Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Zwijgen is goud

door Joan Gebraad, 15 november 2007

‘De taal is een toverdoos, meneer. Je kunt er prachtige illusies mee scheppen.’
Dit is dan ook precies wat Piet Meeuse laat zien in zijn verhalenbundel Het lied van de ezelin. De neerlandicus en filosoof heeft al eerder bewezen mooie verhalen en essays te kunnen schrijven. Verschillende jury’s van literaire prijzen bekroonden die al, zoals die van de Conrad Busken Huetprijs voor zijn essaybundel De jacht op Proteus. Meeuse neemt je mee op een betoverende reis door verhalen waarin taal de grenzen van filosofie, geschiedenis en literatuur doet vervagen.

Het knappe aan het merendeel van de verhalen is dat ze zowel aandoenlijk als hilarisch zijn. Zo ontdekt in ‘Atlantische betrekkingen’ de oude professor Van der Zee na een jarenlange en hopeloze zoektocht dat Atlantis voor hem in een simpele kus schuilt. In ‘Tattootje’ schrijft een man aan de Staatsloterij hoe hij tragischerwijs zijn lot uit de loterij verloor. En wat te denken van een Sinterklaas die paddo’s uitdeelt? Of een kindje Jezus dat mokt, omdat het slechts sneeuwt in Amerika en daar alleen de kerstman komt?

De bundel bevat 15 verhalen, twaalf korte en drie langere. De eerste twaalf zijn speelse verhalen met een dubbele bodem. Naarmate het boek vordert, worden ze surrealistischer. Taal is het middel dat filosofie, geschiedenis en literatuur met elkaar verbindt maar ze tevens van elkaar onderscheidt. Elke discipline gaat op een andere manier om met de relatie tussen taal en werkelijkheid. Op een meesterlijke manier goochelt Meeuse met dit gegeven in zijn verhalen.

‘Een kus, zo´n kus als ik hier bedoel, een hartstochtelijke kus, is geen daad: het is een openbaring! Het is de enige vorm van contact tussen mensen die hun tegelijk het zwijgen oplegt – en daarom de zuiverste. En – hoe toepasselijk! – hij vond plaats op de oceaan die naar Atlantis vernoemd is, tijdens mijn oversteek naar de Verenigde Staten, aan boord van de Nieuw Amsterdam! Maar in tegenstelling tot die kus van vijftien jaar eerder was dit een kus met gevolgen: uit het verzonken Atlantis van deze kus – een geheime ongeoorloofde kus, of liever: een omhelzing die mij de volgende veertig jaren een ondraaglijke geheimhouding oplegde.’

De laatste verhalen drie lijken mij naast een spel met de relatie tussen taal en werkelijkheid ook een vertoog over vorm en inhoud te zijn. Ze passen niet bij elkaar. ‘De wereld volgens ing. Schneehammer’ heeft de vorm van een filosofische tekst. Schneehammers filosofie brengt uiteindelijk geen antwoorden en oplossingen, maar het besef dat deze filosofie waardeloos is. ‘Legenden van meester Bong’ oogt als een geschiedkundige tekst, compleet met annotatie. De verhalen over meneer Bong en de inhoud van het notenapparaat verwijzen echter net zo zeer naar de werkelijkheid als naar de bewering dat de aarde plat is. ‘Meneer Homan slaat op hol’ heeft het karakter van een literaire tekst. Waar taal normaliter in de literatuur een belangrijke en positieve rol speelt, is het diezelfde taal die Homan op hol doet slaan. Hij windt zich op over nutteloze discussies over de boter die op is, of een rechtbank die hem dwingt te spreken. Stilte, dat is wat hij wil. Kon de wereld maar zwijgen zoals de kei die al jaren naast zijn bed ligt. Konden mensen maar wat vaker hun mond houden, zodat ze elkaar minder gek zouden maken met hun soms doelloze en oeverloze geklets.

Het titelverhaal ‘Het lied van de ezelin’ verkondigt de boodschap die in de hele bundel terugkomt. Wanneer de profeet Bileam na twintig jaar zijn ezelin voor het eerst hoort spreken, kan hij zijn oren niet geloven, knielt neer in het stro en vraagt zijn Heer hoe dit mogelijk is. Waar de Heer zwijgt, leest de ezelin hem – en de rest van de mensheid – de les:

‘Voorwaar, ik zeg je: slaven zijn jullie van de woorden die jullie spreken, blinde slaven! Want ze maken jullie blind en doof voor alles wat een andere taal spreekt (…) Oneindig veel talen spreekt de schepping, en jullie horen het niet.’

Soms moeten we zwijgen en ons oor te luister leggen bij de wereld om ons heen. Wij mensen gebruiken te pas en te onpas taal. Soms weten we zelf niet eens meer wat we bedoelen. In zo’n geval is taal maar nutteloos, aangezien het bedoeld is om betekenis aan dingen te geven. Het is zoals Witgenstein al opmerkte: ‘wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.’

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.