Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Vader van een zonnekoningin

door Liesbeth Schulpé, 31 oktober 2007

(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Je moet dezer dagen haast een kluizenaarsleven leiden om nog nooit van de naam Arnon Grunberg gehoord te hebben. De 35-jarige Grunberg is naast columnist waarschijnlijk ook de grootste Nederlandse auteur van zijn generatie en hij heeft al talloze prijzen op zijn naam staan. Zijn jongste boek Tirza bevestigt zijn status van topauteur alleen nog maar: de roman ging aan de haal met zowel de Gouden Uil als de Librisprijs van 2007. Volkomen terecht overigens, want Tirza is niets minder dan een meesterwerk.

In Tirza maken we kennis met Jörgen Hofmeester. Hofmeester woont in een aardige buurt, zoals hij voor zichzelf steeds herhaalt, en heeft een degelijke baan als redacteur bij een uitgeverij. Verder heeft hij twee intelligente dochters, geeft hij af en toe een feestje, werkt hij in de tuin en volgt hij geheel volgens de moderne standaarden een sushicursus. Achter deze schijn, die Hofmeester koste wat kost wil ophouden, gaat een heel wat minder ideale werkelijkheid schuil: zijn vrouw heeft hem verlaten voor haar jeugdliefde, hij wordt vroegtijdig afgedankt door de uitgeverij en hij heeft al zijn geld verloren door een investering in een hedge fund dat instortte na 11 september 2001.

De enige die Hofmeester nog staande houdt is zijn jongste dochter Tirza. Het vaderschap is de enige reden van zijn bestaan: ‘Ik ben niemand, [...] ik ben de vader van Tirza en Ibi. Dat is wat ik ben, ja dat, niet veel meer, maar ook niet minder.’ Maar Tirza wil na haar eindexamenfeest op reis door Afrika met haar Marokkaanse vriendje Choukri, in wie Hofmeester enkel de reïncarnatie van Mohammed Atta ziet, één van de vliegtuigkapers die hem onrechtstreeks al zijn geld heeft gekost.

Al gauw wordt duidelijk dat Hofmeester niet de deftige Amsterdamse middenklasser is die hij graag zou willen zijn en Grunberg is briljant in zijn beschrijving van Hofmeester en diens neurosen. Zijn nieuwste hoofdpersonage is weer een typische Jan Modaal zoals we van hem gewoon zijn: een loser, een niemand. Hofmeester lijdt, zoals hij zelf ontdekt, aan de ziekte van de blanke middenklasse. Hij is racistisch, gierig en geobsedeerd door seks en de problemen van hem en zijn gezin, zoals bijvoorbeeld Tirza’s anorexia, zijn typische welvaartsproblemen. Zijn meest opvallende karaktertrek is evenwel zijn controledrang. Hij doet er alles aan de schone schijn hoog te houden voor de buitenwereld. Zijn dochter Tirza is hierop geen uitzondering. Hij stuurt haar naar zwem- en celloles, leest haar voor uit Flaubert en Dostojevski en benadrukt steeds haar hoogbegaafdheid. Ze is zijn zonnekoningin, zijn enige houvast en haar uitblinken in alles wat ze doet moet zijn mislukkingen compenseren. Maar ondanks al zijn inspanningen en goede bedoelingen faalt Hofmeester ook in het vaderschap: met zijn allesoverheersende liefde richt hij zowel zijn dochter als zichzelf te gronde.

Met zijn beschrijving van Hofmeester legt Grunberg ongegeneerd bloot wat er met de huidige westerse maatschappij mis is. Het ‘beest’, zoals Hofmeester het noemt, schuilt in iedereen en het neemt de bovenhand neemt wanneer je de controle kwijt raakt. Beschaving mag dan wel verdoezelend werken, maar onderhuids blijft de dreiging steeds aanwezig. De feilloze manier waarop Grunberg zijn verhaal opbouwt, om daarmee het maatschappelijk fenomeen dat we de ziekte van de blanke middenklasse noemen onder het vergrootglas te leggen, maakt Tirza tot een klasse apart. En Grunberg gaat op het eind nog een stuk verder: hij toont de mogelijke –in dit geval gruwelijke– gevolgen ervan.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.