Huub Beurskens
Albinoziel
()
Atlas
127 pagina's
€ 16.50
ISBN 9789045013947
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Universum-Beurskens is knap maar kunstmatig
recensie van De echoïst
Tweestrijd tussen Roomse vader en een modernistische zoon
recensie van Kid
Graven naar een verhaal
door Pieter Wybenga, 7 februari 2007
Hoeveel dichters schrijven ook proza, en met succes? En andersom, hoeveel prozaïsten dichten wel eens een velletje vol? Niet bijster veel betreden in hun schrijvende carrière geregeld beide paden met succes. Huub Beurskens is er één. Al sinds de jaren zeventig publiceert hij zowel proza als poëzie. Maar het zal vooral het laatste zijn waar hij zijn bekendheid vandaan haalt. Zijn gedichten leverden hem al menig prestigieuze prijs op. En wie zijn laatste prozaproduct, Albinoziel, leest, zal des te meer geneigd zijn te denken dat Beurskens toch in eerste instantie een dichter is.
Albinoziel gaat over een dichter, verwijst veelvuldig naar gedichten, staat bol van poëtisch taalgebruik, en ten slotte lijkt ook de vorm geconstrueerd te zijn door een dichter. Want zijn niet het ritme, de regellengte en structuur even belangrijke middelen voor de dichter als plot en karaktertekening voor de romancier? Met een zware of ontbrekende structuur kan een dichter evenveel zeggen als een romancier met een alwetende verteller. Albinoziel legt een sterk bewustzijn van deze mechanismen aan de dag. Niks geen hoofdstukken genummerd van 1 tot veel, of een verhaal met een duidelijke kop en staart. Het boek bestaat uit vele deelverhalen en perspectieven, en alleen een plotseling opduikende witregel waarschuwt de lezer voor een sprong in het verhaal.
Het begint met een korte brief ‘aan de auteur’, en wel aan de auteur van een manuscript dat de lezer ook onder ogen krijgt – het leeuwendeel van de roman. Dit laatste wordt echter eerst vooraf gegaan door een kort verhaal van een kunsthistoricus die het manuscript in handen krijgt om als literator zijn licht erover te laten schijnen om het uitgegeven te krijgen. Ook zijn aantekeningen heeft Beurskens ons niet willen onthouden. En als toetje schrijft de auteur van het manuscript nog een brief aan de uitgever. Bovendien verwijzen alle afzonderlijke delen voortdurend naar elkaar. Dit alles in slechts 128 pagina’s, titelpagina’s meegerekend.
Beurskens voert in Albinoziel, of beter in het manuscript in Albinoziel, een dichter ten tonele, Leonard Liebezeit, een dandy, al vanaf jonge leeftijd gewapend met hoed en wandelstok, die zijn geliefde meer met verzen dan met liefde overstelpt. Want dat laatste gaat hem moeilijk af. Hij wil zichzelf heel graag blootgeven, licht op zijn ziel laten vallen en zijn Mira liefhebben, maar dat blijkt onmogelijk voor een man als hij, een albinoziel. Deze onmogelijke liefde beschrijft Beurkens zonder meer aangrijpend. De pijnlijke verwarring die dat bij beide partijen oplevert weet Beurskens bovendien prachtig door gebruik van meerdere perspectieven te intensiveren. In drie opeenvolgende delen die samen het manuscript maken is Leonard steeds ouder, en steeds verder van zijn liefde verwijderd, want Mira blijft zo jong als in het eerste verhaal. Maar dit positieve gevolg van Beurskens knip- en plakplezier wordt echter overschaduwd door de rest van zijn ambitieuze werk. Want, liefhebbers van het genre daargelaten – en die zijn er vast -, deze grote constructie in weinig woorden zit het verhaal vreselijk in de weg.
Zo blijft het voor de lezer gedurende het boek graven naar het genoemde aangrijpende verhaal. Want met de aan het manuscript voorafgaande delen nog in het hoofd, en de vele verwijzingen tussen alle delen van het boek die zaken suggereren die later soms toch niet het geval blijken te zijn, raakt de lezer zijn belevingslust kwijt. Natuurlijk wekt de toch zeker knap te noemen constructie bewondering – het vergt zeker talent om al die verhalen en verwijzingen niet spaak te laten lopen -, maar het blijft te veel een constructie, een concept. Als de auteur ‘het erom doet’ dan is het prettiger als dat er niet duimen dik bovenop ligt, als dat de lezer verrast en niet vanaf pagina twee al duidelijk is.
Gelukkig, met het naderen van pagina 128 lijkt alles op zijn plaats te vallen, zodat de lezer niet onterecht geneigd is Beurskens voorgoed de rug toe te keren. Ten eerste overheerst blijdschap tijdens het lezen van het één na laatste deel, de aantekeningen van de literator, wanneer blijkt dat er nog vele malen meer verwijzingen in het manuscript zaten die de lezer niet heeft opgemerkt, wat dodelijk voor de vaart in het verhaal was geweest. Maar bovenal komt op het einde de kern van Albinoziel duidelijker dan ooit te voren naar bovendrijven en is de lezer weer helemaal terug bij het aangrijpende verhaal van de onmogelijke liefde, de pijn die het kost om wat je op je hart hebt verborgen te moeten houden.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



