Arnon Grunberg
Tirza
(2007)
Nijgh & Van Ditmar
430 pagina's
€ 12,50
ISBN 9789038890593
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Het aapje dat geluk pakt
Nog steeds kan er gevraagd worden: wie is Arnon Grunberg?
recensie van Omdat ik u begeer
recensie van Tirza
Brievenboek van Grunberg biedt te weinig inhoud
recensie van Omdat ik u begeer
recensie van Onze oom
Een oom die geen cadeautjes meebrengt
recensie van Onze oom
recensie van De heilige Antonio
Oorlogsroman die gebukt gaat onder repeterende boodschap
recensie van Onze oom
Schaduwjury: Sievez of Speedboot?
opiniestuk
Schaduwjury: De Gouden Uil volgens De Kritiek
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Los van deze tijd
opiniestuk
Stem nu! De NS Publieksprijs van binnenuit
opiniestuk
Toplijst Ako: weer Grunberg, geen vrouwen
opiniestuk
Tirza op weg naar een Grand Slam? (NS Publieksprijscorrespondentie)
opiniestuk
opiniestuk
Omissies en miskleunen op toplijst AKO Literatuurprijs
opiniestuk
AKO-schaduwjury 2008 van start
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Schaduwjury: Niet engagement, maar gelaagdheid
opiniestuk
Titanenstrijd om De Gouden Uil
opiniestuk
Een evenwicht tussen persoonlijkheid en techniek
opiniestuk
opiniestuk
andere recensies
NRC Handelsblad (leesclub)
Trouw
BN/DeStem
Sp!ts
Humo : The Wild Site
Propria Cures
8weekly
gwrrf.nl
recensent.nl
literairnederland.nl
Boekgrrls
scholieren.com
Oud-Zuidse eerwraak
door Maartje Kunnen, 9 januari 2007
Tirza is in veel opzichten een echte Grunberg. Het Amsterdam-Zuidmilieu uit de eerste romans vormt de achtergrond van de roman. Hoofdpersoon Jörgen Hofmeester is net als de hoofdpersoon in De asielzoeker een ‘kapotte’ man, die op de een of andere manier samenleeft met zijn eveneens kapotte vrouw, ondanks dat zij niets meer bij elkaar te zoeken lijken te hebben. Zijn haat-liefdeverhouding met geld kennen we uit Fantoompijn en zijn streven naar oppervlakkige keurigheid uit Het aapje dat geluk pakt. Uit deze bekende elementen is het Grunberg weer gelukt een nieuwe, spannende roman te smeden.
Jörgen Hofmeester is een man van middelbare leeftijd, die niet zo goed weet hoe hij contact moet leggen met mensen, hoewel hij dit graag zou willen. Hij had een baan als redacteur buitenlandse fictie op een uitgeverij en vertelt dat te pas en te onpas aan wie het horen wil.
‘Ik heb Duits gestudeerd. En criminologie. De laatste studie nooit afgemaakt. Ik kreeg een baan aangeboden op een uitgeverij, een aanbod dat ik niet kon weigeren. Het lag in de lijn der verwachtingen dat ik uitgever zou worden.’
Hij heeft echter nooit belangrijke auteurs ontdekt en wordt, kort voor hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, op onsympathieke wijze afgeserveerd door zijn werkgever. Deze wil het over een totaal andere boeg gaan gooien door boeken te maken voor mensen die geen tijd hebben om te lezen. Hofmeester verlaat de uitgeverij als een tragisch overblijfsel van een ander tijdperk en hij blijft het laatst toegestuurde manuscript van een auteur uit Azerbeidzjan overal naartoe meezeulen.
Behalve met geld – met een investering in een hedge fund verloor hij al veel geld – heeft Hofmeester een complex met seks. Met zijn echtgenote is het blijkbaar nooit veel geweest. Haar naam wordt in het boek niet genoemd, ze is slechts de echtgenote en de moeder van zijn twee dochters. Wanneer Hofmeester per toeval zijn oudste dochter Ibi, die op dat moment vijftien is, gemeenschap ziet hebben met een man die een kamer bij hem huurt, gaat hij deze te lijf. Hij wil zijn dochter beschermen, maar die zit helemaal niet te wachten op dergelijke bescherming. Ibi, de echtgenote en jongste dochter Tirza verklaren hem voor gek.
Van Tirza heeft Hofmeester grootse verwachtingen; ze is hoog-hoogbegaafd. Nadat hij heeft begrepen dat Tirza’s anorexia gevolg is van deze verwachtingen, besluit hij om voortaan alleen nog als ideale vader in dienst van Tirza te staan. En als zijn echtgenote hem verlaat voor een jeugdliefde en Ibi het huis uitgaat, is hij voortaan alleen met Tirza. En met één zekerheid: wat hem met Ibi is overkomen zal hem met Tirza niet meer gebeuren. Hoogstens vraagt hij aan jongens die hij ’s ochtends in de badkamer tegenkomt of ze een schone handdoek nodig hebben. Zelf heeft Hofmeester ondertussen seksuele omgang met de Ghanese werkster, in ruil voor wat geld en het regelen van een advocaat.
De obsessie met seks en de licht xenofobische neigingen van Hofmeester vormen een leitmotiv in het boek. Als hij, nadat hij net ontslagen is, op de uitgeverij de schoonmaker, een Afghaan, treft lees je:
‘Hofmeester had altijd het vermoeden gehad dat de schoonmaker voor de taliban had gewerkt, maar hij had dat vermoeden nooit uitgesproken. Het zou nu voor altijd onuitgesproken blijven. In het voorbijgaan mompelde hij beleefd: “Goedenavond”, al twijfelde hij er nog steeds niet aan dat de Afghaan, net als die soortgenoten van hem, het paard van Troje was, dat ze hadden binnengehaald.’
Zijn dochters komen echter allebei met een ‘donkere man’ thuis. Van Ibi wil hij dit nog pikken, maar bij zijn oogappel Tirza gaat dat hem echt te ver. Hij heeft alles voor haar over, maar niet dit…
De dialogen in Tirza zijn levensecht. Soms zijn ze uitermate lullig:
‘“Komt dit uit een pak met vruchtvlees?”
“Wat?”
“Volgens mij komt het onder uit een pak, het is het laatste restje. Kan dat kloppen?”
“Het is sinaasappelsap, als je het niet lekker vindt laat je het staan.”’
Dan weer zijn ze verschrikkelijk pijnlijk. Als Hofmeester de vriend van Tirza, een voorbeeldige Marokkaanse jongen, met zijn vooroordelen bestookt, zit je met kromme tenen te lezen. De vernislaag van ‘ideale vader’ is blijkbaar erg dun. Uiteindelijk is de bescherming die hij zijn dochter wil geven nog het beste te vergelijken met de manier waarop zeer conservatieve islamieten de eer van hun dochter en familie behouden. Met Tirza schreef Grunbergs zijn sterkste roman tot nu toe, waarin een knap spel wordt gespeeld met de realiteit en de fantasie van de hoofdpersoon. Zijn hoofdpersonen hebben altijd een dubbelzinnige relatie met de werkelijkheid gehad, maar in Tirza komt dit weer op een geheel nieuwe wijze tot uitdrukking. Zo kenden we Grunberg nog niet: uiteindelijk blijft alleen de onkenbaarheid van de ander overeind.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


