt de heuvel af vooral over serieuze zaken: liefde en dood.

Gezeten op een bankje in de sneeuw besluit de 82-jarige Mevrouw Verona dat het tijd is om haar man, Meneer Pottenbakker, te volgen naar ‘het eindeloze donker’. Ze heeft die ochtend het laatste houtblok van de stapel die hij achterliet op het vuur gegooid, en is de heuvel afgedaald.
Van de terugblikkende verteller vernemen we dat het echtpaar ooit op de bewuste heuvel kwam wonen, in een huis gereserveerd voor buitenstaanders. Want buitenstaanders in dit boerendorp zijn het: niet alleen zijn ze gecultiveerd (zij voormalig celliste, nu pianolerares; hij componist), ook hebben ze de bijzondere eigenschap dat honden hun gezelschap zoeken.

Het gebeurtenisloze leven van het echtpaar komt ten einde wanneer er bij Meneer Pottenbakker longkanker wordt geconstateerd. Om zichzelf en zijn vrouw de volledige aftakeling te besparen hangt hij zich op aan een boom, maar niet voordat hij nog zoveel mogelijk brandhout bij elkaar heeft gehakt: hij wil Mevrouw Verona na zijn dood de warmte geven die hij ‘had willen schenken met zijn armen’.

Verhulst staat Mevrouw Verona geen gepassioneerde liefde toe. Ze stort niet van ellende in elkaar, noch besluit ze zijn voorbeeld te volgen. Wel praat ze nog regelmatig tegen hem, hult zich in zijn kleren, en is geen moment geďnteresseerd in een nieuwe echtgenoot – tot teleurstelling van de mannen in het dorp. De liefde van Mevrouw Verona, impliceert Verhulst, is als de blinde aanhankelijkheid die een hond aan zijn baasje bindt. Zo brengt Mevrouw Verona haar dagen door: wachtend op een baasje dat niet meer komt.

De verteller heeft geen ander register dan het bloemrijke en hyperbolische taalgebruik dat ook in De helaasheid der dingen werd gebezigd. Dat leent zich goed voor de sterke verhalen over Oucwčgne – het dorp waar alleen maar jongens worden geboren en waar een koe het tot burgemeester kan schoppen. Soms levert die stijl een mooie zin op, bijvoorbeeld wanneer Mevrouw Verona de cello krijgt die ze had laten maken uit de boom waar haar man zich aan had opgehangen: ‘Van krul tot staart een mislukking en maar zoveel cello als een banjo een gitaar kon zijn.’ Maar een voortdurende stroom van dat soort beschrijvingen is voornamelijk erg vermoeiend.

Bovendien is de verteller af en toe onnodig – en dus hinderlijk – aanwezig, zoals met de volgende zin: ‘We zijn op deze bladzijden te slordig omgesprongen met de karaktertekening van Mevrouw Verona [...]’. Dat soort onderbrekingen zijn net zo storend als de ongeloofwaardigheden in het verhaal, zoals de onmogelijke hoeveelheid brandhout die Meneer Pottenbakker in een gevorderd stadium van longkanker bij elkaar gehakt zou hebben.

Als lezer wordt je geacht – ben je misschien wel verplicht – je ongeloof op te schorten, maar toch niet in die mate dat je er kramp van krijgt. Dan kun je maar beter stoppen met lezen.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.