Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Overpeinzingen in een coma

door Jurriaan Vegter, 1 augustus 2007

Als je dood gaat flitst je leven aan je ogen voorbij. We hebben het allemaal zo vaak gehoord, en nooit kunnen controleren. ‘Een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt’ maakt iets vergelijkbaars mee. In coma liggend is deze schrijver, die ‘J’ genoemd wordt, in een staat van hyperbewustzijn, waarin hem vijf verhalen verschijnen: ‘Als vijf vingers aan één hand. Een hand die iets gaat pakken’. In deze verhalen wordt gezocht naar een waarheid, een onderneming die steevast mislukt. Het na de proloog ingevoegde gedicht ‘In het hoofd van de stervende schrijver’ van Anneke Brassinga maakt de lezer direct al duidelijk dat we vooral niet moeten denken het universum te kunnen doorgronden.

De tot mislukken gedoemde zoektocht naar de waarheid komt het duidelijkst naar voren in het vierde verhaal, ‘Lammerts overwinning’, waarin de hoofdpersoon Lammert tijdens een verblijf bij zijn zenuwzieke moeder meerdere keren meent de waarheid gevonden te hebben, maar steeds weer in een droom terechtgewezen wordt. In een volgende droom wordt hem een huilende tovenaarsfiguur getoond die God blijkt te zijn, huilend omdat de schepping hem boven het hoofd gegroeid is.

Andere verhalen gaan over echtparen waarvan de man de dood vindt of gevonden heeft. Het laatste verhaal bestaat uit korte overpeinzingen van een boom die denkt vroeger zelf schrijver te zijn geweest. Een verantwoording geeft te kennen dat delen van de roman al eerder gepubliceerd zijn in de bundel Inpakken en wegwezen 2005 en het tijdschrift Yang.

De verschillende verhalen worden van elkaar gescheiden door overpeinzingen van auteur J over het schrijversschap, literatuur, roem en de kritiek. In deze passages geeft J ook een enkele keer de mening van zijn ‘goede vriend Wouter Godijn’, die er steevast een andere mening op na houdt.

De zoektocht naar de waarheid bestaat uit extatische visioenen waarin gezweefd of gevallen wordt, veel licht en gegoochel met tijd en ruimte, maar ook uit de meest simpele dingen uit het leven van alledag. Godijn laveert tussen het ene uiterste en het andere zonder iets te forceren. De vanzelfsprekendheid waarmee dit gebeurt geeft de verhalen een onwezenlijk tintje. Dichterbij de waarheid komt hij hier overigens niet mee. Kennelijk is de wereld niet in een simpele waarheid samen te vatten.

In de zoektocht naar de waarheid, toch een niet onbelangrijke zaak, wordt ook de humor niet vergeten. Erg sterk is de beschrijving van drie talkshowhosts: ‘die de aandacht trokken door hun sterk uiteenlopende haardracht. Het haar van man 1 zwaaide en zwierde rond zijn woest schuddende hondenkop, terwijl het haar van man 2 zelfs in het meest verhitte debat volkomen roerloos bleef, alsof het was opgezet. Het haar van de derde man ten slotte, was zo onopvallend dat het er op het eerste gezicht niet leek te zijn’. Als aan deze beschrijving nog wordt toegevoegd dat ‘de man met het zwaaihaar een van de andere gasten met pinda’s bekogelde’ kan aan de identiteit van de drie niet meer getwijfeld worden.

Ook erg komisch en bijzonder is het beeld van de schrijver met twee hoofden, die in beide oren van de lezer tegelijk fluisteren ‘fon-u-et-goed?’ Een vraag die wat mij betreft met een volmondig ‘ja’ beantwoord kan worden.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.