Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Leven tussen droom en werkelijkheid

door Leon Hoekstra, 22 januari 2007

Op de omslag van het boek Kijk, een drenkeling komt voorbij is een schim te zien, gehuld in mist, dwalend door een lege en asgrauwe wereld over een kille stenen straat. Dit is de wereld van de onaangename, paranoïde Krekker, het hoofdpersonage van de nieuwe roman van de ervaren dichter en schrijver Heere Heeresma, die al in 1954 debuteerde met de dichtbundel Kinderkamer. Heeresma is ook bekend van verschillende verhalen en romans zoals Bevind van zaken en Een dagje naar het strand, en heeft onder diverse pseudoniemen zogenaamde realistische romans en pornoverhalen geschreven.

Door de ogen van Krekker krijgt de lezer flarden mee van het dagelijkse leven in wat nog het meest lijkt op een gevangenis, compleet met smerige brij als eten en moddervette, treiterende bewakers die slechts wachten op een excuus om iemand de krappe isoleercel in te gooien. Hier zorgt behalve de oncomfortabele betonnen bak, die als bed dient, vooral de verveling ervoor dat men zich wel twee keer bedenkt voor hij nogmaals ongehoorzaam is.

Om aan deze verveling en aan zijn leven in de cel te ontsnappen is Krekker voornamelijk bezig met dagdromen. In elk hoofdstuk vloeit de vermeende werkelijkheid over in absurde dromen, die vaak seksueel van aard zijn. Droom en werkelijkheid komen elke keer samen in een voorwerp dat Krekker in zijn omgeving terugvindt. Zo ligt hij bijvoorbeeld het ene moment in zijn cel op bed en staat hij het volgende moment schelpen te verkopen op het strand, waar hij wordt besprongen door een naamloze vrouw:

‘“Nee,” zei hij. “Eerst mijn schelpen verkopen.” “Hoe wil je die kar door het strand trekken?” vroeg ze, liep naar voren, legde een hand op de grijze ezel en duwde. Het dier viel om. Het was van gewapend karton en een voorpoot lag door de val eraf. Bitter keek hij neer op die flauwekul en begon toen de kar los te maken. Vers touw. Echt touw. Geen blauwe of oranje lijnen van kunststof.’

Nadat Krekker door een luid schreeuwende bewaker tot de orde is geroepen voelt hij onder zijn bed: ‘De vingers van zijn hand van zijn hand voelden iets en langzaam trok hij er wat van tevoorschijn. Het was touw. Vers touw. Met nog wat zand eraan.’

Het zijn deze ‘uitstapjes’ in de op herinneringen gebaseerde dromen van Krekker, waarvan elk hoofdstuk er één bevat, die het verhaal interessant maken. Ze vinden allemaal plaats in de frisse buitenlucht en staan in schril contrast met de muffe omgeving van de door TL-buizen verlichte gevangenis, waar elke dag hetzelfde is. De wereld buiten het cellencomplex is ook het decor voor alle gebeurtenissen die Krekker zou willen meemaken: hij bevindt zich liever op een gedroomde boot of op een bedacht strand met een vrouw die hem ziet zitten dan dat hij zich mengt met de mensen om hem heen. Zijn ‘echte’ leven heeft geen waarde – ‘Privacy? Krekker, je bent hier niks. Een lege zak!’ Hij is een gevangene zonder te weten waarvoor hij gevangen zit en zonder de wil om vrij te komen. Hij gelooft vrij te zijn zolang hij nog kan dromen en hiervoor maakt de plaats waar hij is niet uit, dus hoe langer hij gevangen zit hoe minder hij er naar verlangt zijn cel te verlaten.

Heeresma slaagt er door middel van overdrijving in een bijzonder naargeestige plek te creëren en dit te vermengen met het soort onwerkelijke dingen die in dromen voor kunnen komen: ezels die breken wanneer je ze een zet geeft, of handleidingen die je vertellen hoe je een boot kan besturen door het op tijd indrukken van drie knoppen. Het platte taalgebruik dat hiermee gepaard gaat zorgt er echter voor dat de personages, inclusief Krekker zelf, nogal ruw en asociaal overkomen. Er is ook weinig sprake van onderlinge gesprekken, hooguit de standaard opmerking van Krekker dat hij niet getutoyeerd wenst te worden – ‘Wij hebben niet samen in een schoolbank gezeten, meneer.’ – waarmee hij iedereen die hem zonder kwade bedoelingen benadert afschrikt en zo verdere communicatie bij voorbaat uitsluit. Toch maakt het isolement waar Krekker zichzelf in terecht laat komen het makkelijker om met hem mee te leven wanneer hij niet langer terug wil naar de echte wereld, waar immers alleen nare mensen zijn met wie niet te praten valt.

Het verhaal van Kijk, een drenkeling komt voorbij is niet meer dan een beschrijving van een duistere en verwarrende omgeving met daarin personages die nooit echt tot leven komen. Dit werkt als een ideale achtergrond voor de goed uitgewerkte dromen, die voor Krekker als ontsnappingsmogelijkheid uit zijn troosteloze werkelijkheid dienen, en de lezer meenemen naar andere werelden. Oppervlakkig geschetste personages duiden meestal op een gebrek aan talent van de schrijver, maar dat is in deze roman zeker niet het geval. Hier is de oppervlakkige tekening een bewuste ingreep, bedoeld om de vlucht naar een droomwereld aannemelijk te maken. Verhaal en personages worden door Heeresma opgeofferd ten gunste van een droomachtige sfeer. En juist deze tegenstellingen tussen de dromen en werkelijkheid werken in dit verhaal goed en maken het boek het lezen waard.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.