Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

De onderkant van geluk

door Liesbeth Vries, 3 september 2007

‘Ze komt aanlopen met een nieuw glas. Het oranje vocht schommelt traag ter hoogte van haar half ontblote buik. Bij haar navel zit een zilverkleurig ringetje. Wat is dat toch, die neiging om hang- en sluitwerk in je vlees te willen vastklinken? Het zou wat voor mij zijn. Rond mijn navel is ruimte zat. Daar kun je een hoefijzer bevestigen. Wel met de open kant naar boven, want anders valt het geluk eruit.’

Het geluk zit Ate Joustra een tijdje niet mee. Hij is te zwaar en een hartinfarct ligt op de loer. Op doktersadvies moet hij stoppen met roken en drinken, waardoor hij al gauw ongenietbaar wordt voor zijn omgeving. Ook op de universiteit waar hij doceert, wordt hij vriendelijk doch dringend verzocht een sabbatical op te nemen. Ook het doorlezen van de dagboekaantekeningen van zijn moeder en enkele oude krantenartikelen doet Ate steeds vaker terugdenken aan zijn jeugd.

Nederlander vermist voor Engelse kust, 10 september 1974, van onze verslaggever.

Met deze krantenkop opent Toussaint zijn derde boek De kunst van het kompaslezen. Het artikel schetst meteen de situatie: D. Joustra is vermist nadat hij met een klein zeiljacht een haven van Engeland had verlaten om terug te keren naar Nederland. Hij reisde met drie straatgenoten, die in een andere boot de overtocht zouden maken.

Toussaint maakt de lezer al snel duidelijk wat er speelt. Ate’s moeder wantrouwt de buurmannen – want waar is haar mans tienduizend gulden gebleven? – en spant een rechtszaak aan. Bij gebrek aan bewijs worden de mannen vrijgesproken. Van de gezellige zomerse barbecuesfeer is in die typische naoorlogse straat weinig meer over en de familie Joustra verhuist al snel naar een flatje. Ate verbreekt ook het contact met Rudi Duduck, de zoon van een van de verdachte buurmannen, onder het mom ‘mijn moeder verbiedt het’.

Toussaint gebruikt verschillende vertelperspectieven. We bezien de wereld en haar onrechtvaardigheid door de negatieve ogen van de middelbare Ate met zijn gezondheidsproblemen. We kijken mee over de schouder van de rouwende moeder Joustra als zij in haar dagboek schrijft: ‘Ik vraag me weleens af of ik Dirk mis. Dat toch niet, geloof ik. Vaak denk ik wel aan hem, maar echt missen, nee. Ik zou dat niet tegen een ander durven te zeggen, maar het is toch waar. Het is eigenlijk vooral onpraktisch en eenzaam.’ Haar schrijfstijl verandert naarmate de dementie een steeds groter gedeelte van haar bewustzijn in beslag neemt.

We voelen de pijn van Rudi om het verlies van zijn eerste ‘echte’ vriend, als hij zijn verdriet verwerkt via de niet verzonden brieven die hij jarenlang aan Ate schrijft. Ondanks de sobere en rechttoe rechtaan schrijfstijl van Toussaint weet hij met gemak in de huid van zijn personages te kruipen.

En zo laat Toussaint de lezer weer terugkeren naar de ongelukkige Ate, die op een namiddag na iets te veel ‘laatste’ biertjes en sigaretten een reis boekt voor zijn gezin naar Australië. Ate zou Ate niet zijn als hij geen bijbedoelingen heeft. Hij weet dat Rudi inmiddels miljonair moet zijn en hij vindt dat hij recht heeft op een aandeel van dat kapitaal. Want Rudi moest toch na al die jaren kunnen toegeven dat zonder het geld van Joustra zijn familie niet zo ver had kunnen komen?

De auteur werkt gestaag naar de ontknoping van de plot toe: de confrontatie tussen Ate en Rudi. Als het zover is, is de verwachting van de lezer naar een bevredigend einde inmiddels vrij hoog opgelopen, maar hem wacht een koude kermis. Of toch niet? Een tweede overpeinzing van het verhaal en de plot brengt je dichter naar de thematiek, die Toussaint duidelijk in de vingers zit. Net als in De vliegfiets domineert in De kunst van het kompaslezen het thema van de mislukking. Toussaint verpersoonlijkt dit met name in de persoon van Ate, die geluk voornamelijk laat bepalen door externe factoren. Want áls Ate eenmaal Rudi’s geld heeft, dán… en zo kunnen we nog een tijdje in Ate’s gedachtegang doorgaan

Toussaint verstaat in ieder geval de kunst van het boeiend vertellen. Ondanks zijn sobere schrijfstijl, waarin geen woord te veel lijkt, weet hij keer op keer de lezer de juiste weg langs alle mislukkingen heen te leiden. Dat leest eenvoudig en vlot, maar daarbij blijft het inlevingsgevoel tot de personages in gebreke. Het is een kunst om je publiek langs je thema te sturen, het zou juist hogere kunst zijn als je je publiek er doorheen zou laten gaan.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.