Multatuli
Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy
(1859)
L.J. Veen
352 pagina's
€ 10.00
ISBN 9789020409185
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Geslaagd dubbelportret van Woutertje
recensie van Woutertje Pieterse (ed. Ivo de WIjs)
'Es-say', een interview met Gijsbert van Es
opiniestuk
Max Havelaar of De opiniepeilingen van de Nederlandsche hertaalmaatschappij
opiniestuk
andere recensies
NRC Handelsblad
The Ledge: NRC‘s Pieter Steinz
Scholieren.com (overzicht)
Complete Review
Een subliem protest
door Maarten Rommens, 9 maart 2007
‘[…] aan U draag ik mijn boek op, Willem den Derden, Koning, Groothertog, Prins… meer dan Prins, Groothertog en Koning… Keizer van ’t prachtige rijk van Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd…Aan U durf ik het vertrouwen te vragen of ’t uw keizerlijke wil is: Dat Havelaar wordt bespat met den modder van Slijmerigen en Droogstoppels? En dat daarginds Uw meer dan dertig miljoen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in Uwen naam?’
Max Havelaar, of de Koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij is een subliem protest tegen de wanstanden in de Oost. Niet alleen door de politieke boodschap, maar ook door de vermenging van genres en de opbouw in raamvertellingen, door de stijl waarin Multatuli zijn karakteristieke personages neerzet, maar bovenal doordat deze roman meer dan 150 jaar na de eerste publicatie nog steeds betekenis genereert. Lees het verhaal met in het achterhoofd de hedendaagse stand van zaken in menig niet-Westers land. De Max Havelaar heeft niet aan zeggingskracht ingeboet.
De roman is ontstaan uit de grief van Eduard Douwes Dekker. De ‘zaak-Lebak’, waarin plaatselijke overheden misbruik maakten van hun macht ten koste van de bevolking en het negeren door de hogere overheden van Dekkers klokkeluiderschap – hij was toen assistent-resident –, was de directe aanleiding. Dekker leed zeer onder zijn falen te verdedigen en nam ontslag. Vandaar de naam Multatuli: hij die veel gedragen heeft. Met Max Havelaar leverde hij een meesterlijk staaltje ‘writing back to the empire’. In eerste instantie om gerehabiliteerd te worden, maar met de woorden ‘ik wil gelezen worden’ laat hij duidelijk zijn literaire ambities doorschemeren.
De tegenpolen Droogstoppel – ‘ik ben makelaar in koffie, en woon op Lauriergracht no. 37’ – en Max Havelaar, assistent-resident in Lebak, staan centraal in het verhaal. Droogstoppel is een echte businessman, hij is succesvol en wordt gerespecteerd. Gedurende het boek maakt hij sluikreclame door zichzelf constant aan te spreken en de naam van zijn bedrijf te noemen. Hij heeft een hekel aan literatuur en kunst, is bovendien een streng opvoeder van zijn kinderen, en denkt, ten slotte, in stereotypen en clichés. Volgens Droogstoppel moeten de Nederlanders de inlanders wel overheersen.
‘Nederland [is] uitverkoren om van die rampzaligen te redden wat er te redden is! Daartoe heeft Hij in Zijn onnaspeurlijke Wijsheid aan een land, klein van omvang, maar groot en sterk door de kennisse Gods, macht gegeven over de bewoners dier gewesten, opdat zij door het heilig nooit volprezen Evangelium worden gered van de straffen der helle! De schepen van Nederland bevaren de grote wateren, en brengen beschaving, godsdienst, Christendom, aan den verdoolden Javaan! Neen, ons gelukkig Nederland begeert niet voor zich alleen de zaligheid: wij willen die ook mededelen aan de ongelukkige schepselen op verre stranden, die daar gebonden liggen in kluisters van ongeloof, bijgeloof en zedeloosheid!’
Op een lijst waar genoteerd staat aan welke punten voldaan moet worden om de verdoolde Javaan weer op het rechte pad te krijgen wijst hij de lezer expliciet op punt ‘5e) : Te gelasten dat de Javaan door arbeid tot God worde gebracht’. Op die manier wordt het goede met het aangename verenigd: de moralistische denkbeelden koppelt hij aan het maken van enorme winsten door Javaanse arbeidskrachten te exploiteren op koffieplantages, die zo ook nog tot God geroepen worden. Delicaat detail daarbij is de voornaam van Droogstoppel, Batavus; een verwijzing naar de hoofdstad van ‘de Oost’, Batavia.
Droogstoppel vertegenwoordigt het heersende denkbeeld in Nederland over Indiërs en Havelaar uit hier kritiek op. Waar Droogstoppel hen ziet als beesten die geciviliseerd en bekeerd moeten worden door middel van arbeid, ziet Havelaar hen als gelijkwaardige medemensen, toont hij respect voor hun culturele uitingen en gebruiken. In het notenapparaat, dat Dekker zelf toevoegde in de latere uitgaven van de Max Havelaar, doorbreekt hij het beeld dat Europeanen rond 1870 hebben van de inlanders. Het zijn geen wilde inboorlingen, maar net zo goed mensen, met enkel ander culturele waarden en normen. Dekker stelt dat ‘de Soedanees of Orang Goenoeng van den eigenlijk gezegden Javaan meer verschilt dan een Engelschman van een Hollander.’ Maar niet alleen in dit opzicht is Dekker vooruitstrevend voor zijn tijd. Hij vraagt voor meer tolerantie voor het verschil tussen culturen: ‘Opvatting van het begrip beschaving: De Europeaan vergist zich in de meening dat de hoogere beschaving waarop hy roemt, overal als ’n axioma wordt aangenomen. Ook hierin dat hy in alle opzichten beschaafder is.’ Deze denkbeelden die Dekker heeft worden in het verhaal vertegenwoordigd door Max Havelaar, die ook veel eerbied toont voor de Javanen: ‘zelfs de geringe Javaan is veel beleefder dan zijn Europese standgenoot’. In het boek worden literaire middelen gebruikte om een nieuwe visie op Javanen te implementeren bij de westerse lezer. Een lezer die er belang bij had om vast te houden aan het traditionele beeld van een inferieure primitieve oosterling die terecht door de Nederlanders werd bestuurd. Dekker maakte van werkelijkheid fictie om van deze fictie weer werkelijkheid te willen maken.
In de laatste fase van de Max Havelaar ontheft Multatuli Stern en Droogstoppel van hun functie als schrijvers en vertellers van zíjn verhaal en ontneemt hij hen letterlijk de pen. ‘Genoeg, mijn goede Stern! Ik, Multatuli, neem de pen op. Ge zijt niet geroepen Havelaars levensgeschiedenis te schrijven. Ik heb u in het leven geroepen…’ en wat later, als Droogstoppel nog iets wil zeggen, roept Multatuli ook hem tot de orde: ‘Halt, ellendig product van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij! Ik heb u geschapen…’ Dan doet Multatuli uit de doeken waarom hij dit boek heeft willen schrijven: het is een aanklacht tegen de misstanden in Nederlands-Indië, want daarginds worden ‘meer dan dertig miljoen onderdanen mishandeld en uitgezogen’ door een ‘roofstaat aan de zee, tussen Oost-Friesland en de Schelde!’ Zo ontpopt zich de berooide oud-ambtenaar tot het geweten van de Nederlandse staat, en de auteur van het grootste werk in de Nederlandse literatuur bovendien.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



