Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Op zoek naar een plot

door Jasper Luitjes, 23 december 2006

Rinus Ferdinandusse, thrillerauteur van een omvangrijk oeuvre met als bekendste werken Naakt over de schutting en Zij droeg die nacht een paars corset, heeft een roman geschreven. Die benaming staat tenminste op de omslag. Volledig ontsnappen aan het thrillergenre blijkt echter geen sinecure, getuige de verwijzingen naar en citaten van detective- en thrillerschrijvers als Agatha Christie en Ruth Rendell, en typische thrillerelementen als geheimen, schimmige organisaties, en een speurende hoofdpersoon. Desondanks is Ferdinandusse er met Een hand om in te bijten in geslaagd iets te schrijven dat in geen geval een thriller genoemd kan worden.

De speurende hoofdpersoon is de zeventienjarige scholier Duk – kort voor Duco – die in het herziene testament van zijn nog levende grootvader wordt aangewezen als erfgenaam van het familiebezit de Zeeltelanden. De rest van de familie (vader, moeder, ooms, tantes) is hoogst verontwaardigd over deze beslissing van opa, al wordt niet duidelijk wat de bron van hun verontwaardiging is. Duk wordt vervolgens door zijn familie onder druk gezet om zijn oudoom in Frankrijk te bezoeken, waarmee zijn speurtocht begint. Wáár Duk nu precies naar speurt blijft onduidelijk, voor hemzelf en voor de lezer.

Na de episode over Frankrijk (het boek bestaat niet uit hoofdstukken maar uit episodes) wordt er ingegaan op Duks seksuele escapades met twee van zijn tantes, en op zijn zijdelingse betrokkenheid bij de gebeurtenissen op zijn school – in de schoolkrant worden de onoorbare praktijken van een docent uit de doeken gedaan, waarop deze gearresteerd wordt. Deze gebeurtenissen staan echter op zichzelf en hebben geen aanwijsbare functie in het verhaal.

Aan het slot van het boek overlijdt de grootvader en wordt bekend dat hij niet alleen aan het hoofd stond van de familie, maar ook van een geheime en invloedrijke organisatie. Deze openbaring verklaart niets en is geen ontknoping, wat waarschijnlijk de reden is dat lezer noch personages er belangstelling voor hebben.

Misschien is dat wel wat zo opvallend is in dit boek: de personages zijn nergens werkelijk in geďnteresseerd en streven geen doelen na. Dat maakt hen niet alleen onvoorspelbaar, maar ook onmenselijk: ze kunnen immers niet falen.

Ferdinandusse lijkt opzettelijk in het midden te houden waar het verhaal over gaat: thema’s, gebeurtenissen, en zelfs personages volgen elkaar tamelijk willekeurig op. Dat is een vertelstrategie die voornamelijk voorkomt in postmodernistische literatuur. Er zijn meer postmodernistische elementen in het boek aan te wijzen: het gebruik van lijstjes, citaten uit populaire cultuur, typografische speelsheid. Op grond daarvan is het aanlokkelijk om het boek postmodernistisch te noemen, wat tevens het ontbreken van een samenhangend plot zou verklaren.
Het probleem is dat je daar niks aan hebt. Je kunt het boek noemen hoe je wilt, uiteindelijk gaat het om je leeservaring. Dat betekent in dit geval: op elke pagina geconfronteerd worden met flauwe woordgrapjes en met personages die allemaal hetzelfde irritante taaltje spreken, een geforceerd soort vlot en jolig Nederlands doorspekt met Engelse uitdrukkingen.

Een vervelend boek.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.