Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Twee schrijvers in een boek

door Lars Kroon, 31 oktober 2007

(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Mevrouw Verona en Meneer Pottenbakker verhuisden in een vervlogen tijdperk naar het dorp Oucwègne. Ze betrokken daar een pittoreske woning (kan zo op de koektrommel, vindt Verhulst) op de top van een heuvel. Wanneer Meneer Pottenbakker jong overlijdt, laat hij mevrouw Verona alleen op de heuvel achter. Zij mist haar man zeer, maar weet in haar eentje te overleven, totdat ze zich ‘geroepen’ voelt om te sterven. Hier begint het verhaal. Het hoofdpersonage daalt zowel letterlijk als figuurlijk van de heuvel af om beneden te sterven en, zo hoopt zij, herenigd te worden met haar eerder overleden man.

Tijdens deze geschuifelde dodenmars naar beneden passeren enkele markante dorpsbewoners haar geest. De korte verhalen die hieruit volgen zijn zeer verschillend van strekking. Van een geestig verhaal over een koe die tot burgermeester verkozen wordt tot een ontroerende weergave van het ziekteverloop van meneer Pottenbakker. De link met het hoofdpersonage is echter niet altijd duidelijk, zoals bij die over de koe als burgermeester.

De verhaaltjes zijn afzonderlijk te zien als sprookjesachtige kunstwerkjes, maar het gebrek aan onderlinge samenhang, doet vermoeden dat Verhulst het personage mevrouw Verona heeft gebruikt om een aaneenrijging van deze anekdotes te verantwoorden. Een nadelig gevolg van deze structuur is dat het personage niet wordt uitgediept. Het wordt bijvoorbeeld niet duidelijk waarom de afdalende oude vrouw zich specifiek deze verhalen voor de geest haalt. De gedachten gewijd aan meneer Pottenbakker vormen een uitzondering, want hierin is Verhulst op zijn best. Persoonlijke herinneringen zoals de eerste vrijpartij in het nieuwe huis op de heuvel geven de hoofdpersoon meer kleur.

De stijl van de auteur is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Het sprookjesachtige karakter van de tekst wordt soms op brute wijze onderbroken door loze toevoegingen van de schrijver, zoals: ‘Goed bedoeld, dat wel’. Het steeds verschuivende perspectief draagt nog eens bij aan deze hinderlijke onderbrekingen. Verhulst creëert onnodige wij en ons-zinnen. Hij stapt even uit de rol van verteller, wordt zelf lezer, en lijkt de lezer te willen betrekken bij zijn vertellingen door in die zinnen een beschouwende houding aan te nemen. Opeens is het alsof er twee auteurs aan het werk zijn geweest: de auteur van schone sprookjes die voortdurend geïnterrumpeerd wordt door de nuchtere relativerende commentator. Op de momenten dat de auteur de gedaante van de sprookjesschrijver aanneemt weet hij mooi gebeeldhouwde zinnen te creëren, soms zelfs doorspekt met rijm: ‘Vastbesloten te revancheren, de planeet opnieuw te regeren, zijn chaos te instaleren waarin niemand maar een logica kon zien, was het bos begonnen met woekeren.’ Of: ‘Waar de getakelde reuzen mulden liet hij de rottenis op haar beloop, zwammen de wortels omspinnen, en wormen verrichten waarvoor ze op aarde werden gezet: de sloop.’

Op deze momenten is de novelle prachtig. Maar Verhulst is er niet in geslaagd om van afzonderlijke miniatuurtjes een groot kunstwerk te maken.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.