Arie Storm
De bruid en de kogel
(2007)
Mouria
189 pagina's
€ 16.50
ISBN 9789045849843
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
21 april: De ontdekking van de recensent
opiniestuk
opiniestuk
De tien geboden van de kritiek en andere discussiepunten
opiniestuk
andere recensies
de Volkskrant
Het Parool
Max Pam /HP|De Tijd
Berkaboek
Tros Nieuwsshow
De schrijver en zijn alter-ego
door Bert Zuidhof, 12 april 2007
In I.M. speelt Conny Palmen met het grensgebied tussen feit en fictie. Het boek bevat zoveel autobiografische elementen dat het de vraag is of het nog een roman te noemen is. Palmen meent van wel, eenvoudigweg om de reden dat ze zelf zegt dat het een roman is. ‘Wat ik tegen u zeg door I.M. een roman te noemen, is dat ik de eigenaar ben van de geschiedenis, die heb ik zelf gemaakt, die heb ik geschreven, dat is eigen werk,’ zoals Hans Goedkoop haar citeert in Een verhaal dat het leven moet veranderen. Ook op de kaft van De bruid en de kogel staat vermeld dat het een roman is. En ook hier heet de hoofdpersoon naar de schrijver, Arie Storm. De hoofdpersoon heeft hetzelfde oeuvre op zijn naam staan; Afgunst (2003) en Gevoel (2004). De relatie tussen ik-figuur en schrijver gaat in dit boek zelfs verder dan een aantal overeenkomsten.
Het verhaal begint als schrijver Arie Storm afreist naar een Frans kasteel om een lezing te geven over zijn schrijftalent. Tijdens zijn reis en het verblijf in het kasteel gebeuren er verschillende absurde dingen: van een Haags sprekende chauffeur krijgt hij een pistool, bij een dame in een blauwe bikini stapt hij in bad. De droomschnabbel wordt het begin van een zoektocht naar het heden en verleden van Storm, onder andere naar de betekenis van die bikini, die hem bekend voorkomt. Drijfveer voor die zoektocht is zijn vaak voorkomende onvermogen ergens echt bij te zijn: ‘ik was uitsluitend aanwezig (zoals een engel aanwezig kan zijn zonder zich kenbaar te maken), ik was aanwezig op, maar niet betrokken bij een dag’. Zo ook tien jaar geleden op de trouwdag van zijn zus, die, getuige de opdracht van het boek, ‘deze regels niet zal lezen.’ Langzamerhand wordt het Storm duidelijk dat het boek dat hij aan het schrijven is – juist, De bruid en de kogel – gaat over zijn poging de gebeurtenissen op die dag te herbeleven, om er bij betrokken te zijn.
Zodra Storm beseft dat het boek niet in eerste instantie gaat over zijn reis naar Frankrijk – al blijken het pistool, het Haagse accent en de blauwe bikini wel hun relevantie te hebben – spreekt hij steeds meer over zijn schrijfwerkzaamheden. Hij verwijst expliciet naar zijn schrijversrol: ‘ik, hoofdpersoon en tegelijkertijd auteur van De bruid en de kogel.’ Zijn rol als auteur wordt ook uitgewerkt in de manier waarop het denken van de ik-figuur wordt vormgegeven: voortdurend herformuleert Storm zichzelf, kiest hij andere woorden, denkt hij na over zijn zinnen. Hij denkt als iemand die een boek schrijft en twijfelt over de vorm die hij ervoor kiest:
‘Ik zette een paar stappen in de juiste richting, ik bedoel: in de richting van een deur. Misschien kon ik beter eerst even kloppen. Maar ik had mijn handen vol. In de ene hand een tas en in de andere hand een… En eindelijk zag ik in dat het toch behoorlijk idioot was dat ik hier met een pistool rondstapte.’
Het is dit paradoxale effect wat het boek zo goed maakt: Arie Storm schrijft een boek over de schrijver Arie Storm die niet weet hoe hij zich moet uitdrukken. Net als de lezer weet hij (nog) niet precies waar het verhaal heengaat, of waar hij precies naar op zoek is. De werkelijke Storm schrijft met verve over zijn besluiteloze, ietwat angstige alter-ego. De stijl en vorm van het boek zijn een voorbeeld van een knap staaltje schrijfkunst.
Wat dit paradoxale concept afmaakt, is de humor van Storm. Het boek zit vol met droge opmerkingen – ‘ik zie mijn familieleden niet zo vaak, maar áls ik ze dan een keer zie, loopt het wel volledig uit de hand’ – en zijn onvermogen de juiste woorden te vinden maken hem tot een tragikomisch figuur: ‘Ik krabbelde overeind, ik liep weer een stuk, en daar stond het, het… ding. Hoe noemden ze zoiets ook weer of hoe kon ik zoiets noemen?’ Storm heeft een aangename, originele schrijfstijl die soms aan de humor van Gerard Reve in De avonden doet denken.
De bruid en de kogel is een boek dat zowel de lezer als de schrijver op het verkeerde been zet. Omdat de schrijver zichzelf continu verbetert en details keer op keer herhaalt, deel je die verwarring. Door het verhaal te laten vertellen door de verwarde, ietwat angstige Storm, stijgt het boek uit boven een normale zoektocht naar de betekenis van gebeurtenissen uit iemands leven. Heden en verleden, feit en fictie lopen prachtig door elkaar heen en Storm laat zien dat schrijven niet alleen het vertellen van een verhaal is: het is schrijven.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


