Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Tragedie in de Andes

door Joan Gebraad, 17 oktober 2007

[Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury
Leo Pleysier raakt steeds verder van huis. Vertrokken vanuit Rijkevorsel, voert hij ons nu mee naar Equador. De Latino’s volgt de gebeurtenissen rondom een naďef, idealistisch studentenstel. De tragedie wordt gepresenteerd met veel leedvermaak. Anna en Toon vertolken de hoofdrollen. Sarcasme, Ironie en Cynisme vormen het koor. Achter hun maskers verschuilt Leo Pleysier zich. Het koor lacht de wereldverbeteraars genadeloos uit en toont geen medeleven.

De geliefden dromen hardnekkig van ontwikkelingswerk in Latijns-Amerika. Geen wonder dat het stel door medestudenten ook wel de Latino’s wordt genoemd. Als Anna jarenlang tegen heug en meug als onderwijzeres heeft gewerkt, terwijl Toon van bankhangen zijn beroep lijkt te hebben gemaakt, gebeurt het: ze mogen als ontwikkelingswerkers naar Equador! Vervuld van optimisme, idealisme en met een grote roze bril op het hoofd, transformeren zij het kleine Andesdorpje Calistenos, waar armoede, mislukte oogsten en kindersterfte aan de orde van de dag zijn, tot een paradijs. En wat zijn de mensen daar toch verschrikkelijk aardig! In deze ‘idyllische’ ambiance probeert Toon de rivier Zula te temmen. Anna raakt intussen totaal gebiologeerd door de omgeving. Wanneer Anna enige tijd later het leven schenkt aan een zoon, Miguel, lijkt hun geluk compleet.

Maar dan slaat het noodlot toe: ‘het allermooiste kindje’ ligt op een morgen dood in zijn bedje. Ook de begrafenis is ‘werkelijk prachtig’: ‘het majestueuze Andeslandschap met daarin een minuscuul bergdorp vanwaar een kleurrijke stoet indianen zich langs een smal pad naar de hogerop gelegen begraafplaats begeeft. Almaar hoger klimmen ze en almaar nietiger worden ze’. Wat een mooie filmbeelden had dit schouwspel voor een toerist kunnen opleveren. Na de dood van Miguel, het kind van de Andes, vertrekken Anna en Toon stante pede naar België. Daar valt het leven hun zwaar.

In de epiloog zijn er reeds vijftien jaren verstreken en keert Anna terug naar haar idyllische dorpje in Equador, alwaar ze het graf van haar eerste boreling bezoekt. Het eens zo schattige dorpje is bijna verworden tot een spookdorp. De climax wordt bereikt als Anna een oude dorpelinge vraagt waarom iedereen zo onaardig tegen haar doet. De vrouw leest haar de les: hoe durft ze hier te komen! Miguel is een kind van de Andes, meer dan van haar. Beledigd en ontgoocheld keert Anna terug naar België. In het laatste gedeelte van het verhaal, Coda, organiseert Anna met een medewereldverbeteraar een benefietfeest met als thema Latijns Amerika. Het feest is een flop.Geldt dit ook voor Anna’s leven? Enerzijds is het verhaal van de twee wereldreizigers herkenbaar (het zou iedereen kunnen overkomen), anderzijds drukt De Latino’s mensen hard met de neus op de feiten: idealisme vervaagt vaak na een tijdje. Het wordt vervangen door een meer realistische houding.

Pleysier wisselt korte zinnen soms af met langere poëtische zinnen. Helaas zijn ook die te kort om van mooie, poëtische volzinnen te kunnen spreken. Ook de landschapsbeschrijvingen stellen teleur. Het is alsof je door een dikke mist slechts flarden van het waarschijnlijk prachtige Andes landschap te zien krijgt.

De relatie tussen tijd en gebeurtenissen is erg onevenwichtig. Zo neemt de kijk op Anna’s en Toons saaie, weinigzeggende Vlaamse leventje zo’n dertig bladzijden in beslag. De tijd tussen Miguels geboorte en begrafenis passeert daarentegen zo snel, dat zijn dood nauwelijks tot mij doordringt. Pleysiers doffe, emotieloze beschrijving van het drama draagt er nog meer toe bij dat de kinderdood mij niet raakt. Tussen het eerste deel van het verhaal en de epiloog zijn er vijftien jaren verstreken. De epiloog zelf bestrijkt slechts enkele dagen. Ten slotte rest er nog het slotstuk, waarin het fiasco van het feest uitgebreid wordt beschreven en daardoor des te schrijnender overkomt.

‘Jij optimist tot in de kist, denkt Anna.Want Anna heeft in de loop van de avond al een paar keer een zorgelijke blik geworpen op de inhoud van het sigarenkistje. Ze is er nu al quasi zeker van dat ze straks, als de eindafrekening gemaakt is, niet op winst moeten rekenen, het verlies zal substantieel zijn, daar bestaat geen twijfel over, dat ziet Anna zo wel.’

Pleysier’s leedvermaak is zo gestileerd dat ik er niet om kan lachen. Zijn stijlmiddelen en cynisme hadden meedogenloos moeten zijn óf hij had meer sentiment in zijn roman moeten stoppen. Had hij maar beter naar de oude tragediemeesters gekeken. Dan had hij geweten dat een tragedie zowel droevig als komisch kan te zijn.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.