Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Een mislukte zoektocht naar het geluk

door Joost Karsten, 1 november 2007

(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Joden, Molukkers, burgerlijke mensen en motorrijders, allen komen bij elkaar in Marcel Mörings nieuwste boek. Met Dis laat hij zien een veelzijdige schrijver te zijn. De roman is een bonte verzameling van verhaallijnen, stijlen en vormen, het bevat zelfs een stripverhaal.
De stad Assen wordt geschetst aan de hand van Jakob Noachs levensverhaal. De ondergedoken jood Jakob Noach klimt letterlijk vanuit een donker gat in het veenlandschap bij Assen het verhaal binnen. Na de donkere tijd van de Tweede Wereldoorlog probeert hij zijn leven opnieuw op te bouwen. Hij begint een winkeltje in lingerie, en bouwt dat in de loop der jaren uit tot een imperium dat heel het centrum van Assen bestrijkt. In de nacht voor de TT sterft Noach door een auto-ongeluk.

Al zwervende door de stad, zijn leven overpeinzende, zoekt hij zijn laatste rustplaats. Daarbij wordt hij vergezeld door de Jood uit Assen, die het uiterlijk heeft van een marskramer. Deze probeert als een Hermes Noach te begeleiden naar zijn laatste rustplaats. Noach is niet de enige die zoekt. Ook Marcus Kolpa doorkruist de stad, op zoek. Hij zoekt succes in zijn eigen leven. Kolpa is een intellectueel die vroeger wel wat gepubliceerd heeft, maar nu geen inspiratie meer heeft. ‘Een belofte, dat is hij. Al eenendertig jaar lang.’

Noach en Kolpa zijn beide joods, en hoewel ze niet erg met hun jood zijn worstelen, komt in het verhaal toch een groot verschil in het ervaren van hun joodse identiteit naar voren. Noach heeft als jood de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, en voelt een gat in zijn leven dat opgevuld moet worden. Kolpa is van de volgende generatie, en hij tobt meer met zaken als slagen, succes hebben. Ooit had de geslaagde Noach Kolpa gezegd dat liefde het essentiële bestandsdeel voor succes is; het verbaasde Kolpa.

Zoals een dominosteen een andere raakt als hij valt, zo raakt de TT nacht andere levens. Gerritsma, de begravenisondernemer die Noach moet begraven, Chaja, de dochter van Noach, de verslaggever van de TT. Zij hebben allemaal één ding gemeen: hun levens zijn mislukt.

Maar het boek biedt veel meer dan alleen de beschrijving van de nacht voor de TT. Dis is een verwijzing naar de stad Dis in het Inferno van Dante. Assen is de stad in de hel, met als decor het ruwe feestgedruis van de TT-nacht. Assen is de hel omdat burgerlijkheid de boventoon voert, omdat er zo weinig verdraagzaamheid is tegenover anderen. Een schuldige stad in een schuldig landschap, dat wil het boek uitdrukken.

Mooie elementen in het boek bevestigen Mörings talent. Boeiend en beeldend beschrijft hij de levensloop van Noach.

‘Hij staat weleens op om zich voor het venster te posteren, handen in de zakken van zijn pantalon, buik lichtelijk vooruit, wenkbrauwen als rupsen die boven zijn ogen kronkelen, en laat de cijfers de cijfers en de contracten de contracten. Dan tuurt hij in het donker tot hij het weer weet: Jakob Noach, zoon van Abraham Noach, zoon van Rosa Deutscher, broer van Heijman Noach. Soms overvalt hem dan de waarheid van het hier en nu, waar hij is en wanneer. Een ademtocht lang was hij in het gezelschap van wat hem dierbaarder en noodzakelijker was dan al het andere, maar het kon niet zijn. Hij moet alleen.’

Zo compact schrijft Möring: Noach als hardwerkende man, mét zijn afkomst, verleden, eenzaamheid. Het is een geladenheid die Möring helaas niet vol weet te houden. Dis bevat zoveel vooropgezette verwijzingen, dat het meer een citatenverzamelboek is dan een zelfstandig kunstwerk. Het boek is een grote verwijzing naar andere boeken en stijlen, van de Bijbel tot Dantes Inferno, en van Joyce’s Ulysses tot Van Ostaijens modernistische poëzie. Op zich is dat niet slecht, maar Möring voegt niets origineels toe.

In het boek wordt flink geassocieerd, soms zoveel dat de connectie tussen delen van het verhaal niet meer duidelijk is. Ze worden alleen nog maar samengebonden door het centrale thema ‘mislukking’. Vlak nadat Noach zijn zoektocht begint bijvoorbeeld, loopt hij door een bos tot dat hij bij een kruispunt komt dat dan ineens Mexico blijkt te zijn. Hij wordt staande gehouden door een in het Duits nagesynchroniseerde Mexicaan, die wat in het wilde weg praat. ‘Voor hem stond een Mexicaanse grenswacht die zijn nek veegde met wat nog het meest op een vaatdoek leek. […] “Buenos noches seňor. Ausweis, bitte.”’ Ook als de overgang van Noach’s leven naar zijn dood is een in het Duits nagesynchroniseerde Mexicaan als grenswacht wel erg ver gezocht, zo niet absurd. Even ergerlijk is het gebruik van quasi-filosofische uitspraken als ‘Alles is niets’ en ‘Nu is altijd’, kreten die veel suggereren, maar niets zeggen. Dergelijke aforismen horen in een context geplaatst te worden om begrijpelijk te zijn, maar bij Möring komen ze uit de lucht vallen.

Dis is over het geheel genomen wel aardig, maar de vele verwijzingen, de verschillende stijlen en het grotendeels ontbreken van Mörings eigen stem werken erg storend. Daarmee heeft het thema van mislukking ten slotte ook de uitwerking bepaald.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.